door Aaron Malinsky
[bron: Joods Cultuurfestival]

Bob Dylan
Ik heb een zwak voor de betere Franse kleinkunst, liedjes van Enrico Macias, Joe Dassin , Ferre, Mike Brant of recentelijker Patrick Bruel, JJ Goldman of Brillant.
Dat is samen goed voor ruim de helft van de productie van het Chanson. De lijst is oneindig en dan spreek ik nog niet eens over showbizzvedetten als Foucault, Drucker en Arthur. Wat hebben die allemaal gemeen met pakweg Barbara Streisand en Bob Dylan? Juist, hun joodse afkomst.
Hoe komt het dat joodse namen in serie prijken op de lijst van CultuurNobelprijswinnaars in een totaal omgekeerd evenredige orde van hun aantal in de wereld, vooral na de Shoah? Is er iets in de genen of een andere bovennatuurlijke reden die daar aan de grondslag van ligt ? De vraag stellen is al een antwoord geven: uiteraard niet. Toch liegen de cijfers er niet om, met name in de grafische kunst, het lied en de letteren.
Wat is het dan : ‘de joodse cultuur’ , of ‘de cultuur van Joden’, of een extrapolatie of een introverteren van ongekende en grensverleggende artistieke waarden waar de joodse identiteit in te bespeuren valt ?
Een en ander staat of valt met wat kennis van de joodse geschiedenis. Gedurende de 2000 jaar van de Diaspora waren de joden altijd een minderheid, in het beste geval getolereerd, meestal echter was het een ballingschap van bloed en tranen. De joodse ballingschap duurt trouwens ook nu voort. In België zijn ongeveerd vijftigduizend joden aanwezig.
Maar lang niet allen zijn herkenbaar. Enerzijds heb je in de recente Belgische en Vlaamse geschiedenis de Antwerpse Chassidim die u in een teletijdmachine van Barabas zouden kunnen terugspoelen naar de Poolse en Hongaarse cultuur anno 1700 (Klezmer en andere precursors van Chagall). Anderzijds zijn er ook joodse vrijdenkers of communisten of joodse ondernemers en bankiers, zoals de broers De Jong (bouwers van de Minerva, beter dan de Rolls Royce!), de familie Lambert (BBL) of Bisschofsheim, die Congo heeft aangekocht voor de Belgische troon. ‘Je ne bouge pas un mètre sans consulter mon Biche’ zei koning Albert I over zijn trouwe joodse vertrouwensman en bankier. Ja , alle kleuren en geuren. Zo de joodse verscheidenheid aan palet en pluimage, zo ook de breedte van de waaier aan vereenzelviging met een andere cultuur.
De faculteit om daarin het kaf van het koren te scheiden met die typische geest en dat typische gevoel geeft hen een voorsprong in het exploreren van nieuwigheden en de laatste 200 jaar heeft de hele mensheid, en vooral de westerse wereld, daar enorm ‘kunstig’ van geprofiteerd.
Als voorbeeld : de vroegere oorlogsjaren en wat er net aan voorafging kende waarschijnlijk de grootste culturele intellectvlucht aller tijden. Werfel, Feuchtwanger, Brecht, Otto Klemperer, Strawinsky, Steinberg, Ernst, Chagall, Mann, Freud en zoveel anderen hebben de Verenigde Staten in een enkele klap vooraan in de culturele wereld gekatapulteerd met een voorsprong op de oude wereld die Europa ook vandaag niet lijkt in te halen. Kijk maar naar de films die we allen bekijken!