Maandelijks archief: augustus 2009

Dinsdag 1 september: terug naar school [satire]

Geen eenvoudige opgave om de kinderen die twee maanden lang de prooi werden van hun PC-verslaving, van  hun computer weg te trekken en terug richting school te duwen. :)

Met dank aan Muqata Blogspot

schooldag

Na twee maand vakantie staat het nieuwe schooljaar voor de deur. Hoe zorgt u ervoor dat uw kind op 1 september goed voorbereid en fris aan de start staat van het nieuwe schooljaar? Enkele tips van de kranten van vandaag:

school21. Begin enkele dagen voor 1 september opnieuw te leven in een schoolritme. Stop de kinderen op hetzelfde uur in bed als tijdens het schooljaar. Het maakt opstaan op de eerste schooldag gemakkelijker

2. Zoek schoolmateriaal zoals boekentassen, brooddozen en fluo-jasjes opnieuw bij mekaar. Dat voorkomt ochtendlijke stress op 1 september.

3. Als je kinderen met de fiets of te voet naar school gaan, verken dan met hen nog een keer de weg en waarschuw hen voor de gevaarlijke punten. Laat de fietsen nog een keer controleren door de fietsenmaker.

4. Maak afspraken rond tijdsbesteding in het schooljaar: eerst schoolwerk en dan pas tv-kijken of internetten.

5. Is je kind bang voor de eerste schooldag? Probeer het dan gerust te stellen en hamer op de dingen die het kind op school al kent: vriendjes van in het kinderdagverblijf, een broertje of zusje, een juf, …

Arabische staat entert schip met wapens voor Iran uit Noord-Korea

ANL_AUSTRALIAVoor het eerst heeft een Arabisch land, de VAE (Verenigde Arabische Emiraten), gevolg gegeven aan het VN-embargo tegen Iran, door een schip te stoppen dat geladen was met wapens voor Iran. De wapenlading was afkomstig uit de communistische dictatuurstaat Noord-Korea. Het nieuws van de onderschepping komt op een nogal gevoelig ogenblik. Noord-Korea heeft de Verenigde Staten uitgenodigd voor bilaterale gesprekken over haar nucleaire ambities en de Westerse leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verhogen de druk op Iran voor een ruimere samenwerking omtrent haar nucleair programma.

De Verenigde Arabische Emiraten meldde de inbeslagneming aan het sanctie comité van de Verenigde Naties, dat verantwoordelijk is voor het opvolgen van de uitvoering van de maatregelen, waaronder een wapenembargo ingesteld tegen Noord-Korea [Resolutie 1874] door de Veiligheidsraad, zo deelden diplomaten mee in New York. De commissie, voorgezeten door Turkije, heeft geen formele verklaring afgelegd over deze zaak. Een VN-diplomaat wiens land is vertegenwoordigd in het sanctiecomite, zei dat de VAE melding maakte dat het schip geladen was met met 10 containers van wapens en aanverwante artikelen, met inbegrip van propeller raket-granaten en munitie. Hij zei dat de zending besteld was door het Iraanse bedrijf TSS, een bedrijf dat naar verluidt in verband staat met de Iraanse Revolutionaire Garde en voorheen onderworpen aan het internationale verbod op de invoer van wapens en aanverwante zaken.

north korea missle

Het schip, werd door diplomaten geïdentificeerd als de ANL-Australië die onder de vlag van de Bahama’s vaart en de toestemming had gekregen om de VAE te verlaten nadat het enkele weken geleden in beslag was genomen. Diplomaten zei dat het de verantwoordelijkheid is van de VAE om te beslissen wat er moet gebeuren met de wapens die aan boord zijn aangetroffen. Het VN-sanctiecomité heeft aan de Iraanse en Noord-Koreaanse regering een nota geschreven waarin ze hen erop wijzen dat de wapenzending een in overtreding is met de VN-resolutie 1874. De inbeslagname vond plaats in de VAE, maar niet in de scheepshaven van Dubai.

De VN-resolutie, die er kwam na de tweede nucleaire test van Noord-Korea in mei van dit jaar, werd het bestaande verbod verlengd op het vervoer van zware wapens, nucleaire raketten en aanverwante technologie om de uitvoer van wapens door Pyongyang te viseren. De bindende resolutie machtigt de staten in te grijpen en de goederen in beslag te nemen die in overtreding zijn met het embargo. De resolutie vereist ook dat staten verslag uitbrengen aan de commissie over welke maatregelen zij hebben genomen om de sancties toe te passen.

De Verenigde Arabische Emiraten zijn het middelpunt voor de in- en uitvoer van wapens voor Iran. De Westerse mogendheden hebben aangedrongen op een betere samenwerking van de autoriteiten van de VAE om de scheepsladingen en Iraanse financiën beter te controleren. Ze hebben ook een aantal bedrijven gesloten die betrokken zijn geweest bij de vermeende uitvoer van materialen die op tweeërlei wijze gebruikt kunnen worden voor nucleaire technologie of explosieven zoals ze werden aangetroffen in Afghanistan en Irak. Terwijl de meeste nadruk ligt op technologie voor tweeërlei gebruik, zeiden de diplomaten dat de recente openlijke onderdrukking van dissidenten na de omstreden verkiezingen in Iran, ook heeft geleid tot bezorgdheid over de levering van wapens aan de met de staat verbonden milities. De VAE, een bondgenoot van de Verenigde Staten, maakt zich net zoals Saoedi-Arabië ernstig bezorgd voor de nucleaire ambities van Iran.

ahman3

Bronnen: Haaretz: Arab Nation Seizes N. Korean Arms Headed for Iran door Tzvi Ben Gedalyahu van 30 augustus 2009; Financial Times: N Korean arms for Iran’ seized by UAE door Simeon Kerr in Dubai and Harvey Morris in New York van 28 augustus 2009

Interview met Ronny Naftaniel over antisemitisme in Nederland, Iran en het M-O conflict

Zijn optreden vorige week in het tv-programma Knevel & Van den Brink leverde hem veel hartverwarmende reacties en nieuwe ‘Vrienden van het CIDI’ op. Ronny Naftaniel, directeur van het Centrum Documentatie en Informatie Israël, verdedigde in het EO-praatprogramma de gerechtelijke stappen die zijn organisatie onderneemt tegen holocaustcartoons van de Arabisch-Europese Liga. Zeer binnenkort komt het CIDI met de Antisemitisme Monitor 2008. Naftaniel kan alvast verklappen dat het aantal antisemitische incidenten in Nederland vorig jaar en begin dit jaar schrikbarend is toegenomen.

Een hervatting van het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen heeft meer kans als president Obama inzet op een driestatenoplossing. Hij pleit voor een Palestijnse staat die bestaat uit de Arabische wijken in Jeruzalem en het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever. De Gazastrook ziet hij als verloren aan de door Iran gesponsorde extremisten van Hamas. Maar een Israëlische aanval op Iran ziet Naftaniel als gevaarlijk. Een exclusief interview van Stan de Jong-verslaggever Pim van den Dool met Ronny Naftaniel.

ronny

Meneer Naftaniel, hoe kijkt u terug op uw optreden bij Knevel & Van den Brink?

Naftaniel: “Ik heb me de afgelopen dagen afgevraagd of ik er goed aan heb gedaan om met Bouzerda (woordvoerder AEL – red.) in debat te gaan. Toch denk ik dat het belangrijk is om een gevaarlijke organisatie als de AEL van repliek te dienen. Ik heb gelukkig veel positieve reacties op mijn optreden ontvangen.”

Maakt u de AEL niet te belangrijk door met ze te debatteren en ze voor het gerecht te slepen?

Naftaniel: “Dat is altijd een dilemma, maar ik vind dat onze wetten op het gebied van de vrije meningsuiting nageleefd moeten worden. Kritiek op Israël of het jodendom is prima, maar als een bepaalde bevolkingsgroep als de joden eigenschappen worden toegedicht als liegen (de AEL-cartoon suggereert dat joden de omvang van de holocaust overdrijven – red.), kun je dat niet over je kant laten gaan. Zeker niet als het gaat om de holocaust, een historisch feit, waaraan mijn achterban traumatische herinneringen heeft.”

Het CIDI komt zeer binnenkort met de Antisemitisme Monitor 2008. Is de jodenhaat in Nederland aan het toenemen?

Naftaniel: “U zult gaan schrikken van het aantal incidenten dat vorig jaar en begin dit jaar heeft plaatsgevonden. In januari was er een grote opleving van antisemitisme rond de Israëlische militaire acties in de Gazastrook. Op internet worden joden voor alles en nog wat uitgemaakt, maar daar blijft het niet bij. Wij krijgen meldingen binnen van joden die, wanneer ze met keppeltje over straat gaan, voor ‘rotjood’ of ‘kankerjood’ worden uitgescholden of zelfs worden geslagen. In de periode van de Gazaoorlog zijn ook vijf synagoges beschadigd.”

Wie hebben al deze acties op hun geweten?

Naftaniel: “Het merendeel van de zichtbare incidenten wordt veroorzaakt door Noord-Afrikaanse jongeren, maar een deel van de uitingen komt ook van autochtone Nederlandse antisemieten.”

Het zijn dus vooral moslimjongeren die verantwoordelijk zijn voor de antisemitische incidenten. Waar komt dat volgens u door?

Naftaniel: “Ik denk dat daar een aantal redenen voor zijn. Allereerst komt de hetze die in de Arabische wereld nog altijd tegen Israël wordt gevoerd, via Arabische satellietzenders de huiskamers van Nederlandse moslims binnen. Omdat op die zenders vaak gesproken wordt over ‘de joden’ en niet over Israëliërs, krijg je dat moslims hier hun joodse medeburgers verantwoordelijk achten voor de daden van het land Israël. Verder is de islam natuurlijk geen vredelievende religie voor andersgelovigen. In ‘De gids voor Islamitische opvoeding’ bijvoorbeeld, die in sommige Turkse moskeeën verkrijgbaar was, wordt jonge moslims geleerd dat de joden andersgelovigen verderfelijk vinden en uit zijn op wereldheerschappij. Tegen dat soort kwalijke indoctrinatie is het moeilijk vechten, alhoewel wij als CIDI verschillende activiteiten ondernemen om de relatie met jonge moslims te verbeteren.”

Voelen joden zich in Nederland nog wel thuis?

Naftaniel: “Het is niet zo dat de Nederlandse samenleving voor joden geen leefbare samenleving meer is. Maar je ziet wel een kleine emigratie van Nederlandse joden richting Israël en de opkomst van de islam boezemt een deel van mijn achterban angst in. In de Arabische wereld woonden ooit 1,5 miljoen joden, nu zijn de joden er praktisch verdwenen.”

Tot slot het antisemitische incident uit Zweden, waar een journalist in een links dagblad het Israëlische leger beschuldigde van orgaandiefstal van Palestijnen. Hoe kwam dat bij u binnen?

Naftaniel: “Ik vind het onjuist dat de Israëlische regering nu van de Zweedse regering excuses eist, want de krant en de journalist zitten fout. Deze onsmakelijke insinuaties zie je normaal gesproken alleen op de Iraanse staatstelevisie. Dit is de meest laag bij de grondse vorm van antisemitisme. Die journalist moet ontslagen worden.”

President Obama wil het vredesproces weer in gang zetten. Wat vindt u van zijn optreden tot nu toe?

Naftaniel: “Ik heb gemengde gevoelens. Zijn Iranbeleid vind ik te slap, maar ik ben wel een tegenstander van het Israëlische nederzettingenbeleid en vind het positief dat hij dat aankaart. Overigens is dat slechts één van de vele hobbels die er te nemen zijn.”

Heeft onderhandelen over vrede eigenlijk wel zin zolang Hamas de baas is op de Gazastrook?

Naftaniel: “Israël heeft op dit moment inderdaad een halve gesprekspartner, maar ik denk dat daar weinig aan te veranderen is. De Gazastrook komt waarschijnlijk niet meer onder het gezag van de Palestijnse Autoriteit en Israël is er definitief vertrokken. Daarom denk ik dat er beter op een driestatenoplossing dan op een tweestatenoplossing ingezet kan worden.”

Hoe ziet een toekomstige Palestijnse staat er volgens u dan uit?

Naftaniel: “Die zal gecreëerd moeten worden op het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever. De Arabische wijken van Jeruzalem kunnen onderdeel worden van dat Palestina. Verder is het zaak dat de politiemacht van de PA (Palestijnse Autoriteit – red.), die nu wordt getraind door de Amerikanen, sterk genoeg is om eventueel terrorisme in te dammen. Palestina mag natuurlijk nooit een tweede Gaza worden.”

Maar wat moet er dan met Gaza gebeuren?

Naftaniel: “Ik vrees dat daar heel weinig meer mee te beginnen is. De aanwezigheid van Hamas daar is overigens niet levensbedreigend voor de joodse staat. Maar als er in de toekomst opnieuw veel raketaanvallen komen, zou het in mijn nieuwe scenario niet uitgesloten zijn dat het Israëlische leger er weer moet ingrijpen.”

U bent er voor dat Israël zich terugtrekt van de Westelijke Jordaanoever. Wat moet er met de 500.000 joden gebeuren die in Oost-Jeruzalem en op de Westbank wonen?

Naftaniel: “Die zijn onder te verdelen in drie groepen. Het lijkt mij logisch dat de joodse wijken in Oost-Jeruzalem bij Israël gaan horen, net als de drie grote ‘settlement blocks’ waar het merendeel van de kolonisten op de Westoever woont. Daar moet dan wel tegenover staan dat de Palestijnen een deel van het Israëlische grondgebied krijgen, bijvoorbeeld een deel waar veel Israëlische Arabieren wonen. Dan blijven er nog 100.000 tot 150.000 kolonisten over die veel verder van de Israëlische grens leven. Zij zouden of naar Israël kunnen emigreren of gewoon in een onafhankelijk Palestina blijven wonen. Je hebt best kans dat een groot deel van de ultraorthodoxe joden dat daar woont dat ook wil, want voor hen is het wonen in een heilige Bijbelse plaats belangrijker dan het wonen binnen de Israëlische landsgrenzen.”

Nog een ander heikel punt is het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk en het door de Palestijnen geclaimde recht op terugkeer. Ziet u daar een oplossing voor?

Naftaniel: “Er bestaat geen automatisch recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten naar Israël. Resolutie 194 van de VN, die overigens niet bindend is, zegt dat er alleen sprake kan zijn van terugkeer of compensatie als er vrede is bereikt en dat is nog niet het geval. Desalniettemin is het voor Israël wellicht bespreekbaar om de 30 à 40.000 vluchtelingen die daadwerkelijk in 1948 zijn gevlucht weer op te nemen, maar de nakomelingen van de oorspronkelijke vluchtelingen moeten worden gehuisvest in de te creëren Palestijnse staat.”

Tot slot de kwestie-Iran, iets dat de meeste Israëliërs misschien nog wel meer bezighoudt dan het vredesvraagstuk. Hoopt u dat Israël binnenkort militair ingrijpt?

Naftaniel: “Nee, dat zou een hele gevaarlijke actie zijn en wel om meerdere redenen. Ik ben er niet van overtuigd dat Israël ertoe in staat is om alle nucleaire faciliteiten uit te schakelen. Bovendien vrees ik in het geval van militair ingrijpen toch de nodige Iraanse burgerslachtoffers en Israël moet voorkomen dat het de Iraanse bevolking, die helemaal niet anti-Israëlisch is, massaal tegen zich krijgt. Daarbij komt nog dat Iran over veel gevaarlijke wapens beschikt die grote schade in Israël kunnen aanrichten.”

Moet Israël zich dan neerleggen bij een nucleair Iran?

Naftaniel: “Nee, het beste is om Iran door middel van effectieve sancties te dwingen zijn kernwapenprogramma op te geven. Denk bijvoorbeeld aan een partiële boycot van Iraanse olieproducten. Met Iraanse olie worden in het Westen veel producten gemaakt die vervolgens weer worden geïmporteerd door Iran. Als Amerika en Europa daarmee stoppen krijgt Iran ernstige economische problemen en keert de bevolking zich vermoedelijk opnieuw tegen het regime. Dat zou het mooiste scenario zijn. Maar een nucleair Iran zou geen onoverkomelijke situatie zijn. Israël en Iran houden elkaar dan in een nucleair evenwicht. Israël kan Iran in zo’n geval waarschuwen dat elke aanval een nucleaire tegenaanval van Israël tot gevolg heeft. ”

Kijk wat er gebeurt wanneer je in Utah (VS) op de sjofar blaast… [satire]

Dat je met het blazen op de sjofar al de Mexicaanse griep kan bezweren wisten we al, maar kijk wat er gebeurt wanneer je in Utah (VS) op de sjofar blaast…. ;)

‘Nederzettingen blokkeren de Vrede,’ zeggen ze maar is dat wel zo?

Brabosh: Volgens het kwartet (de VS, de VN, de EU en Rusland) blokkeert de Israëlische nederzettingspolitiek op de Westelijke Jordaanoever en op de Golanhoogte de vrede in het Midden-Oosten. Maar draait het wel ècht om de nederzettingen of zit er meer achter? In Samaria en Judea wonen thans bijna een half miljoen Israëliërs waarvan de helft in Oost-Jeruzalem. De meeste van hen wonen daar al enkele generaties nadat de Arabische landen in 1967 Israël binnenvielen voor een zoveelste episode in de vernietiging van de Israëlische staat en die oorlog als na zes dagen verloren, vandaar dat die oorlog ook wel de Zesdaagse Oorlog wordt genoemd. Vanaf 1967 begon veel Joden terug te keren naar de gebieden op de Westelijke Jordaanoever vanwaar ze tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-49 werden verdreven. Voor velen was het dan ook een echt ‘thuiskomen’.

Speeltuin in Netzarim (Gaza, 2005)

Speeltuin in Netzarim (Gaza, 2005)

In 1967 begonnen Israëliërs ook nederzettingen te bouwen in de Gazastrook. In 2005 was hun aantal al opgelopen tot 8.500 bewoners. In het kader van toenmalig premier Ariel Sharons ‘disengagement‘-politiek, werd besloten om ruimte voor vredesonderhandelingen te creëren door als ‘gebaar van goede wil’, de nederzettingen in Gaza op te geven. Eén van de oudste nederzettingen, Netzarim opgericht in 1972, werd als laatste nederzetting op 22 augustus 2005 door het Israëlische legers ontruimd en de meeste van hun huizen platsgewalst met bulldozers. De laatste Israëlische soldaat verliet het dorp op 12 september 2005. [Netzarim zal nog even 'bezet' worden [van 12 tot 17 januari 2009] door Israëlische soldaten ten tijde van de Gaza oorlog. ]

Maar er kwam helemaal geen vrede. Integendeel. De voormalige nederzettingen werden een nieuwe uitvalsbasis voor Hamas en andere terroristische groepen die al sinds 2001/2002 Israëlische dorpjes en burgerdoelwitten bestookten met raketten en mortieren, aanvallen die door de ontruiming van Gaza door de Israëli’s maar in intensiteit en kwantiteit bleven toenemen. Nadat Hamas het door hen regelmatig geschonden wapenbestand met Israël in december 2008 eenzijdig opzegden, startte Israël op 27 december 2008 Operatie Cast Lead, in de hoop dat het de beschietingen door Hamas van Z-Israël kon stoppen. Het Gazaconflict werd eenzijdig beëindigd wanneer Israël op 18 januari 2009 eenzijdig een staakt het vuren afkondigde. Hierna volgt een scherpe analyse van Raphael Israeli waarin hij een pleidooi voert voor een [gedeeltelijk] behoud van de nederzettingen als afschrikking voor de Arabieren die, wanneer ze andermaal een oorlog willen opstarten èn die  zoals alle voorgaande aanvalsoorlogen onvermijdelijk weer zullen verliezen, het risico lopen dat voor dat verlies een prijs dient te worden betaald in de vorm van verlies van grondgebied en eigendommen.

Settlements and Peace: Incentives and Obstacles

door Raphael Israeli

settlements mapEen van de grondbeginselen van de huidige conventionele wijsheid is dat “de nederzettingen het obstakel zijn voor de vrede”, alsof zonder de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en Gaza plotseling de vrede zou neerdalen op de aarde. We weten dat voorafgaand aan de oorlog van 1967, er geen Israëlische nederzettingen waren, met uitzondering dan van de Israëlische steden en dorpen in Israël, en ook die werden nooit erkend door de Arabieren, waarvan zij beweerden [en nog steeds beweren] dat ook die ‘bezet gebied’ waren [en nog zijn]. De grote zegen van de huidige nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza is, dat ze het etiket van ‘bezette gebieden’ verwijderd hebben, die hun voorgangers gaven aan de oude gevestigde nederzettingen in Israël zelf, behalve dan in de ogen van Hamas, de PLO en andere Arabische partijen, die nog steeds hun volk aanleren dat beide gebieden ‘bezet’ worden gehouden [door de Joden]. Zo klinkt aldus de huidige internationale psychose “dat vrede nakend is vanaf het ogenblik dat elke nederzettingsactiviteit wordt gestaakt,” zo hol als een slechte grap, maar in wezen veel minder grappig dus.

Met andere woorden, met of zonder nederzettingen, is de negatieve houding van de Arabieren tegenover Israël nooit afhankelijk geweest van de lotgevallen van een of andere Joodse nederzetting in gelijk welk deel van het land. Onder gelijk welke omstandigheden en binnen eender welke grenzen, was het altijd het Joodse hard labeur op het land dat aan de Arabische aanwezigheid resoluut de totale afwijzing genereerde. Geen beter bewijs dan dat is de huidige stand van zaken, waarin de ‘gematigde’ Palestijnse Autoriteit haar kinderen op school onderwijst dat Israëlische steden zoals Haifa en Tel-Aviv nog steeds Palestijnse steden zijn, terwijl Hamas helemaal de totale vernietiging van de Joodse staat op het Arabische land van ‘Palestina’ verkondigt – een zogenaamde Waqf (een soort heilige vergelding) in hun ogen – aan beide zijden van de ‘Green Line’ [groene lijn], die enkel en alleen nog in Israëlische ogen gebruikt wordt om de scheiding tussen Israëlisch en Palestijns gebied te markeren.

In 2000, tijdens de tweede Camp David onderhandelingen, heeft de toenmalige premier Ehud Barak de bijna totale terugtrekking van Israël van 95% uit de ‘bezette’ gebieden aan Yasser Arafat aangeboden, in ruil voor zijn inzet om een einde te maken aan het conflict, maar Arafat heeft dit geweigerd omdat in zijn ogen, die terugtrekking geen einde zou maken aan de inworteling van de Joden in het land van Israël, zelfs als bijna het ganse deel van het Palestijnse grondgebied aan hem zou toegewezen worden. In Gaza ging Israël nog een stap verder door de Israëlische nederzettingen volledig te ontruimen, dus niet enkel de bouw en/of uitbreiding ervan stil te leggen, met het gekende resultaat dat niet zoals beloofd de vrede zou komen van zodra deze nederzettingen werden ontruimd, maar meer oorlog en dood veroorzaakte in de Israëlische dorpen en steden rondom de Gazastrook. Dit betekende dat, verre van dat de ‘zuivere’ grenzen van Israël immuun waren voor Arabisch geschut als het zich maar eerst zou terug trekken uit de nederzettingen ‘die de vrede bedreigen’, in feite beschouwd werden als een legitieme prooi voor nog meer aanslagen.

Evacuatie van Yamit (Sinai, 23 april 1982) door het IDF

Evacuatie van Yamit (Sinai, 23 april 1982) door het IDF

Nu weten we dat een van de meest krachtige hefbomen, die bewerkte dat president Sadat aanstuurde tot een overeenkomst met Israël in 1977 en een vredesverdrag ondertekende, dat zijn echte angst was dat had hij niet langer de bouw van Israëlische nederzettingen in de [Egyptische] Sinaïwoestijn kon doen uitstellen, die bestonden uit de kleine stadjes Ophira en Yamit* (2.500 inw.) en een aantal andere succesvolle agrarische nederzettingen, ondernemingen en fabrieken die enkele duizenden Israëliërs huisvestten, dat die zouden uitgroeien tot steden die niemand meer zou kunnen vernietigen, indien zij zich zouden kunnen ontwikkelen tot grotere steden met tienduizenden inwoners. Hij begreep dat wat er was gebeurd met Ashkelon en Jaffa nà 1948, ook van toepassing zou zijn op de Sinaï als er genoeg jaren zouden verlopen en vergezeld werden van een sterke nederzettingsbeweging, die een weg zou inslaan waarna geen terugkeer mogelijk werd. Het omgekeerde leek ook mogelijk dat wanneer Sadat zich zou inzetten voor de vrede, hij nog steeds kon zorgen dat na slechts 15 jaar van inplanten van Israëlische nederzettingen, het proces nog steeds omkeerbaar was.

[* de 7.000 Israëlische bewoners van Ophira en Yamit werden tussen november 1979 en april 1982 door het Israëlische leger geëvacueerd en het laatste deel van de Sinaïwoestijn dat het sinds 1967 - nadat Egypte de Zesdaagse Oorlog had verloren die het zelf begonnen was - bezet hield werd terug aan Egypte gegeven in april 1982 in kader van een vredesverdrag met Israël bron Ophira heet thans de Ophira International Airport en is een luchthaven in Sharm el-Sheikh, Egypte. De luchthaven was oorspronkelijk een basis voor de Israëlische luchtmacht, die op 14 mei 1968 werd geopend nadat Israël in 1967 de Egyptische Sinaïwoestijn bezette.]

De Palestijnen en de Syriërs hebben gefaald hieruit hun lessen te trekken. Zij dachten dat ze niets te verliezen hadden door te wachten, omdat zij hun grondgebied ‘onvervreemdbaar’ achtten en ze niets te verliezen hadden door het vredesproces steeds weer voor zich uit te schuiven. Het feit dat zij in beide gevallen gebieden verloren als gevolg van hun agressie in 1967, kon hen amper imponeren omdat ze ervan overtuigd waren dat hun vacant ‘bezet gebied’ op hen lag te wachten om terug veroverd te worden van zodra zij weer op krachten waren gekomen. Volgens dit denkpatroon, werden ze niet alleen compleet blind voor de eventuele gevolgen en kosten van hun agressie, want anders hadden die er hen wellicht van weerhouden om een nieuwe oorlog te beginnen die ze zeker weer zouden verliezen. Maar ze werden aangemoedigd om het telkens opnieuw te proberen ervan overtuigd dat ze toch niks te verliezen hadden. Zodoende werden ze nooit afgeschrikt door deze strategie, terwijl Israël dit als een teken zag dat wie een oorlog start [èn verliest], de prijs in de vorm van verlies van grondgebied mag betalen en diegenen die niet tot een vredesregeling zijn te overtuigen, delen van hun grondgebied voor altijd verbeurd zien verklaren, in de hoop dat de afschrikking [om nieuwe oorlogen te beginnen] misschien ooit weer gereactiveerd kan worden.

Israëlische nederzetting in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever

Israëlische nederzetting in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever

Net zoals wat exact na het einde van de Tweede Wereldoorlog gebeurde, toen de grenzen van het agressieve Duitsland werden beperkt en die van haar slachtoffers werden uitgebreid op haar kosten om aldus de vrede te waarborgen, zo moet Israël het signaal geven dat zij permanent een aantal van deze gebieden wenst te behouden, niet enkel als een straf voor de daders maar vooral als afschrikking voor de agressor en als prijs voor hun agressie en om de kosten van de oorlog te dekken die zij begonnen tegen de Israëlische soevereine staat. Totdat de vrede wordt bereikt, kan alleen een intensieve nederzettingspolitiek door Israël als een voldoende sterke prikkel aan de Arabieren worden gegeven als stimulans om haast te maken met het vredesproces vooraleer het land onherstelbaar verloren gaat. Dus, net zoals het het geval was met Sadat [en de toenmalige kwestie in de Sinaïwoestijn] van de Israëlische nederzettingen één van de meest krachtige stimulansen bleken om orde op zaken te krijgen, zo zullen ze ooit ook werken voor de Palestijnse en Syrische gevallen.

Uitgaande van het precedent in de Gazastrook, werd elke Israëlische nederzetting die een model was van productiviteit en creativiteit, ontruimd en omgezet in puin en werd zij op korte tijd  een uitvalsbasis voor de [Palestijnse] artillerie om Israël te bestoken met mortieren en raketten, nadat de nederzetting overgenomen was door de Palestijnen. Hieruit blijkt dat de strijd van de Arabieren niet om land gaat, niet om de grond die opgewerkt en verbeterd was door de Israëlische boeren met het oog om het land te gebruiken voor vreedzame en menselijke ontwikkeling, maar precies om de grond te ontzeggen aan de Joden en dieper te knagen aan het proces van vernietiging en delegitimisering van het land. Het ligt voor de hand dat een verkeerd berekende en overhaaste terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte, ons land zou veranderen in oorlogsgebied, terwijl het niet herbewonen van het geëvacueerde land in niemands profijt is. Enkel wanneer de Arabieren op het punt staan om weer te verliezen na een zoveelste aanval [op Israël], zullen ze trachten agressie te vermijden; en alleen wanneer een aantal van hun verloren grondgebieden onafkoopbaar blijken, zullen zij zich haasten om een vreedzame regeling te accepteren vooraleer het te laat is.

Bron: Middle East and Terrorism: Settlements and Peace: Incentives and Obstacles door Raphael Israeli van 29 augustus 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh

Afbraak-wedstrijd in Oost-Jeruzalem opgediend met rugelachkoekjes

Arabische wijk  van Al-Boestan, Silwan in Oost-Jeruzalem

Arabische wijk van Al-Boestan, Silwan in Oost-Jeruzalem

Tuvia Tenenbom (Tel Aviv, stichter en artistiek directeur van het Jewish Theater in New York

Tuvia Tenenbom (°Tel Aviv), stichter en artistiek directeur van het Jewish Theater in New York

“Ik zat thuis,” vertelt me een jonge Duitse vrouw van midden in de twintig jaar oud, “en ik las wat de Joden die arme Palestijnen aandoen. Ik wist dat ik dit moest stoppen. Het zijn nazi’s !” Dat is waarom, zegt ze mij, dat ik Duitsland heb verlaten en naar hier ben gekomen: Al-Boestan, Silwan in Oost-Jeruzalem. De Palestijnen, legt ze me uit, hebben hun huizen in Silwan 200 jaar geleden gebouwd en de Joden zijn ze nu aan het afbreken. Uit curiositeit vroeg ik haar of ze ook zoveel sympathie voelt voor de Tsjetsjenen of de Tibetanen, en of ze haar gedachten met me wil delen over Ruwanda of Darfoer. “Ik weet niet veel over buitenlandse zaken,” luidt haar spontane antwoord.

Ik ontmoet haar tijdens een persconferentie gehouden door een departement van de Verenigde Naties, het Kantoor voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken [Office for the Coordination of Humanitarian Affairs], in de volksmond bekend als OCHA, en van de Britse ngo ‘Save The Children UK’. De persconferentie vindt plaats onder een luifel gemaakt van vuile lakens, die de lokale bevolking ‘De Tent’ noemt. Waarom in zo’n lelijke plaats? Ik ben er niet zeker van, maar misschien dachten de organisatoren dat dit de beste manier is om een beeld op te hangen van Palestijnen die in volslagen ellende leven. Het feit dat deze tent bovenop het dak van een eengezinswoning staat, lijkt geen van deze organisatoren, meestal blonde Europese ngo-mensen, te storen. Wat hen wèl stoort, wordt al snel duidelijk, is met name het gebrek aan zichtbare ‘Noodlijdende Palestijnen’ in het publiek.

rugelachkoekjes met Chanoeka

rugelachkoekjes met Chanoeka

De persconferentie is wat vertraagd tot even later hete Turkse koffie en de lekkerste rugelachkoekjes worden opgediend. [rugelach zijn een typisch Joodse lekkernijen, die worden geserveerd op het feest van Chanoeka, en gebakken worden in deeg, gevuld met amandelen, rozijnen, kaneel en veel suiker]. En dan een wonder, vooraleer je goed beseft wat er gebeurt, vormen mooie Arabische vrouwen in glanzende hijabs een lijn voor de gratis rugelachkoekjes. Nu de authenticiteit van de omgeving werd hersteld, kan de persconferentie beginnen. “300.000 Palestijnen dreigen hun huizen op de Westelijke Jordaanoever te verliezen,” worden we aldus geïnformeerd door de Britten. Een bedroefde Philippe Lazzarini, de directeur van OCHA, uit zijn diepe medeleven aan het publiek over deze ‘miserie en het ontkende onrecht’ en veroordeelt de ‘3.000 afbraakbevelen op de Westelijke Jordaanoever.” Hoe het cijfer van 300.000 naar 3.000 zo snel is kunnen dalen mag Joost weten, maar zeker is dat het cijfer ‘3’ in beide versies voorkomt.

Philippe, die afkomstig is uit Zwitserland, belooft vurig dat de Verenigde Naties al het mogelijke zullen doen om te helpen. Een locale rugelachsnoeper heeft een vraag. Hoe komt het dat de mensen die hun huizen hebben verloren geen hulp krijgen? De ngo’s hebben zo veel geld, zegt de rugelachsnoeper, waarom delen ze dat dan niet met de behoeftige gezinnen en hun kleine kinderen? Zijn dit dan niet de werkelijke doelstellingen van de ngo’s en de Verenigde Naties? De rugelachsnoeper wordt onmiddellijk teruggefloten. “Het onderwerp hier gaat over politiek, niet over individuen,” komt een scherp antwoord. “Individuen krijgen niets! Alleen vragen van de media, alstublieft!”

Mijn keel schrapend, vraag ik de geachte Europeanen om een exacte datum van de meest recente afbraak in het gebied. Als antwoord, krijg ik vier verschillende data: “10 maart 2009.” “10 juni 2009. “November 2008.” “28 januari 2009.” Mevrouw Asgeirsdottir Elin, een blonde vrouw uit IJsland, vreest dat ik een verkeerde indruk zou krijgen [van de tegenstrijdige informatie] en stopt me snel een papiertje toe waarop ze haastig neerschrijft dat ze mij de gewenste informatie kan leveren. Zij heeft de statistieken; zij is tenslotte Ambtenaar voor Mensenrechten Zaken bij het OCHA.

Al-Boestan, 21 nov. 2008. Fakhri abu-Diav poserend voor een huis dat op 5 november 2008 werd gesloopt

Al-Boestan, 21 nov. 2008. Fakhri abu-Diav poserend voor een huis dat op 5 november 2008 werd gesloopt

Ik vraag of het mogelijk is om een familie te ontmoeten wiens huis onlangs werd vernietigd. Ik zou het echt op prijs stellen wanneer ik mensen kon interviewen die hun 200 jaar oude huis hadden vernield zien worden door Israëlische bulldozers. Ik wordt voorgesteld aan meneer Fakhri, een man die de titel voert van Hoofd van het Silwan Comité. “Hij zal u meenemen naar de mensen,” wordt mij verteld. Maar meneer Fakhri, een bewoner van de Al-Boestanwijk, wiens eigen huis zelf bedreigd wordt met een afbraakbevel, is niet echt in een goeie bui. Hij bekijkt me even, kijkt dan naar het Duitse meisje naast me, en besluit te gaan voor het meisje. “Ik zal je een knappe Duitse man geven die u alles zal laten zien,” zegt hij tegen haar. Ik maak de meneer Fakhri heel duidelijk dat hij mij niet kan scheiden van het Duitse meisje. Vandaag horen wij bij elkaar. Omdat hij niet te kiezen heeft, neemt meneer Fakhri ons beiden mee voor een rondleiding in Al-Boestan, een verbazingwekkende mooie wijk met kleurrijke steegjes en pittoreske achtertuinen. “Hoe oud is uw huis,” vraag ik hem? “Ik bouwde het in 1992,” antwoordt hij. Of hij een vergunning heeft gekregen om het te bouwen? “Nee, nee, geen toelating. Kom naar mijn huis, ik geef je koude dranken.”

Uiteindelijk keren we terug naar ‘De Tent’ zonder dat ik ook maar één ontheemde heb ontmoet. Ik werp nog een laatste blik op mijn omgeving: “Stop de Afbraak,” zegt een slogan op een bord in het Engels. “Neen aan de Judaïsering!” zegt een slogan in het Arabisch. Beide borden worden betaald door, dankuwel, de Europeanen. Ik vraag aan meneer Fakri of ik nog een foto van hem mag nemen. Hij toont me zijn breedste glimlach. Het Duitse meisje tikt hem vermanend op de vingers: “Je wordt niet verondersteld te lachen. Je lijdt nu!”

De waarheid mag gezegd worden, het is meneer Fakhri die gelijk heeft. Hij kan gewoon niet meer ophouden met lachen wanneer hij naar die buitenlandse ambtenaren luistert, waaronder ook regeringsleden van Barack Obama, die de baarlijke nonsens bedachten in ‘De Tent’. Waarom is het zo dat de Amerikanen alles geloven wat de Europese ngo’s en de Verenigde Naties hen ook maar trachten wijs te maken? Misschien dat Kafka in staat zou zijn om dit uit te leggen; ik kan het niet. Lang leve Europa. Het is goed om blond te zijn. Hillary Clinton is dat ook.

Bronnen: Middle East and Terrorism: Demolition Derby door Tuvia Tenenbom van 23 augustus 2009, vrij bewerkt en vertaald door Brabosh

Britse controlepost in Narkoun (begin 1940) aan de grens van Palestina met Libanon

palestine5

Britse controlepost in Narkoun (begin 1940) aan de grens van Palestina met Libanon. Nadat de Britten in 1917 Jeruzalem hadden veroverd op de Turken, die tot dan het Heilige Land vier eeuwen bezet hielden, werd de voormalige Ottomaanse provincie Jund al-Urdunn in juni 1922 herdoopt naar het Britse Mandaat Palestina, geïnspireerd door de oude naam Palaestina ten tijde van het Byzantijnse Rijk. Bemerk bovenaan de Britse vlag, eronder het opschrift ‘Palestine‘ en verder alle opschriften (‘IN’ en ‘OUT’) in twee talen: Hebreeuws en Arabisch.

Het Britse Mandaat bleef bestaan tot Israël in mei 1948 de onafhankelijkheid uitriep nadat het daar eerder in november 1947 met grote meerderheid van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (toen nog Volkenbond geheten) de goedkeuring had voor gekregen. Tot aan die onafhankelijkheid werden ALLE inwoners van binnen het Britse Mandaat (thans Israël en Jordanië) inclusief Joden, Arabieren, Druzen, Bedoeïen, christenen e.a. Palestijnen genoemd. Nooit daarvoor heeft er een soevereine staat Palestina bestaan en de benaming ‘het Palestijnse volk‘ werd in 1948 uitgevonden door de Arabische wereld en zal vanaf dan enkel op het islamitische Arabische bevolkingsdeel slaan, omdat de Joden zich vanaf de Onafhankelijkheid Israëliërs zullen heten. Met het Filistijnse volk hebben de Palestijnen helemaal geen verband mee. Dat is één van de zovele fabels die voornamelijk in het Midden-Oosten erg populair zijn, maar historisch totaal geen steek houden.

Het Verdeelplan van de Verenigde Naties van november 1947 [VN-Resolutie 181] voorzag een 2-statenoplossing van Palestina: een deel voor een Joodse staat en een tweede deel als Arabische staat en Jeruzalem dat zou bestuurd worden door de Verengde Naties. De beslissing van de Verenigde Naties werd door de Arabische wereld verworpen en op 15 mei 1948 trokken Arabische legers van zes landen de grenzen van Israël over in een eerste grote aanvalsoorlog tegen de Israëliërs om hen terug in de zee te drijven. Blijkbaar is iedereen al ‘vergeten’ dat een 2-statenoplossing al eerder werd verworpen en dat er niets is dat er op wijst dat de 2-statenoplossing van 1947 het anno 2009 beter zou doen.

Waarheid over naziverleden van Al-Hoesseini ongewenst in Berlijn

Directrice Philippa Ebené zwichtte voor druk van de Berlijnse moslimgemeenschap

Directrice Philippa Ebéné zwichtte voor druk van de Berlijnse moslimgemeenschap

De beslissing om opvoedkundige panelen te verwijderen van de Groot-Moefti van Jeruzalem,  SS-Gruppenführer Hajj Mohammad Amin al-Hoesseini, van een geplande tentoonstelling in het met Duits overheidsgeld gesubsidieerde multicultureel centrum Werkstatt der Kulturen te Berlijn, heeft afgelopen donderdag 27 augustus 2009 geleid tot een openlijke rel tussen een gemeenteraadslid enerzijds en de curator van de tentoonstelling en de Joodse gemeenschap van Berlijn anderzijds.

De curator, Karl Rössler ventileerde zijn ongenoegen aan de Jerusalem Post en sprak van een regelrecht schandaal over het feit dat de directeur van de Werkstatt, Philippa Ebéné, gezwicht is voor de censuur. “Het spreekt voor zich dat men moet kunnen zeggen dat al-Hoesseini, een SS-functionaris, deel heeft genomen aan de Holocaust,” zei Rössler.

De tentoonstelling kreeg als thema ‘De Derde Wereld in de Tweede Wereldoorlog’ en drie van de 96 panelen waren gewijd aan de collaboratie van de Groot-Moefti met de nazi’s. Ebéné kapittelde vragen van de media vragen over een akkoord als ‘eurocentrisch’. Ze vertelde aan de Jerusalem Post dat de tentoonstelling was bedoeld als een hommage aan de soldaten van de Afrikaanse ‘landen die vochten tegen de nazi’s’. Toen haar gevraagd werd over haar verzet tegen de opname van de moefti panelen, vroeg ze, ‘is er ooit een herdenkingsplechtigheid geweest in Israël om de [Afrikaanse] soldaten te eren? ” Rössler werd afgelopen vrijdag ervan verwittigd dat directrice Ebéné de panelen van SS-Gruppenführer al-Hoesseini wilde laten wegnemen, maar hij weigerde ze te laten verwijderen. Ondertussen werd de tentoonstelling in de ongecensureerde versie verplaatst naar de UferHallen galerij.

SS-Gruppenführer al-Hoesseini

husseiniDe Moefti van Jeruzalem, bood al in 1933 Adolf Hitler zijn steun aan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht SS-Gruppenführer al-Hoesseini zijn tijd door in Berlijn aan de zijde van Adolf Hitler, de Rijksführer van het Derde Rijk (afbeelding hiernaast: de Groot-Moefti op bezoek bij de Führer). Al-Hoesseini werd lid van de Waffen-SS en richtte later in opdracht van de nazi’s een Bosnisch-islamitische Waffen-SS op, de beruchte Handjar Divisie [zie op Verzet.org: Moslims in de Waffen-SS: de Handschar en Kama Divisie] SS-Gruppenführer Al-Hoesseini speelde aldus een eersterangsrol in het aanzetten tot genocide op de Europese Joden, Serviërs en Roma & Sinti [zigeuners]. Zo riep de nu nog steeds door vele Palestijnen bewonderde al-Hoesseini in 1941 openlijk uit: ”Ik verklaar een heilige oorlog, mijn broeders in de islam! Dood de joden! Dood ze allemaal!”

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog en de ondergang van het Derde Rijk, recruteerde hij actief voormalige nazi-officieren als adviseurs voor de Arabische regeringen in het Midden-Oosten. Echter, Haj Amin Al-Hoesseini werd naarstig opgespoord voor het plegen van oorlogsmisdaden in Bosnië en Joegoslavië maar werd beschermd door zijn vrienden binnen de Arabische wereld die zijn uitlevering aan het oorlogstribunaal konden verhinderen. Zijn mix als militant voor de nazi-propaganda was een bron van inspiratie voor zowel Yasser Arafat als Sadam Hoessein, de dictator van Irak. SS-Gruppenführer Al-Hoesseini is de grootvader van de huidige Moefti op de Tempelberg in Jeruzalem. Meer hierover op deze blog.

Berlijnse Joodse gemeenschap reageert

Maya Zehden (afbeelding rechts), van het Deutsch-Israelische Gesellschaft en één van de woordvoerders van de 12.000 tellende Joodse gemeenschap van Berlijn, vertelde aan de Jerusalem Post dat Ebéné’s uiteindelijke afwijzing van de tentoonstelling haar ‘onverdraagzaamheid’ bevestigt en een directrice die ‘onbekwaam is om zich op een democratische wijze te gedragen.’

DIGWeissZehden heeft het bestuur van Berlijn dringend verzocht om Ebéné als directrice van het multicultureel centrum te vervangen. Zehden bekritiseerde ook scherp Günter Piening, de Berlijnse afgevaardigde voor integratie en migratie, voor het feit dat hij Ebéné’s beslissing steunde om de tentoonstelling te censureren. Piening zei aan de grote krant Tagesspiegel: “In een wijk zoals Neukölln hebben we een gedifferentieerde voorstelling van de verwikkeling van de Arabische wereld in de Tweede Wereldoorlog nodig.” In werkelijkheid is dit echter niets anders dan censuur van de historische waarheid.

Zehden heette zijn verklaring “een politieke poging tot verzoening” om het feit te negeren dat ‘er nooit geen officieel verzet van de Arabische wereld tegen de vervolging van joden heeft bestaan” tijdens de Shoah. Ze beschuldigde Piening van het voorwenden van een valse tolerantie voor Duitse Arabieren in de buurt door niet te willen ingaan op verstoringen door de lokale gemeenschap. Pienings tegenstrijdige verklaringen werden afgeleverd aan de Jerusalem Post. Terwijl hij tegelijkertijd zijn verklaring aan de Tagesspiegel ontkende, zei hij echter dat zijn opmerking uit de context van citaten was gehaald. Hij zei dat de ‘reden’ voor het verwijderen van de panelen van de Groot-Moefti panelen werd benaderd met een “verkeerd begrip van de achtergrond van de tentoonstelling.”

In een e-mail naar de Jerusalem Post schreef Heinz Buschkowsky, burgemeester in de wijk Neukölln waar de tentoonstelling oorspronkelijk was gepland, dat het een teken is ‘om gehoorzaam te anticiperen op protesten die wellicht [door preventieve censuur] kunnen voorkomen worden. Ik ben het niet eens met dit standpunt.” Hij voegde eraan toe dat de verklaring van Piening “een onderdrukking is van de feiten die met antisemitisme te maken hebben.” De districtsburgemeester schreef dat het centrum door zijn eigen “claim om te strijden voor vrijheid, tolerantie en cultuur, moet oppassen dat het niet voor diezelfde claim kan worden afgerekend door het opleggen van censuur.”

Bronnen: Jerusalem Post: Hiding the truth about Husseini door Benjamin Weinthal van 28 augustus 2009; Kopp Verlag: Unterdrückte Wahrheit in Berlin: Ärger um die Nazi-Freunde door Udo Ulfkotte van 28 augustus 2009 vertaald door E.J. Bron in Het Vrije Volk als Onderdrukte waarheid in Berlijn: trammelant om de islamitische nazi-vrienden