Israëls fundamenten [3] Israël & de Palestijnse kwestie en de publieke opinie

'Ze zeggen dat ze tegen de Zionisten zijn maar ze bedoelen de Joden' (Martin Luther King)
Het ‘idee’ van een Israëlische staat ligt onder vuur. Haar geschiedenis, haar rechten en legitimiteit worden in toenemende mate in vraag gesteld of verdacht gemaakt. Sommige mensen vragen zich – en terecht – verwonderd af: “Waarom zou Israël voortdurend uitleg moeten geven over haar recht om te bestaan als land en natie? Niemand toch die zich ooit afvraagt waar Zweden het recht vandaan haalt om te bestaan als land?” Maar de waarheid is: Israël is anders. De geschiedenis van het Joodse volk en de omstandigheden waarin het land werd gesticht, zijn op zijn minst ongewoon. Bepaalde kernprincipes moeten daarom opnieuw worden bevestigd. Dat is het doel van dit bijzondere document – om de fundamentele nationale rechten van het Joodse volk en hun streven voor de toekomst te herdefiniëren. Of het spreekwoordelijke ‘even terug de puntjes op de ‘i’ te zetten’.
Dat dit soms wel nodig is kwam onlangs op een tragische wijze aan het licht, toen in het begin van dit jaar – naar aanleiding van de Gazacrisis – een antisemitische golf door Europa raasde die we niet meer beleefd hadden sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het ‘spook van het antisemitisme‘ was weer daar! Die ging andermaal gepaard met vele aanslagen op Joodse burgers en bezittingen. In vergelijking met dezelfde periode het jaar voordien, bleek dat het antisemitisme met meer dan 200 procent was toegenomen. Als de link tussen het Joodse volk en de moderne staat Israël niet erg duidelijk was voor velen, hebben de antisemieten van de wereld die connectie op de meest grimmige en duidelijkste wijze gelegd. Of zoals de mensenrechtenactivist Dr. Martin Luther King het de vorige eeuw ooit uitdrukte: “Wie kritiek heeft op de Zionisten, bedoelt in feite de Joden.”
Dit document is van de hand van Andrew White ‘Israël’s fundamental case‘ en werd opgedeeld in zes hoofdstukken en in 42 punten. Op Verzet Blogspot verschijnt dit – gelet op de omvang van de tekst – in drie delen en werd vrij vertaald en bewerkt door Brabosh. Het eerste deel verscheen eerder op 19 juli met als titel: De rechten v/h Joodse volk en de stichting van de Joodse staat en het tweede deel op 26 juli getiteld: De Israëlische samenleving en de zucht naar Vrede.
In dit 3de deel komen de volgende onderwerpen aan bod:
Israëls fundamenten [3] Israël & de Palestijnse kwestie en de publieke opinie
- E) Israël en de Palestijnen: kernpunten
- F) Israël en de internationale publieke opinie
E) Israël en de Palestijnen
27. De Israëli’s en de Palestijnen hebben een gedeeld belang in het vinden van een oplossing: De Israëlische en Palestijnse mensen hebben een gedeeld belang in het bereiken van een oplossing op lange termijn. Ze zijn niet bezig met een ‘nuloplossing’ waar ‘pro-Israël’ hetzelfde betekent als ‘anti-Palestijns’ of vice versa. De uitdaging voor derde partijen die de zoektocht naar vrede ondersteunen, is om rationeel en humaan te pleiten voor de legitieme rechten van beide volkeren. Op dit ogenblik geloven veel te veel derde partijen, waaronder vele niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en drukkingsgroepen uit heel Europa, dat het hun rol is om te prediken tegen Israël, of om het te behandelen als een paria staat, totdat het onder die druk zou bezwijken. Dit is een volkomen verkeerde opvatting. Ideeën over vrede en hoe die kan worden opgebouwd, moeten ook worden ingebed in de Palestijnse en in de bredere Arabische samenlevingen.
28. Israël accepteert de Palestijnse staat en een twee-staten-oplossing: Het gemiddelde Israëlische denken over een Palestijnse staat heeft zich in de afgelopen jaren enorm ontwikkeld. In de afgelopen 15 jaar heeft het Israëlische publiek blijk gegeven dat zij het idee van een Palestijnse staat zij-aan-zij met Israël kan aanvaarden en zich bereid getoond om materiële offers te brengen voor het bouwen aan de twee-staten-oplossing. Het ontbreken van een Palestijnse staat tot vandaag is niet de oorzaak van het aanhoudende conflict, maar het gevolg van dat conflict. Het is de Iraanse, Arabische en Palestijnse afwijzende houding die tot op heden belet heeft dat een levensvatbare Palestijnse staat in het leven kon worden geroepen.
29. De Palestijnen moeten uit hun ‘slachtofferrol’ kruipen en hun kansen grijpen: Het extremisme van de Arabische en Palestijnse leiders heeft de algemene situatie van het Palestijnse volk bestendigd. Ze portretteren zichzelf altijd als slachtoffers van Israël en hebben daardoor vele kansen en mogelijkheden om hun situatie te verbeteren, laten liggen inclusief de verwezenlijking van een eigen staat. Zelfs nu, wanneer het Israëlische leiderschap open staat voor de stichting van een Palestijnse staat, blijven zij doorgaan met het bevorderen van een eenzijdige mentaliteit van het zich wentelen in een ‘slachtofferrol’. Vrienden en sympathisanten van de Palestijnen zouden hen beter op hun verantwoordelijkheden wijzen evenals op hun rechten en hen eraan herinneren dat er voordien nog nooit een nationale beweging is geweest, die zoveel internationale diplomatieke en politieke aandacht heeft getrokken en zoveel economische en financiële steun heeft gekregen.
30. De Palestijnse samenleving is verdeeld en zwak, hetgeen een twee-staten-oplossing verhindert: Het Palestijnse volk is nog steeds intern diep verdeeld. De Palestijnse Autoriteit is te zwak om de veiligheid te handhaven, zelfs in de gebieden op de Westelijke Jordaanoever die onder haar controle vallen. Hamas, dat de Gazastrook bestuurt, verwerpt volkomen een twee-staten-oplossing. Het is niet Israël dat het obstakel vormt om te komen tot een land-voor-vrede-overeenkomst, maar de afwezigheid van een sterk pragmatisch leiderschap tussen de Palestijnen onderling alsmede de ideologische verdeeldheid binnen de Palestijnse gemeenschap en in de Arabische wereld (zoals hierboven werd toegelicht).
31. Door de terugtrekking uit de Gazastrook en uit het noorden van de Westelijke Jordaanoever blijkt dat Israël bereid is offers te brengen en risico’s te nemen. In de afgelopen jaren heeft Israël bij herhaling blijk gegeven van haar bereidheid om moeilijke stappen te doen met het oog op de zoektocht naar vrede. In 2005 trok Israël zich terug uit de Gazastrook, heeft het haar militaire aanwezigheid teruggetrokken, werden er duizenden Israëlische burgers die daar al vele jaren woonden gedwongen ontworteld, en werden hun huizen en gemeenschappen fysiek vernietigd. Het trok zich tevens terug uit het noorden van de Westelijke Jordaanoever. Israël hoopte hiermee dat dit de Palestijnen in Gaza zou aanmoedigen om te bouwen aan een stabiele en internationaal ondersteunde mini-staat, en aldus dynamisch aan de weg naar een twee-staten-oplossing zouden timmeren. In plaats daarvan verkozen de Gazanen een gewelddadig en rejectionistisch leiderschap en werd het offensief met raketten en mortiergranaten tegen Zuid-Israël nog geïntensiveerd. Zelfs op het ogenblik dat Israël werd geconfronteerd met de islamitische dreiging en de militaire opbouw van Hamas, bleven de Israëlische leiders verder onderhandelen over het kader van een definitieve overeenkomst met de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en bespraken openlijk over een mogelijke landruil, over de omvang van toekomstige territoriale terugtrekkingen en een over nieuwe regeling voor Jeruzalem. Deze problemen hebben veel angst veroorzaakt binnen Israël. Voor veel mensen vormde het bereiken van een overeenkomst met de Palestijnen op dat moment een ernstige bedreiging voor de veiligheid van het land en het einde van de religieuze visie op een ‘groter Israël’. De reden dat de Israëlische samenleving bereid bleef om door te gaan met onderhandelen ondanks deze interne onrust, was omdat de meerderheid van haar leiders en de burgers beseffen dat veel pijnlijke offers nodig zullen zijn om vrede te verwerven.
32. De beveiligingsmaatregelen die Israël heeft genomen, worden haar opgedrongen door het Palestijnse geweld: Het veiligheidsbeleid van Israël wordt stelselmatig bekritiseerd omdat het de vrede zou blokkeren en de Palestijnse wrevel en extremisme zou vergroten. Maar Israël werd tot dit beleid gedwongen door de aanhoudende aanvallen en bedreigingen waarmee het wordt geconfronteerd. Israël heeft nooit een ‘veiligheidshek’ gewild, noch het uitvoeren van arrestaties in Arabische dorpen op de Westelijke Jordaanoever, Gaza tot een ‘vijandige entiteit’ afkondigen of het uitvoeren van militaire invallen, of het opzetten en onderhouden van militaire controleposten op de Westelijke Jordaanoever die ongetwijfeld een belemmering vormen voor de vrijheid van verkeer en de oorzaak zijn van dagelijkse ergernis en frustratie. Maar zelfs de Palestijnse facties hebben toegegeven dat Israëls veiligheidsmaatregelen vele aanvallen hebben verijdeld en de spiraal van geweld aanzienlijk hebben verminderd. Als ooit een duurzame vrede wordt bereikt en de terreur zal ophouden, worden mettertijd de veiligheidsmaatregelen van Israël als vanzelf overbodig.
33. De Palestijnen hebben een lange lijst van zelfmoordaanslagen en nog steeds de wil en het vermogen om er nog meerdere uit te voeren: In de afgelopen jaren werden er door Palestijnse Arabieren meer dan 25.000 gewelddadige aanvallen en aanslagen op Israëlische doelen uitgevoerd – bomaanslagen, aanvallen met machinegeweren, schietpartijen vanuit rijdende voertuigen [drive-by shootings] en vele andere. Deze omvatten 150 zelfmoordaanslagen en een veelvoud aan verijdelde pogingen (en niet inbegrepen de meer dan 7000 mortier- en raketaanvallen uit Gaza, en de 4000 raketten die door Hezbollah werden afgevuurd in de zomer van 2006). Palestijnen bombardeerden doelen in Israël waaronder winkelcentra en niet-overdekte markten, bussen, restaurants en koffiehuizen, de ingang van een synagoge en een bloedige aanslag op een Paasfeest [Pesach], een snooker hal en op de kantine van een universiteit. Meer dan 1000 Israëliërs werden gedood en duizenden anderen gewond en getraumatiseerd. Ook werden er Palestijnse geplande aanslagen verijdeld die ‘mega-terreur-aanslagen’ wilden uitvoeren op een brandstof depot in Noord-Tel-Aviv en op de hoogste wolkenkrabbers van het land. De Ohayon kinderen werden van dichtbij in hun bed in een Noord-Israëlische kibboets doodgeschoten door een Palestijnse straatrover terwijl, hun moeder haar kinderen een verhaaltje-voor-het-slapen-gaan voorlas. In de Gazastrook werden de vier Hatuel zusters van dichtbij doodgeschoten door Palestijnse gewapende mannen, terwijl de meisjes in hun zetels vastgegordeld waren in de achterkant van een gezinswagen. Hun moeder werd eveneens doodgeschoten. Israëli’s hebben begrijpelijkerwijze de geruststelling nodig dat een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever niet een zoveelste nieuw lanceerplatform wordt voor verder geweld van dit type.
34. Er bestaat geen moreel equivalent tussen Palestijnen die Israëlische burgers als doelwit nemen en de Israëlische maatregelen ter bescherming van haar burgers: Israël wenst niet te worden opgesloten in een ‘cyclus van geweld’. Haar veiligheidsbeleid is het laatste redmiddel van maatregelen die haar met geweld werden opgedrongen en die bedoeld zijn om haar burgers te verdedigen (wat ook de plicht en de verantwoordelijkheid is van gelijk welke regering) en het beteugelen van het geweld dat tegen hen is gericht. Er bestaat geen equivalent voor het doelbewust onder vuur nemen van burgers en vergeldings- of preëmptieve aanvallen tegen de aanvallers (die zich vaak schuilhouden in bevolkte gebieden) en die het leven kosten aan burgers. Voor de Palestijnse groepen, die zich richten op de Israëlische burgerbevolking, is dit hun uitverkoren strategie. Israël probeert steeds te vermijden dat er Palestijnse burgers worden gedood. Tragisch genoeg, falen zij daar soms in.
35. Erkenning van Israël als een Joodse staat is van fundamenteel belang voor een duurzame vrede: Verbazingwekkend genoeg blijven gematigde Palestijnse leiders en woordvoerders verklaren dat zij Israël weigeren te erkennen als een ‘Joodse staat’. Het is onmogelijk in te schatten wanneer ooit vrede kan worden bereikt zolang zij hierin niet van mening veranderen. Een andere belangrijke uitdaging in het smeden van een twee-staten-oplossing is het bereiken van de Palestijnse erkenning van de Joodse nationale rechten. Door deze erkenning kunnen de Palestijnen veiligheid, economische welvaart en hun legitieme rechten verwerven.
36. De Palestijnse Arabieren moeten de historische band van het Joodse volk met Jeruzalem erkennen: Toen Jeruzalem nog in Arabische handen was, werd het Joodse recht op eredienst aan de Westelijke Muur beëindigd. Joodse sites die onder Palestijnse jurisdictie vielen zoals bijvoorbeeld het graf van Jozef in Nabloes, werd vaak in brand gestoken of werden ontheiligd. De meeste Palestijnen verwerpen het idee dat Jeruzalem de historische hoofdstad van de Joden is, een houding die vrede onmogelijk maakt. Nogmaals, de kern van het conflict gaat niet over de bereidheid van Israël om de Palestijnse rechten te erkennen maar het is precies andersom.
37. Het recht van de Palestijnse vluchtelingen om te wonen in een toekomstig Palestina: Terwijl Israël het ‘recht op terugkeer’ van de Palestijnen naar Israël verwerpt, verdedigt het al heel lang een praktische oplossing voor het vluchtelingenprobleem. Hierin zouden de Palestijnen die buiten het gebied wonen, het recht krijgen om te verhuizen naar een toekomstige staat Palestina, maar niet naar Israël zelf (met uitzondering dan van een beperkt aantal). Compensatiesleutels zouden moeten worden uitgewerkt. Veel Israëli ‘s en Joden in de diaspora argumenteren dat dit ook een compensatie moet zijn voor de 900.000 Joden die in de Arabische landen gedwongen werden hun huizen te verlaten in de jaren nadat de staat Israël werd gevormd.
38. Een pragmatische oplossing voor de kwestie van de nederzettingen kan worden bereikt: Er wordt vaak opgeworpen dat de enige manier om vrede te bereiken, is dat Israël zich terugtrekt uit de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever waar thans meer dan 250.000 Israëli’s wonen en nog eens meer dan 200.000 in Oost-Jeruzalem. Wat Israël betreft, wordt dit door har als ‘betwist gebied’ beschouwd en niet als ‘bezet gebied’, dat nooit onder de controle is geweest van een Arabische soevereine entiteit en oordeelt het dat het bestaan van de nederzettingen is geoorloofd. Bovendien, zoals we hebben aangetoond, gaat de kern van het conflict niet over Israël’s aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever, maar over haar legitimiteit als staat op zich. Niettemin, wenst Israël zich terug te trekken uit het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever. Onder de vele blauwdrukken die overwogen werden door opeenvolgende Israëlische regeringen, zouden veel kleine afgelegen Joodse nederzettingen worden geëvacueerd, maar zou het ongeveer 8 tot 10 procent van het gebied op de Westelijke Jordaanoever willen behouden, waar een overgrote meerderheid van Israëli’s wonen. Onder een dergelijke blauwdruk, zou het voor de Palestijnen mogelijk moeten zijn om er een levensvatbare staat op te bouwen, naast de grootste Joodse blokken van nederzettingen. Israël wil over een dergelijke overeenkomst onderhandelen.
39. Terugdringen van het aanzetten tot haat jegens Israël: De Palestijnse samenleving, zowel in de Gazastrook als op de Westelijke Jordaanoever, bevordert het aanzetten tot haat jegens Israël en blijft de daders van zelfmoordaanslagen verheerlijken als martelaren. Door middel van krantencartoons, door Palestijnse tv-uitzendingen voor kinderen, demoniseert de Palestijnse samenleving de Israëli’s en stereotypeert het de Joden. Het maken van de vrede is een taak voor diplomaten. Hun wil en geschiktheid om vrede te bereiken zal afhangen van wat zij geleerd hebben in de klas.
F) Israël en de internationale publieke opinie
40. Kritiek op het beleid van Israël ten aanzien van de Palestijnen is niet antisemitisch, maar demonisering van Israël is antisemitisch: Kritiek leveren op Israël is niet anti-semitisch. Israëliërs zelf geven gemakkelijk toe dat het land fouten heeft gemaakt en dat het geen recht heeft om immuun te worden voor kritiek. Israëli’s van alle overtuigingen zijn vocale critici van hun eigen regeringen. Maar sommige critici van buiten Israël gebruiken argumenten of beelden die antisemitisch zijn. ‘Israël demoniseren’ – dat wil zeggen het beeld van Israël besmeuren door het voor te stellen als een doorlopend onmenselijk en meedogenloos regime waar geen ontkomen aan is – is antisemitisch. Dat imago van Israël is volkomen onwaar en bevordert de haat tegen Israël en tegen de Joden in het algemeen.
41. Argumenten op basis van het meten met dubbele standaarden dragen niets bij tot de vrede: Veel voorstanders van Israël beweren dat in de kritiek op Israël veelvuldig dubbele normen worden gehanteerd, het meten met twee maten en gewichten als het om Israël gaat, is schering en inslag. Zij beweren ook dat zij hierin worden gedreven door antisemitisme (hoewel de meeste tegenstanders van Israël heel overtuigd blijven ontkennen dat ze antisemitisch zijn). De meeste Israëli’s argumenteren dat gelijk welk ander land, dat zich in een vergelijkbare positie bevindt als Israël, zij wellicht soortgelijke of zelfs hardere of strengere veiligheidsmaatregelen zou aannemen – maar toch is het Israël dat er wordt uit geselecteerd voor kritiek. (Anderen wijzen erop dat Israël er geen belang bij kan hebben dat haar gedrag wordt gemeten volgens de normen van Syrië, Soedan of China in Tibet). Uiteindelijk is het irrelevant of de vermeende dubbele normen zijn ingegeven door antisemitisme of niet. Het effect van de dubbele norm is om boycot campagnes – jegens Israël of jegens haar im- en exportproducten – aan te drijven en internationale resoluties in fora zoals de VN-Mensenrechtenraad die telkens weer Israël veroordelen op een eenzijdige manier. Deze maatregelen dragen niets bij aan de vrede en zijn schadelijk voor zowel de Israëli’s als voor de Palestijnen.
42. Israël kijkt naar de internationale media met een open blik en om context te leveren: Israël heeft een vrije en kritische pers en herbergt meer internationale journalisten per hoofd van de bevolking dan gelijk welk ander land in de wereld. Pro-Israël media die beweren dat de media van Israël ‘bevooroordeeld’ is, klagen nooit over het feit dat Israël als zodanig wordt bekritiseerd. Wat ze wel aanklagen is wanneer die kritiek onnauwkeurig is, de context wordt weggelaten en ze ergeren zich blauw aan de gretigheid van veel journalisten die in het wilde weg verhalen accepteren van Palestijnse en andere bronnen, zonder dat ze de moeite nemen om de feiten te controleren op waarachtigheid en betrouwbaarheid, en doen dat zelfs in de wetenschap dat in het verleden bij herhaling is gebleken dat veel Palestijnen zich inspannen om feiten te manipuleren en eigenhandig onware verhalen beramen of zelf te fabriceren. De Israëli’s zijn geen vragende partij van kritiekloze media. Maar zij hebben het recht te verwachten dat de media het begrip voor de situatie van Israël zou bevorderen.
Bronnen: Beyond Images: Israel’s fundamental case door Andrew White, directeur van het Beyond Images Project, mei 2008, vrije bewerkt en vertaald door Brabosh; lees ook op JTA: Israel as a Jewish State, opiniestuk van Lawrence J. Epstein van 6 juli 2009; andere gerelateerde artikels van Beyond Images: How President Obama got it wrong on Israel’s history..…. and why it matters for future peace van 14 juni 2009, vrij bewerkt en vertaald door Brabosh als Obama kent de geschiedenis van Israël niet… en waarom dat zo belangrijk is voor de toekomstige vrede van 12 juli 2009; ‘Five foundations for Israel’s right to exist’ (Briefing 167, February 2006); ‘Israel and the Jews: the 3500 year connection’ (July 2002) en ‘Rejection of Israel in the Muslim world: observations by a pioneer of dialogue’ (Briefing 145, van 27 juni 2005); lees ook op Verzet Blogspot: Barack Obama en de mythe van de nederzettingen van 6 juni 2009; Israëli’s hebben geen vertrouwen meer in Barack Obama van 22 juni 2009; Waarom zouden we naar twee staten streven als er al drie zijn? van 11 juni 2009; Obama maakte historische fout tijdens ‘historische’ speech van 8 juni 2009; Barack Obama’s speech in Kaïro aan de moslimwereld: ‘We’re sorry!’ van 5 juni 2009; Israël wordt ‘obstakel’ voor Barack Obama’s nieuwe politiek in het M-O van 24 april 2009; Palestijnse kwestie: ‘Doos van Pandora’ voor Arabische landen in het M-O van 31 januari 2009
Posted on 2 augustus 2009, in Arabisch - Israëlisch conflict, Dossiers, Israël. Bookmark the permalink. Geef een reactie.


















Geef een reactie