Het begint, redelijkerwijze, als een reactie op het schijnbaar onnodige geweld door Israël. Dan schuift het door naar Israël te beschuldigen van uitbreiding op het land waarvan de Arabieren zeggen dat het van hen is. Niets mis met kritiek, zoveel is wel zeker. Israël, een staat, verdient te worden beoordeeld zoals gelijk welke andere staat in de wereld.
Zelfs degenen die Israël gunstig gezind zijn hebben vaak de plicht gevoeld om te wijzen op haar fouten. In meer onschuldige tijden, meende ik dat intellectuelen in het Westen bijzondere aandacht besteden aan de fouten van Israël, omdat zij van de staat verwachten dat het een hoge[re] standaard zou neerzetten. Wie zou zich zorgen maken over de morele status van, zeg maar Bolivië? Niemand anders behalve dan de Bolivianen. Joden echter, leven met het gebod (zoals Jesaja God citeert) ‘een lichtbaken voor de naties’ te zijn.
Maar nu is alles veranderd. Opstaan tegen Israël is uitgegroeid tot een geïnstitutionaliseerd ritueel. Het is thans een beweging die zich uitstrekt over heel Europa en Noord-Amerika. Het heeft zijn tradities zoals bijvoorbeeld de Israël Apartheid Week, die elk voorjaar aan de universiteiten wordt gevierd en vaak de oorzaak is van rellen en een goede gelegenheid biedt om Joodse leerlingen te intimideren. Fel verzet tegen Israël lijkt de belangrijkste interesse te worden van duizenden mensen over de hele wereld. Velen zijn moslims die sympathiseren met de Palestijnen, maar ook velen zijn dat niet. De afgelopen week, stonden aanvallen op Israël opnieuw op de agenda van de algemene vergadering van de Raad van de Verenigde Kerk van Canada, een bekende criticus van Israël al generaties lang.
Wat denken redelijke mensen over deze meedogenloze campagnes aan de universiteiten, in de kerken en bij de vakbonden?
Degenen die erbij betrokken zijn dringen er vaak op aan dat het geen kwestie is van antisemitisme. Ze zeggen gewoonlijk: “Ik ben anti-Israël, geen antisemiet. Dat is heel wat anders.”
Na decennialang gebruikt te zijn, is deze verklaring van onschuld niet langer geloofwaardig. In mijn persoonlijke waarneming, blijken de vijanden van Israël vaak ook antisemieten te zijn. De echte agenda van de anti-Israël activisten komt vaak tot uiting in de wijze van propaganda voeren en in de exclusieve aandacht die ze geven aan één bepaald land.
De stijl van de protesten gaat veel verder dan alleen maar ‘kritiek’, dat goedaardig zelfstandig naamwoord dat verwijst naar civiele geschillen. Vaak wordt de stijl van de anti-Israël propaganda, zoals die verspreid wordt op de campussen en elders, geleend bij de cartoons van de nazi’s. Zoals Craig Offman al meldde in de Washington Post, hoe de afgelopen winter studenten van de Universiteit van Manitoba geconfronteerd werden met posters in de buurt van een campus boekhandel, zo onder andere een poster waarop een chassidische Jood werd afgebeeld – compleet met kromme neus en Davidster – die een bazooka richtte op de neus van een Arabier met enkel een katapult in zijn handen, en een Israëlische helikopter met een hakenkruis op de top, die een babyflesje bombardeerde.

Stickers verspreid aan de Harvard Universiteit: 'Israël van de kaart. NU!' (oktober 2005)
Bovendien is het woord ‘apartheid’ tegenwoordig een favoriete slogan geworden van de anti-Israël beweging, die met opzet een vicieuze ondertoon van racisme in zich meedraagt. Het is een manier om de definitieve voorwaarden vast te leggen van een probleem voordat het kan worden besproken.
De meest verontrustende kwaliteit van de aanvallen [op Israël], echter, ligt in hun eenduidigheid. Ze geven ons de indruk dat Israël meer afkeuring verdient dan eender welk ander land op aarde – in feite zelfs meer dan alle andere landen sàmen. Vijanden van Israël mogen dan soms beweren dat zij ook resoluties hebben aangenomen waarin zij de genocide in Afrika of de dictatuur in Birma (Myanmar) betreuren, maar deze opvattingen worden uitgedrukt in vergelijkende wijze. Ze worden ook nooit gevolgd door grootschalige, langlopende [protest]bewegingen.
Besteedt de York Universiteit in Toronto (Canada), zo toegewijd aan de rechten van de Palestijnen, ook elk jaar een week aan het lot van de Falun Gong in China? Hebben de studenten van de Concordia Universiteit in Montreal (Canada) gedemonstreerd tegen de massale verkrachtingen in Congo? Heeft de Ontario afdeling van de Canadese Unie van Openbare Werknemers (CUPE), die voorstander is van een boycot van Israëlische universiteiten, iets gezegd over de Tibetaanse vrijheid? Heeft iemand van hen iets gehoord in verband met het verweerschrift van het Oeigoerse Wereld Congres van onderdrukte moslims in de provincie Xinjiang van West-China?

Amir Abdel Malik Ali van de MSU (Muslim Student Union) legt aan de campus van de Irvine Universiteit (Calif. VS) de studenten uit hoe Zionisten de Amerikaanse media domineren (nov. 2005)
En toen het Gaza-conflict aan de gang was (januari 2009) werd op geen enkele campus (voor zover ik weet) een campagne gelanceerd om te protesteren tegen het vermoorden van andere mede-Palestijnen door Hamas [in Gaza]. Zij vermeden ook opvallend het Hamas-beleid aan te klagen van het gebruik van vrouwen en kinderen als menselijk schild.
Voor zover we iets kunnen opsteken van hoe zij in het openbaar handelen, lijken deze organisaties in hun buitenlands beleid, slechts één punt op hun agenda te hebben, met name hetzelfde punt dat zij zouden hebben indien dit in feite fundamenteel zou ingegeven zijn geweest door antisemitisme.
Howard Jacobson, een Britse schrijver en journalist, noemt dit fenomeen “Zuivere en simpele Jodenhaat, haat jegens de Joden die velen van ons altijd deden vermoeden dat dit de enige mogelijke verklaring kan zijn wanneer elke keer de gezichten verstrakken en door afschuw worden verwrongen telkens wanneer het woord Israël opduikt in onze gesprekken.”
Diegenen die zich verzetten tegen het beleid van Israël hebben het recht om daarover hun mening en hun woede te uiten, hoewel het onredelijk is. En diegenen die net zoals ik, zich boos maken om het meedogenloze en volledig selectief tromgeroffel, hebben ook recht op ernstige achterdocht en wantrouwen.
Bronnen: Middle East and Terrorism: When criticizing Israel becomes ritual door Robert Fulford van 24 augustus 2009, vrij vertaald en bewerkt door brabosh



