Dagelijks archief: 30 augustus 2009

‘Nederzettingen blokkeren de Vrede,’ zeggen ze maar is dat wel zo?

Brabosh: Volgens het kwartet (de VS, de VN, de EU en Rusland) blokkeert de Israëlische nederzettingspolitiek op de Westelijke Jordaanoever en op de Golanhoogte de vrede in het Midden-Oosten. Maar draait het wel ècht om de nederzettingen of zit er meer achter? In Samaria en Judea wonen thans bijna een half miljoen Israëliërs waarvan de helft in Oost-Jeruzalem. De meeste van hen wonen daar al enkele generaties nadat de Arabische landen in 1967 Israël binnenvielen voor een zoveelste episode in de vernietiging van de Israëlische staat en die oorlog als na zes dagen verloren, vandaar dat die oorlog ook wel de Zesdaagse Oorlog wordt genoemd. Vanaf 1967 begon veel Joden terug te keren naar de gebieden op de Westelijke Jordaanoever vanwaar ze tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-49 werden verdreven. Voor velen was het dan ook een echt ‘thuiskomen’.

Speeltuin in Netzarim (Gaza, 2005)

Speeltuin in Netzarim (Gaza, 2005)

In 1967 begonnen Israëliërs ook nederzettingen te bouwen in de Gazastrook. In 2005 was hun aantal al opgelopen tot 8.500 bewoners. In het kader van toenmalig premier Ariel Sharons ‘disengagement‘-politiek, werd besloten om ruimte voor vredesonderhandelingen te creëren door als ‘gebaar van goede wil’, de nederzettingen in Gaza op te geven. Eén van de oudste nederzettingen, Netzarim opgericht in 1972, werd als laatste nederzetting op 22 augustus 2005 door het Israëlische legers ontruimd en de meeste van hun huizen platsgewalst met bulldozers. De laatste Israëlische soldaat verliet het dorp op 12 september 2005. [Netzarim zal nog even 'bezet' worden [van 12 tot 17 januari 2009] door Israëlische soldaten ten tijde van de Gaza oorlog. ]

Maar er kwam helemaal geen vrede. Integendeel. De voormalige nederzettingen werden een nieuwe uitvalsbasis voor Hamas en andere terroristische groepen die al sinds 2001/2002 Israëlische dorpjes en burgerdoelwitten bestookten met raketten en mortieren, aanvallen die door de ontruiming van Gaza door de Israëli’s maar in intensiteit en kwantiteit bleven toenemen. Nadat Hamas het door hen regelmatig geschonden wapenbestand met Israël in december 2008 eenzijdig opzegden, startte Israël op 27 december 2008 Operatie Cast Lead, in de hoop dat het de beschietingen door Hamas van Z-Israël kon stoppen. Het Gazaconflict werd eenzijdig beëindigd wanneer Israël op 18 januari 2009 eenzijdig een staakt het vuren afkondigde. Hierna volgt een scherpe analyse van Raphael Israeli waarin hij een pleidooi voert voor een [gedeeltelijk] behoud van de nederzettingen als afschrikking voor de Arabieren die, wanneer ze andermaal een oorlog willen opstarten èn die  zoals alle voorgaande aanvalsoorlogen onvermijdelijk weer zullen verliezen, het risico lopen dat voor dat verlies een prijs dient te worden betaald in de vorm van verlies van grondgebied en eigendommen.

Settlements and Peace: Incentives and Obstacles

door Raphael Israeli

settlements mapEen van de grondbeginselen van de huidige conventionele wijsheid is dat “de nederzettingen het obstakel zijn voor de vrede”, alsof zonder de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en Gaza plotseling de vrede zou neerdalen op de aarde. We weten dat voorafgaand aan de oorlog van 1967, er geen Israëlische nederzettingen waren, met uitzondering dan van de Israëlische steden en dorpen in Israël, en ook die werden nooit erkend door de Arabieren, waarvan zij beweerden [en nog steeds beweren] dat ook die ‘bezet gebied’ waren [en nog zijn]. De grote zegen van de huidige nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza is, dat ze het etiket van ‘bezette gebieden’ verwijderd hebben, die hun voorgangers gaven aan de oude gevestigde nederzettingen in Israël zelf, behalve dan in de ogen van Hamas, de PLO en andere Arabische partijen, die nog steeds hun volk aanleren dat beide gebieden ‘bezet’ worden gehouden [door de Joden]. Zo klinkt aldus de huidige internationale psychose “dat vrede nakend is vanaf het ogenblik dat elke nederzettingsactiviteit wordt gestaakt,” zo hol als een slechte grap, maar in wezen veel minder grappig dus.

Met andere woorden, met of zonder nederzettingen, is de negatieve houding van de Arabieren tegenover Israël nooit afhankelijk geweest van de lotgevallen van een of andere Joodse nederzetting in gelijk welk deel van het land. Onder gelijk welke omstandigheden en binnen eender welke grenzen, was het altijd het Joodse hard labeur op het land dat aan de Arabische aanwezigheid resoluut de totale afwijzing genereerde. Geen beter bewijs dan dat is de huidige stand van zaken, waarin de ‘gematigde’ Palestijnse Autoriteit haar kinderen op school onderwijst dat Israëlische steden zoals Haifa en Tel-Aviv nog steeds Palestijnse steden zijn, terwijl Hamas helemaal de totale vernietiging van de Joodse staat op het Arabische land van ‘Palestina’ verkondigt – een zogenaamde Waqf (een soort heilige vergelding) in hun ogen – aan beide zijden van de ‘Green Line’ [groene lijn], die enkel en alleen nog in Israëlische ogen gebruikt wordt om de scheiding tussen Israëlisch en Palestijns gebied te markeren.

In 2000, tijdens de tweede Camp David onderhandelingen, heeft de toenmalige premier Ehud Barak de bijna totale terugtrekking van Israël van 95% uit de ‘bezette’ gebieden aan Yasser Arafat aangeboden, in ruil voor zijn inzet om een einde te maken aan het conflict, maar Arafat heeft dit geweigerd omdat in zijn ogen, die terugtrekking geen einde zou maken aan de inworteling van de Joden in het land van Israël, zelfs als bijna het ganse deel van het Palestijnse grondgebied aan hem zou toegewezen worden. In Gaza ging Israël nog een stap verder door de Israëlische nederzettingen volledig te ontruimen, dus niet enkel de bouw en/of uitbreiding ervan stil te leggen, met het gekende resultaat dat niet zoals beloofd de vrede zou komen van zodra deze nederzettingen werden ontruimd, maar meer oorlog en dood veroorzaakte in de Israëlische dorpen en steden rondom de Gazastrook. Dit betekende dat, verre van dat de ‘zuivere’ grenzen van Israël immuun waren voor Arabisch geschut als het zich maar eerst zou terug trekken uit de nederzettingen ‘die de vrede bedreigen’, in feite beschouwd werden als een legitieme prooi voor nog meer aanslagen.

Evacuatie van Yamit (Sinai, 23 april 1982) door het IDF

Evacuatie van Yamit (Sinai, 23 april 1982) door het IDF

Nu weten we dat een van de meest krachtige hefbomen, die bewerkte dat president Sadat aanstuurde tot een overeenkomst met Israël in 1977 en een vredesverdrag ondertekende, dat zijn echte angst was dat had hij niet langer de bouw van Israëlische nederzettingen in de [Egyptische] Sinaïwoestijn kon doen uitstellen, die bestonden uit de kleine stadjes Ophira en Yamit* (2.500 inw.) en een aantal andere succesvolle agrarische nederzettingen, ondernemingen en fabrieken die enkele duizenden Israëliërs huisvestten, dat die zouden uitgroeien tot steden die niemand meer zou kunnen vernietigen, indien zij zich zouden kunnen ontwikkelen tot grotere steden met tienduizenden inwoners. Hij begreep dat wat er was gebeurd met Ashkelon en Jaffa nà 1948, ook van toepassing zou zijn op de Sinaï als er genoeg jaren zouden verlopen en vergezeld werden van een sterke nederzettingsbeweging, die een weg zou inslaan waarna geen terugkeer mogelijk werd. Het omgekeerde leek ook mogelijk dat wanneer Sadat zich zou inzetten voor de vrede, hij nog steeds kon zorgen dat na slechts 15 jaar van inplanten van Israëlische nederzettingen, het proces nog steeds omkeerbaar was.

[* de 7.000 Israëlische bewoners van Ophira en Yamit werden tussen november 1979 en april 1982 door het Israëlische leger geëvacueerd en het laatste deel van de Sinaïwoestijn dat het sinds 1967 - nadat Egypte de Zesdaagse Oorlog had verloren die het zelf begonnen was - bezet hield werd terug aan Egypte gegeven in april 1982 in kader van een vredesverdrag met Israël bron Ophira heet thans de Ophira International Airport en is een luchthaven in Sharm el-Sheikh, Egypte. De luchthaven was oorspronkelijk een basis voor de Israëlische luchtmacht, die op 14 mei 1968 werd geopend nadat Israël in 1967 de Egyptische Sinaïwoestijn bezette.]

De Palestijnen en de Syriërs hebben gefaald hieruit hun lessen te trekken. Zij dachten dat ze niets te verliezen hadden door te wachten, omdat zij hun grondgebied ‘onvervreemdbaar’ achtten en ze niets te verliezen hadden door het vredesproces steeds weer voor zich uit te schuiven. Het feit dat zij in beide gevallen gebieden verloren als gevolg van hun agressie in 1967, kon hen amper imponeren omdat ze ervan overtuigd waren dat hun vacant ‘bezet gebied’ op hen lag te wachten om terug veroverd te worden van zodra zij weer op krachten waren gekomen. Volgens dit denkpatroon, werden ze niet alleen compleet blind voor de eventuele gevolgen en kosten van hun agressie, want anders hadden die er hen wellicht van weerhouden om een nieuwe oorlog te beginnen die ze zeker weer zouden verliezen. Maar ze werden aangemoedigd om het telkens opnieuw te proberen ervan overtuigd dat ze toch niks te verliezen hadden. Zodoende werden ze nooit afgeschrikt door deze strategie, terwijl Israël dit als een teken zag dat wie een oorlog start [èn verliest], de prijs in de vorm van verlies van grondgebied mag betalen en diegenen die niet tot een vredesregeling zijn te overtuigen, delen van hun grondgebied voor altijd verbeurd zien verklaren, in de hoop dat de afschrikking [om nieuwe oorlogen te beginnen] misschien ooit weer gereactiveerd kan worden.

Israëlische nederzetting in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever

Israëlische nederzetting in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever

Net zoals wat exact na het einde van de Tweede Wereldoorlog gebeurde, toen de grenzen van het agressieve Duitsland werden beperkt en die van haar slachtoffers werden uitgebreid op haar kosten om aldus de vrede te waarborgen, zo moet Israël het signaal geven dat zij permanent een aantal van deze gebieden wenst te behouden, niet enkel als een straf voor de daders maar vooral als afschrikking voor de agressor en als prijs voor hun agressie en om de kosten van de oorlog te dekken die zij begonnen tegen de Israëlische soevereine staat. Totdat de vrede wordt bereikt, kan alleen een intensieve nederzettingspolitiek door Israël als een voldoende sterke prikkel aan de Arabieren worden gegeven als stimulans om haast te maken met het vredesproces vooraleer het land onherstelbaar verloren gaat. Dus, net zoals het het geval was met Sadat [en de toenmalige kwestie in de Sinaïwoestijn] van de Israëlische nederzettingen één van de meest krachtige stimulansen bleken om orde op zaken te krijgen, zo zullen ze ooit ook werken voor de Palestijnse en Syrische gevallen.

Uitgaande van het precedent in de Gazastrook, werd elke Israëlische nederzetting die een model was van productiviteit en creativiteit, ontruimd en omgezet in puin en werd zij op korte tijd  een uitvalsbasis voor de [Palestijnse] artillerie om Israël te bestoken met mortieren en raketten, nadat de nederzetting overgenomen was door de Palestijnen. Hieruit blijkt dat de strijd van de Arabieren niet om land gaat, niet om de grond die opgewerkt en verbeterd was door de Israëlische boeren met het oog om het land te gebruiken voor vreedzame en menselijke ontwikkeling, maar precies om de grond te ontzeggen aan de Joden en dieper te knagen aan het proces van vernietiging en delegitimisering van het land. Het ligt voor de hand dat een verkeerd berekende en overhaaste terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte, ons land zou veranderen in oorlogsgebied, terwijl het niet herbewonen van het geëvacueerde land in niemands profijt is. Enkel wanneer de Arabieren op het punt staan om weer te verliezen na een zoveelste aanval [op Israël], zullen ze trachten agressie te vermijden; en alleen wanneer een aantal van hun verloren grondgebieden onafkoopbaar blijken, zullen zij zich haasten om een vreedzame regeling te accepteren vooraleer het te laat is.

Bron: Middle East and Terrorism: Settlements and Peace: Incentives and Obstacles door Raphael Israeli van 29 augustus 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh

Afbraak-wedstrijd in Oost-Jeruzalem opgediend met rugelachkoekjes

Arabische wijk  van Al-Boestan, Silwan in Oost-Jeruzalem

Arabische wijk van Al-Boestan, Silwan in Oost-Jeruzalem

Tuvia Tenenbom (Tel Aviv, stichter en artistiek directeur van het Jewish Theater in New York

Tuvia Tenenbom (°Tel Aviv), stichter en artistiek directeur van het Jewish Theater in New York

“Ik zat thuis,” vertelt me een jonge Duitse vrouw van midden in de twintig jaar oud, “en ik las wat de Joden die arme Palestijnen aandoen. Ik wist dat ik dit moest stoppen. Het zijn nazi’s !” Dat is waarom, zegt ze mij, dat ik Duitsland heb verlaten en naar hier ben gekomen: Al-Boestan, Silwan in Oost-Jeruzalem. De Palestijnen, legt ze me uit, hebben hun huizen in Silwan 200 jaar geleden gebouwd en de Joden zijn ze nu aan het afbreken. Uit curiositeit vroeg ik haar of ze ook zoveel sympathie voelt voor de Tsjetsjenen of de Tibetanen, en of ze haar gedachten met me wil delen over Ruwanda of Darfoer. “Ik weet niet veel over buitenlandse zaken,” luidt haar spontane antwoord.

Ik ontmoet haar tijdens een persconferentie gehouden door een departement van de Verenigde Naties, het Kantoor voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken [Office for the Coordination of Humanitarian Affairs], in de volksmond bekend als OCHA, en van de Britse ngo ‘Save The Children UK’. De persconferentie vindt plaats onder een luifel gemaakt van vuile lakens, die de lokale bevolking ‘De Tent’ noemt. Waarom in zo’n lelijke plaats? Ik ben er niet zeker van, maar misschien dachten de organisatoren dat dit de beste manier is om een beeld op te hangen van Palestijnen die in volslagen ellende leven. Het feit dat deze tent bovenop het dak van een eengezinswoning staat, lijkt geen van deze organisatoren, meestal blonde Europese ngo-mensen, te storen. Wat hen wèl stoort, wordt al snel duidelijk, is met name het gebrek aan zichtbare ‘Noodlijdende Palestijnen’ in het publiek.

rugelachkoekjes met Chanoeka

rugelachkoekjes met Chanoeka

De persconferentie is wat vertraagd tot even later hete Turkse koffie en de lekkerste rugelachkoekjes worden opgediend. [rugelach zijn een typisch Joodse lekkernijen, die worden geserveerd op het feest van Chanoeka, en gebakken worden in deeg, gevuld met amandelen, rozijnen, kaneel en veel suiker]. En dan een wonder, vooraleer je goed beseft wat er gebeurt, vormen mooie Arabische vrouwen in glanzende hijabs een lijn voor de gratis rugelachkoekjes. Nu de authenticiteit van de omgeving werd hersteld, kan de persconferentie beginnen. “300.000 Palestijnen dreigen hun huizen op de Westelijke Jordaanoever te verliezen,” worden we aldus geïnformeerd door de Britten. Een bedroefde Philippe Lazzarini, de directeur van OCHA, uit zijn diepe medeleven aan het publiek over deze ‘miserie en het ontkende onrecht’ en veroordeelt de ‘3.000 afbraakbevelen op de Westelijke Jordaanoever.” Hoe het cijfer van 300.000 naar 3.000 zo snel is kunnen dalen mag Joost weten, maar zeker is dat het cijfer ‘3’ in beide versies voorkomt.

Philippe, die afkomstig is uit Zwitserland, belooft vurig dat de Verenigde Naties al het mogelijke zullen doen om te helpen. Een locale rugelachsnoeper heeft een vraag. Hoe komt het dat de mensen die hun huizen hebben verloren geen hulp krijgen? De ngo’s hebben zo veel geld, zegt de rugelachsnoeper, waarom delen ze dat dan niet met de behoeftige gezinnen en hun kleine kinderen? Zijn dit dan niet de werkelijke doelstellingen van de ngo’s en de Verenigde Naties? De rugelachsnoeper wordt onmiddellijk teruggefloten. “Het onderwerp hier gaat over politiek, niet over individuen,” komt een scherp antwoord. “Individuen krijgen niets! Alleen vragen van de media, alstublieft!”

Mijn keel schrapend, vraag ik de geachte Europeanen om een exacte datum van de meest recente afbraak in het gebied. Als antwoord, krijg ik vier verschillende data: “10 maart 2009.” “10 juni 2009. “November 2008.” “28 januari 2009.” Mevrouw Asgeirsdottir Elin, een blonde vrouw uit IJsland, vreest dat ik een verkeerde indruk zou krijgen [van de tegenstrijdige informatie] en stopt me snel een papiertje toe waarop ze haastig neerschrijft dat ze mij de gewenste informatie kan leveren. Zij heeft de statistieken; zij is tenslotte Ambtenaar voor Mensenrechten Zaken bij het OCHA.

Al-Boestan, 21 nov. 2008. Fakhri abu-Diav poserend voor een huis dat op 5 november 2008 werd gesloopt

Al-Boestan, 21 nov. 2008. Fakhri abu-Diav poserend voor een huis dat op 5 november 2008 werd gesloopt

Ik vraag of het mogelijk is om een familie te ontmoeten wiens huis onlangs werd vernietigd. Ik zou het echt op prijs stellen wanneer ik mensen kon interviewen die hun 200 jaar oude huis hadden vernield zien worden door Israëlische bulldozers. Ik wordt voorgesteld aan meneer Fakhri, een man die de titel voert van Hoofd van het Silwan Comité. “Hij zal u meenemen naar de mensen,” wordt mij verteld. Maar meneer Fakhri, een bewoner van de Al-Boestanwijk, wiens eigen huis zelf bedreigd wordt met een afbraakbevel, is niet echt in een goeie bui. Hij bekijkt me even, kijkt dan naar het Duitse meisje naast me, en besluit te gaan voor het meisje. “Ik zal je een knappe Duitse man geven die u alles zal laten zien,” zegt hij tegen haar. Ik maak de meneer Fakhri heel duidelijk dat hij mij niet kan scheiden van het Duitse meisje. Vandaag horen wij bij elkaar. Omdat hij niet te kiezen heeft, neemt meneer Fakhri ons beiden mee voor een rondleiding in Al-Boestan, een verbazingwekkende mooie wijk met kleurrijke steegjes en pittoreske achtertuinen. “Hoe oud is uw huis,” vraag ik hem? “Ik bouwde het in 1992,” antwoordt hij. Of hij een vergunning heeft gekregen om het te bouwen? “Nee, nee, geen toelating. Kom naar mijn huis, ik geef je koude dranken.”

Uiteindelijk keren we terug naar ‘De Tent’ zonder dat ik ook maar één ontheemde heb ontmoet. Ik werp nog een laatste blik op mijn omgeving: “Stop de Afbraak,” zegt een slogan op een bord in het Engels. “Neen aan de Judaïsering!” zegt een slogan in het Arabisch. Beide borden worden betaald door, dankuwel, de Europeanen. Ik vraag aan meneer Fakri of ik nog een foto van hem mag nemen. Hij toont me zijn breedste glimlach. Het Duitse meisje tikt hem vermanend op de vingers: “Je wordt niet verondersteld te lachen. Je lijdt nu!”

De waarheid mag gezegd worden, het is meneer Fakhri die gelijk heeft. Hij kan gewoon niet meer ophouden met lachen wanneer hij naar die buitenlandse ambtenaren luistert, waaronder ook regeringsleden van Barack Obama, die de baarlijke nonsens bedachten in ‘De Tent’. Waarom is het zo dat de Amerikanen alles geloven wat de Europese ngo’s en de Verenigde Naties hen ook maar trachten wijs te maken? Misschien dat Kafka in staat zou zijn om dit uit te leggen; ik kan het niet. Lang leve Europa. Het is goed om blond te zijn. Hillary Clinton is dat ook.

Bronnen: Middle East and Terrorism: Demolition Derby door Tuvia Tenenbom van 23 augustus 2009, vrij bewerkt en vertaald door Brabosh

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 224 other followers