Dagelijks archief: 1 juni 2009
Palestijnen tegen Palestijnen: Hamas en Al Fatah slaags op de West Bank, zes doden

Hamas - Al Fatah clash

Het huis in Qalqilya waar het vuurgevecht plaatsvond
Gisteren zondag 31 mei 2009 raakten Hamas en Al Fatah slaags met elkaar in Qalqilya op de West Bank. Twee Hamasmilitanten, drie Palestijnse politieagenten en een toevallige voorbijganger kwamen hierbij om het leven. De gevechten braken uit toen veiligheidseenheden die trouw zijn aan president Mahmoud Abbas Al Fatah-factie die de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) bestuurt, een raid uitvoerden in de omgeving van Qalqilya in een poging om gewapende militanten van Hamas te arresteren. Zoals bekend controleert Hamas de Gazastrook.
Onder de gedode Hamas terroristen onder meer Mohammad Yasin en Mohammad As-Samman. De politieagenten zetten de wijk af om nog meer Hamasmilitanten op te sporen. Getuigen zeiden dat verscheidene Hamasterroristen zich verscholen in gebouwen en weigerden zich over te geven.
Sinds Hamas in 2006 in de Gazastrook met een nipte meerderheid de verkiezingen hebben gewonnen raken Hamas en Al Fatah voortdurend slaags met elkaar om de macht in Gaza en de West Bank. In juni 2007 leidde die machtswisseling in Gaza tot hevige gevechten waarbij 300 Palestijnse Fatah-leden werden gedood en meer dan 1000 anderen gewond raakten. Tijdens het recente conflict in Gaza van januari 2009, werden vele Fatah-getrouwen in de Gazastrook afgemaakt door Hamas, of zwaar gefolterd, botten en benen gebroken, op beschuldiging van collaboratie met het IDF.
Hamas beschuldigt de PA ervan om aan te sturen op escalatie en beweert dat de operatie in Qalqilya “deel uitmaakt van het Zionistische-Amerikaanse schema waarmee de PA samenwerkt”. De Hamasleden beweren tevens dat eenheden van het IDF (Israëlische leger) aan de gevechten deelnamen (steek het maar weer op de Joden…) maar dat wordt niet bevestigd door Israëlische bronnen en resoluut ontkend door de PA. Hamas zegt dat haar geduld opraakt en waarschuwde de PA ervoor dat “de collaborateurs en verraders van de Palestijnse Autoriteit een hoge prijs zullen betalen voor de Qalqilya misdaad.”
Bronnen: Ynet News: West Bank: 6 killed in Hamas-Fatah clashes van 31 mei 2009; Abbas vows to crack down on Hamas violence van 31 mei 2009; Israël & Palestijnen Nieuwsblog: Zes Palestijnen gedood bij gevechten PA en Hamas van 1 juni 2009; Ma’an News Agency: Six Palestinians killed in Hamas-PA clashes in Qalqiliya van 31 mei 2009
Kan jij het verschil zien tussen een Jood en een Palestijn?

Adam Shurati en Hadas Maor
In maart 2009 plaatste Haaretz magazine een advertentie “Wanted: people who look alike” (‘gezocht: mensen die er hetzelfde uitzien’), en beloofde 8000 NIS (ongeveer 1.445 euro) uit aan ieder die iemand kon localiseren die leek op één van de acht personen die in de advertentie werden afgebeeld. Wat niet bij de advertentie werd vermeld was dat de acht personen die werden afgebeeld Palestijnen waren.
Het idee achter deze advertentie kwam van de Zwitserse kunstenaar Olivier Suter en is een deel van zijn project ‘Enemies’ (vijanden), dat zich focuste op de absurde manier hoe mensen ‘de ander’ herkennen. De advertentie is van dezelfde aard als een project dat Suter in België hield, toen hij aan de kijkers vroeg of zij het verschil konden ontdekken tussen Vlaamse en Franstalige sprekers.
Uit de dozijnen foto’s die werden toegezonden, haalde Suter de foto eruit van een Israëlisch meisje en een Palestijnse jongen die erg op elkaar geleken. Het meisje op de foto (rechts) is Hadas Maor, wiens foto werd ingezonden door haar vader, professor aardrijkskunde Yehuda Maor, en reeds lang een voorstander van de twee-statenoplossing. “[David] Ben-Goerion had gelijk toen hij zei “De Palestijnen zijn niet onze neven, maar ze zijn onze broeders.” En zoals het hier op uitdraaide konden het zelfs tweelingen zijn.”
De Palestijnse jongen (links op de foto) is Adam Shurati en was er helemaal niet zo gelukkig mee dat hij op een meisje leek, volgens zijn moeder Nancy. Adam was nog meer ontstemd toen zijn moeder hem mee naar de kapper nam en zijn haar liet knippen zoals dat van Hadas Maor. Nancy, die in Bet Hanina woont, noemde het project ‘verbazingwekkend’ en zei dat de opvallende gelijkenis tussen haar zoon en het Israëlische meisje haar had verrast. “Het project is een kunstwerk bedoelt voor ieder van ons, en niet enkel voor de kunst op zich,” zei Suter. Het volgende project in de reeks ‘Enemies’ van Suter zal plaatsvinden in Ruanda en Congo.
Bronnen: Haaretz: Can you tell the difference between an Israeli and a Palestinian? door Dalia Karpel van 30 mei 2009; Israël & Palestijnen Nieuwsblog: Kun je het verschil zien tussen een Jood en een Palestijn? van 31 mei 2009; The Independent: Donald Macintyre: Negotiating Israel’s macho character van 1 juni 2009; De Volkskrant: Beter begrip met gekke bek door Jan Pieter Ekker van 15 november 2007 en bijgewerkt op 15 januari 2009
De demografische angstgolf in Israël: mythes en realiteit

Yoram Ettinger
De Israëlische eerste minister en heel wat andere politici zijn er vast van overtuigd dat de demografische evolutie een zware bedreiging vormt voor het voortbestaan van Israël. Ze gebruiken de angst voor die demografische veranderingen om steun te vinden voor een terugtrekking uit Judea en Samaria.
Deze visie is verkeerd en verdraaid. Dat blijkt uit een rapport dat voorgesteld werd in het Amerikaanse congres en dat uitvoerig besproken werd in Israël. In januari 2006 ging de voormalige ambassadeur Yoram Ettinger, lid van de ‘American-Israel Demographic Research Group’ (AIDRG), voor het eerst op de gegevens in tijdens de befaamde ‘Herzlyiah Conference’.
Het rapport stelt dat de Joodse staat wel degelijk het hoofd moet bieden aan een demografische uitdaging, maar levensbedreigend is die niet. De trend van de voorbije eeuw, en zeker die van de laatste tien jaar, is bevorderlijk voor een flinke Joodse meerderheid. Vandaag wonen er 7,3 miljoen mensen in Israël. Meer dan 75% is Joods.
In de periode 1948-51 vond er een ‘bevolkingsuitwisseling’ plaats. 820.000 Joodse vluchtelingen werden verbannen of vluchtten weg uit Arabische landen. 315.000 Palestijnen gingen op de vlucht. Ook elders werden miljoenen mensen uitgewisseld: India en Pakistan ruilden Hindoes en moslims, en hetzelfde gebeurde in Oost-Europa met Polen en Duitsers. Sinds de Tweede Wereldoorlog gingen honderd miljoen mensen op de vlucht. In de periode 1933-45 ging het om tachtig miljoen vluchtelingen. De meeste van hen zijn vandaag geen vluchteling meer.
In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, waren er in 1948-49 ongeveer 315.000 Palestijns-Arabische vluchtelingen. Vóór de oorlog woonden er 800.000 Palestijnse Arabieren binnen de Green Line. Op het einde van de oorlog bleven daar nog 170.000 van over. Wat gebeurde er met de 630.000 anderen? Israël ‘absorbeerde’ er 100.000 na de oorlog. Uit de midden- en de bovenklasse verhuisden er 100.000 naar omliggende Arabische landen. 50.000 gastarbeiders keerden terug naar hun thuisland. 50.000 bedoeïenen vervoegden hun stammen in Jordanië en Egypte. Tien- tot vijftienduizend mensen sneuvelden in de oorlog.
Het aantal Arabieren in Judea en Samaria is met 70% gestegen (1,5 miljoen, en niet 2,5 miljoen!). Dat getal wordt aanvaard door Israëlische demografen, door de media, de politiek en de veiligheidsdiensten. Het aantal Arabieren in Judea en Samaria en Gaza groeide met meer dan 50% (2,6 miljoen, en niet 4 miljoen!).
Veel mensen weten niet dat het ‘Palestinian Central Bureau of Statistics’ (PCBS) ongeveer 400.000 overzeese bewoners meetelt. Dat is in tegenspraak tot de internationaal aanvaarde demografische standaarden. Volgens die normen tellen alleen de feitelijke bewoners van een land mee. Israël bijvoorbeeld schrapt elke Israëli die langer dan een jaar wegblijft uit het land.
Veel mensen weten evenmin dat ongeveer een kwart miljoen Arabieren tweemaal geteld werden. Het gaat om mensen die in Jeruzalem op Israëlisch grondgebied leven. Volgens het ‘Israel Central Bureau of Statistics’ gaat het om Israëli’s, het PCBS telt hen mee als bewoners van de Westbank.
Die mensen negeren ook de foutieve veronderstelling van de PCBS over het aantal Arabische immigranten in Judea en Samaria en Gaza. Sinds 1998 zou het om meer dan 300.000 mensen gaan, maar in werkelijkheid betreft het een goede 100.000 mensen. Door te trouwen kregen 105.000 Palestijnen in de periode 1997-2003 een Israëlische identiteitskaart. Sinds 1993 gaat het om 150.000 mensen, als we beginnen tellen in 1967 komen we aan 250.000 mensen.
De projecties van PCBS worden door de Israëlische demografen aanvaard. Vreemd, want ze gaan uit van een bevolkingsaangroei die dubbel zo hoog ligt als die van de vijf landen die wereldwijd het snelst groeien. Dat zijn Afghanistan, Somalië, Eritrea, Niger en Sierra Leone.
De kloof tussen mythe en realiteit is binnen de Green Line even dramatisch. Kijk maar naar de merkwaardige vermindering van de Arabische vruchtbaarheid. In 1969 bracht een Arabische moeder zes kinderen meer op de wereld dan haar Joodse collega. In 2006 was het verschil nog slechts 0,8 kinderen (Haaretz, 12 april 2007).
Voor de eerste keer sinds 1948 vallen de Arabische en de Joodse vruchtbaarheidscijfers in Jeruzalem samen: elke vrouw krijgt gemiddeld 3,9 kinderen. Sinds 1995 stabiliseerde het aantal Arabische geboortes rond 38.500. Het aantal Joodse geboortes daarentegen steeg in de voorbije jaren met 36%: van 80.400 tot 109.188 baby’s! De olim uit de voormalige Sovjetunie zitten vervat in deze cijfers, hoewel ze door het rabbinaat nog niet als Joden erkend werden. In 1995 waren de Joodse baby’s goed voor 69% van alle geboortes. In 2006 was dat al 74% en in de eerste helft van 2007 stopte de teller bij 75%. Sinds 1949 werd de Joodse bevolking negenmaal groter, de Arabische driemaal.
‘Yedioth Acharonot’ schreef bovendien op 8 april 2007 dat 38% van de Palestijnen wil emigreren. Dat cijfer komt uit een onderzoek van februari 2007, uitgevoerd door de universiteit van A-Najah in Nabloes en uit een enquête van het onderzoekscentrum van Nabil Kukali in Beit Sakhur. De universiteit van Bir Zeit voerde in september 2006 een studie uit: 44% van de bevolking tussen 20 en 30 jaar, en 32% van alle Palestijnen, wil graag emigreren.
In de tweede helft van 2006 liepen er op de consulaten 45.000 emigratieaanvragen binnen.
Yoram Ettinger stelt vast dat de emigranten tot 2000 meestal christenen waren. Sindsdien zijn het echter vooral moslims die vluchtten. Het gaat om bureaucraten, intellectuelen en zakenlui. De Palestijnse emigratie is al sinds 1950 een regionaal fenomeen.
Jaarlijks emigreren meer dan 10.000 Palestijnen. In 2005 waren ze met 16.000, in 2006 – toen Hamas in januari de macht in handen kreeg – waren ze met 25.000. De emigratie neemt dus duidelijk toe, en dat terwijl de Palestijnse autoriteit wereldwijd de meeste buitenlandse hulp per inwoner krijgt.
Ondanks de reeks van blunders konden de Israëlische demografen de zwaargewichten in het land ervan overtuigen dat de demografische evolutie wellicht een blok aan het been zou worden, terwijl het eigenlijk een strategische troef is. Het imponeerde de Israëlische beleidsmakers dat de demografische bedreiging zo groot was en, met het oog op de toekomst van Judea en Samaria, belangrijker dan historische redenen en veiligheidsoverwegingen.
Paradoxaal genoeg verwierpen de zionistische leiders het demografische doemdenken toen de Joden slechts 8% (Herzl – 1900) of 33% (Ben Gurion – 1947) van de bevolking uitmaakten.
In 1948 probeerde professor Bacchi, de oprichter van het ICBS, Ben Gurion ervan te overtuigen de onafhankelijkheidsverklaring uit te stellen totdat de Joden (toen met 600.000) talrijker zouden zijn. Bacchi vreesde dat er zelfs in 1967 nog een Joodse minderheid zou zijn binnen de ‘mini-grenzen’ van 1947. Maar in 1967 woonde er binnen de uitgebreide grenzen (1949) een … Arabische minderheid van 14%!
In 1967 en in 1973 zetten de demografen de eerste ministers Levy Eshkol en Golda Meir onder druk om zich terug te trekken uit Gaza, Judea en Samaria. Op die manier kon rond 1990 een Arabische meerderheid ten westen van de Jordaan vermeden worden. Maar in 1987 maakten de Joden met 62,4% de meerderheid uit. In 1967, op het hoogtepunt van de Arabische bevolkingsaangroei, was die meerderheid goed voor 63,35%.
In 1949 beweerde Bacchi met klem dat niemand een ‘aliya’ zou maken naar de arme, voortdurend in conflict verkerende Joodse staat. Maar op vier jaar tijd arriveerden er ongeveer een miljoen immigranten!
Professor Sergio Della Pergola, verbonden aan de ‘Hebrew University’ en een ervaren demograaf, trad in de voetsporen van professor Bacchi, zijn mentor. In het midden van de jaren tachtig verklaarde hij dat er weinig immigranten zouden komen uit de USSR, en dat om economische, culturele, technologische en veiligheidsredenen. Maar uit de voormalige Sovjetunie emigreerden maar liefst één miljoen Joden!
Het huidige politieke establishment in Israël heeft zich overgegeven aan ‘demografobie’, en dat op het moment dat de Joodse staat op demografisch, militair, economisch en technologisch vlak de kritieke massa heeft bereikt.
De demografische realiteit stelde de vroege zionistische leiders in het gelijk: zij hamerden op het belang van een Joodse staat, de weerzinwekkende veiligheidsmaatregelen en de financiële, politieke en demografische onzekerheden ten spijt. Ze werkten geen strategie uit in overeenstemming met de demografie: ze gaven vorm aan de demografie in overeenstemming met strategische vereisten. De huidige leiders steunen op gebrekkige veronderstellingen. Dat leidt automatisch tot een gebrekkig nationaal veiligheidsbeleid, wat het overleven van de Joodse staat op het spel zet.
Beweren dat de Joden een minderheid zullen worden werkte het demografische doemdenken in de hand. Dat doemdenken beheerst de Israëlische academische wereld, de media, de politiek en het veiligheidsbeleid. Het werd een fundament waarop belangrijke nationale beslissingen gebaseerd werden. Erg onjuiste veronderstellingen leiden tot erg onjuiste beleidsdaden.
Ettinger beschuldigt de belangrijkste Israëlische demografen ervan dat ze “hun voorspellingen baseren op lineaire extrapolaties, die zeker op lange termijn gedoemd zijn te falen. Ze hanteren bij de studie van de Joodse demografische vraagstukken ook de normatieve westerse maatstaven. Maar die zijn irrelevant voor de Joodse natie, omdat die niet normatief is.”
Yoram Ettinger besluit: “Iedereen die beweert dat er een demografische machete rust op de keel van de Joodse staat zit er volledig naast of probeert op een schandelijke manier te misleiden!”
Bron: artikel van Jean-Michel Rykner verschenen in Joods Actueel; zie ook op deze blog: Het demografische probleem: ‘Binnen zeven jaar evenveel Joden als Arabieren’ van 27 mei 2009; Palestijnse kwestie: ‘Doos van Pandora’ voor Arabische landen in het M-O van 31 januari 2009



















