Dagelijks archief: 16 mei 2009

‘De Stille uit Jodenstad en de koning van Praag’ (Joodse sage)

Oude Joodse begraafplaats in Praag

Oude Joodse begraafplaats in Praag

Tot in de 12e eeuw was de situatie van de Joden in Praag en Bohemen redelijk gunstig. Ze werden gezien als buitenlanders, die volledige bewegings- en handelsvrijheid hadden, grond en huizen konden kopen en belangrijke ambten bekleden, zoals blijkt uit de privileges, toegezegd door Sobeslav II (1174-1178). De situatie veranderde ingrijpend na het Derde en Vierde Latheraans Concilie (1179 en 1215), waarin de katholieke Kerk een aantal anti-Joodse maatregelen afkondigde. De Joden mochten geen eigen grond meer bezitten en geen enkel ambacht uitoefenen; in feite konden ze alleen nog werkzaam zijn in de geldhandel.

Nadat het Derde Latheraans Concilie een decreet had uitgevaardigd waarin werd bepaald dat alle Joden binnen een begrensd gebied – later getto genoemd – moesten wonen, werden de Joden vanuit de verschillende stadsdelen in een wijk ondergebracht: Zidovske Mesto, Jodenstad. Bij de stichting van de Oude Stad in 1254 door Ottakar II, werden de juridische statuten van de Joodse gemeenschap vastgesteld in de `Statuta Judaeorum’. Het getto werd van het christelijke gedeelte van de stad gescheiden door een muur, waarvan ‘s nachts de poorten werden gesloten. Er waren zes poorten, de laatste is verdwenen in 1822. Volgens cijfers woonden er omstreeks 1930 356.830 Joden in Tsjecho-Slowakije. Slechts 17.247 zullen de concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog overleven.

Hierna volgt een sage uit de 13de eeuw

Stille waters hebben diepe gronden

In een van de armste huisjes van Jodenstad woonde Reb Schime Scheftels, die braaf zijn beroep van klerenhersteller uitoefende, zijn vrouw en kinderen liefhad, maar zijn mond nooit opendeed en daarom `de Stille‘ werd genoemd.

Het getto van Praag omstreeks 1890

Het getto van Praag omstreeks 1890

Op een junimorgen van het jaar 1286 heerste er een grote opwinding in het getto; er werd omgeroepen dat ‘s middags koning Wenceslas II en zijn vrouw Jutta de Jodenstad kwamen bezichtigen. Iedereen maakte zich op om het koninklijk paar gastvrij te ontvangen en rijendik juichte men de stoet toe. Maar het gejuich veranderde in een kreet van ontzetting toen er op de terugweg van een huis een zware baksteen pal voor de voeten van de koning viel. Koning Wenceslas bleef ongedeerd, maar verliet woedend de stad.

Dezelfde avond kreeg de opperrabbijn een brief met het zegel van de koning. Als niet binnen acht dagen de dader uitgeleverd werd, zou op de negende dag Jodenstad geplunderd worden en de bewoners verjaagd. Maar wat men ook deed, de dader werd niet gevonden.

De negende dag brak aan. Een grote menigte met mokers, bijlen en andere sloopwerktuigen stond voor de poort van Jodenstad klaar om aan het plunderen te slaan. In de Oudnieuwsynagoge was de hele Joodse gemeenschap bij elkaar. Eén ontbrak echter: de Stille. Het was niemand opgevallen, behalve zijn grootmoeder. Het gemompel verstomde toen de opperrabbijn het woord nam en verklaarde dat het onheil afgewend was, omdat Reb Schime Scheftels zich de vorige avond bij de koning had gemeld als de dader.

Vreugde en verdriet streden om de voorrang, want iedereen wist dat hij het niet gedaan had. Zijn grootmoeder slaakte een kreet: “Mijn stille Schimele!” en viel dood neer.

Op bevel van de koning werd de `moordenaar’ van hetzelfde dak geworpen waarvan de baksteen was gegooid, terwijl soldaten met opgerichte speren beneden stonden.

Twee jaar later stierf de staatskanselier van de koning wegens hoogverraad op het schavot. Een kwartier voor zijn dood liet hij de opperrabbijn roepen om hem te vertellen dat hij de baksteen had laten gooien uit haat tegen de Joden.

Bronnen: ‘Praag laat je nooit los‘ door Rindert Brouwer; blz. 59-62; Uitgeverij Elmar BV, Rijswijk, 2001; ISBN 9038911351

Bernard-Henri Lévy waarschuwt voor de snelle opkomst van het antisemitisme in Europa en het Midden-Oosten

bernardJaarlijkse meeting van het American Jewish Committee die werd gehouden van 6 tot en met 8 mei 2009. Deze video toont de boeiende openingstoespraak van deze 3-daagse conferentie door de Franse filosoof en auteur Bernard-Henri Lévy (afbeelding links) van 6 mei j.l. Meer video- en audiomateriaal kan gevonden worden op de website van het American Jewish Committee.

Er werden tevens een aantal prijzen uitgereikt. Zo kreeg het Britse parlementslid John Mann de Jan Karski Award. Amerikaans congreslid John Lewis ontving van het AJC de Moral Courage Award. De toespraken van John Mann en John Lewis zijn eveneens te bekijken op de site van AJC.

John Lewis op 8 mei 2009 in zijn toespraak: “Wij zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Wanneer je fanatisme of antisemitisme ontmoet, moet je je daar hardop tegen uitspreken.”

‘Apartheid’ bestaat niet in Israël

Antisemitische cartoon van Carlos Latuff

Antisemitische cartoon van Carlos Latuff die de 2de prijs kreeg tijdens de International Holocaust Cartoon Competition georganiseerd in Teheran (Iran) , december 2006

Apartheid is dood en begraven in Zuid-Afrika maar het woord is springlevend in de wereld, in het bijzonder als bijnaam om Israël te beledigen. Israël wordt ervan beschuldigd ‘de nieuwe Apartheid staat’ te zijn. Als dat waar zou zijn, is dat een ernstige beschuldiging, die strenge internationale veroordeling en sancties zou verrechtvaardigen. Maar het is niet waar. Iedereen die weet wat Apartheid was en die bekend is met het huidige Israël, is zich daarvan goed bewust. Het gebruik van het etiket Apartheid klinkt op zijn best ontkennend en naïef, op zijn slechtst: cynisch en manipulatief.

Hoe dan ook, het oneigenlijk gebruik ervan kleineert de betekenis van Apartheid waar de Zuid-Afrikanen zo lang onder geleden hebben. Net zoals het overmatig gebruik van ‘nazi’ het eenmaal zo gevreesde woord veel van haar oorspronkelijke betekenis heeft doen verliezen, zoals gebeurde tijdens de ontruiming van de Gazastrook in augustus 2005: de Joodse kolonisten, die ‘nazi’s’ schreeuwden naar de Joodse soldaten die hen moesten uitzetten, beschuldigden hen van verraad en minimaliseerden aldus de Holocaust die de Joden vijftig jaar eerder zo moorddadig had getroffen.

Het woord ‘Apartheid’ werd bedacht in de jaren ‘20, aanvankelijk bestemd voor calvinistische religieuze doeleinden, maar werd algemeen bekend tijdens de algemene verkiezingen van 1948 als uitdrukking van het Afrikaner nationalistische politieke, sociale en economische beleid. Het kan worden gedefinieerd als scheiding en discriminatie op basis van etnische origine, door de wet geïnstitutionaliseerd in elk aspect van het dagelijks leven, opgelegd door de blanke minderheid en die uitging van haar geloof in blanke etnische superioriteit.

Durban 2001: dagelijkse meetings tegen Israël

Durban 2001: dagelijkse meetings tegen Israël

De beschrijving van Israël als een ‘opkomende Apartheid staat’, begon te rollen wellicht rond 2000 en werd algemeen verbreid tijdens de regionale conferenties in de aanloop naar de VN Anti-racisme conferentie in Durban in augustus / september 2001. Op die anti-racisme conferentie hadden de ngo’s resoluties aangenomen waarin Israël werd veroordeeld als een ‘Apartheid staat’ en werd opgeroepen tot een internationaal beleid van totale isolatie “zoals in het geval van Zuid-Afrika, wat het opleggen van verplichte en alomvattende sancties en embargo’s impliceerde (en) de volledige verbreking van alle banden…” In het beschrijven van het gedrag van Israël jegens de Palestijnen werd herhaaldelijk verwezen naar ‘genocide’, tegelijk met het aan de kaak stellen van het zionisme, de basisfilosofie van Israël, als ‘racistisch’ in een doorzichtige poging om de inmiddels ontbonden 1975 VN-resolutie te herinstalleren, resolutie waarin zionisme als een misdaad tegen de menselijkheid werd veroordeeld, vergelijkbaar met Apartheid.

De sponsors van deze uitspraken en hun supporters gingen zo woest en onsamenhangend tekeer in woorden en acties dat zij zichzelf in diskrediet brachten. Bovendien werd door hun acties de aandacht afgeleid van de anti-racisme zaak, wat vanzelfsprekend het doel was van hun aanwezigheid op die conferentie. Tijdens de conferentie van de regeringen, die onmiddellijk volgde op de bijeenkomst van de ngo’s , werden virtueel bijna alle aanvallen op Israël verworpen. Later sprak Aziz Pahad, de Afgevaardigd Minister van Buitenlandse Zaken van Z-Afrika, over die ‘schandelijke gebeurtenissen’ die de ngo-conferentie begeleidden en zei: “Ik wil ondubbelzinnig duidelijk maken dat de Zuid-Afrikaanse regering erkent dat een deel van de conferentie werd gekaapt en door sommigen als een anti-Israël-agenda werd gebruikt om die om te draaien in een antisemitisch evenement.

Dus, hoe zit dat met Israël in verband met die aanklachten van apartheid en racisme?

Ten eerste: Israël binnen de Groene Lijn (de feitelijke grens na de oorlog van 1967)

1967Arabieren vormen in Israël een substantiële minderheid die ongeveer 20% van de bevolking uitmaakt. Theoretisch gezien genieten zij volledige burgerrechten maar in de praktijk lopen ze gebukt onder uitgebreide discriminatie. Die kan variëren van de weigering tot het verwerven van grond of het vruchtgebruik ervan, verminderde arbeidskansen en mindere sociale uitkeringen, tot rapporten over een gezin dat van het strand werd weggejaagd en kinderen die uit een park werden verdreven. Slechts 5,05% van de 55 500 ambtenaren zijn Arabieren. Arabische dorpen worden vaak onvoldoende gefinancierd en lijden aan ondermaatse dienstverlening en slecht onderhouden wegen. Scholen ontvangen van de staat kleinere subsidies zodat er minder faciliteiten kunnen worden aangeboden.

Geen van dat alles is acceptabel en zeker voor een staat die zichzelf opwerpt als de enige democratie in het Midden-Oosten. Maar is dit wel vergelijkbaar met de situatie in Zuid-Afrika van voor 1994? Herinner dat onder de Apartheid geen enkel detail in het leven immuun was tegen discriminatie bij wet. De huidskleur bepaalde het leven van elke mens, letterlijk vanaf de geboorte tot aan de dood: waar je werd geboren, waar je naar school liep, welke baan je had, welke bus je gebruikte, op welke bank je mocht zitten in het park en op welke begraafplaats je werd begraven. In Israël komt discriminatie veelvuldig voor ondanks het wettelijk gelijkheidsbeginsel, het wordt geschraagd uit gewoonte, maar het is zelfs van op geen afstand vergelijkbaar met het Zuid-Afrikaanse arsenaal aan discriminatiemaatregelen, afgedwongen door de parlementaire wetgeving. Het verschil is fundamenteel.

De situatie in Israël kan wellicht beter worden vergeleken met de Verenigde Staten: zwarten verkregen burgerrechten in 1787 door de goedkeuring van de Grondwet van de Verenigde Staten (The Constitution), maar die rechten werden decennialang niet toegepast; het duurde tot aan de historische uitspraak van het Amerikaanse Hoog Gerechtshof in de zaak Brown vs Board of Education van 1954, dat een begin werd gemaakt met de toepassing van de wet.

Het verschil tussen de huidige Israëlische situatie en de Zuid-Afrikaanse Apartheid wordt onderstreept op een zeer menselijk peil: Joodse en Arabische babies worden geboren in dezelfde verloskamers, met dezelfde faciliteiten, verzorgd door dezelfde dokters en verplegers, met de moeders die herstellen in gemengde zalen. Twee jaar geleden onderging ik een medische ingreep in een hospitaal te Jeruzalem: de chirurg was Joods, de anesthesist was Arabier en de dokters en verpleegsters die voor me zorgden waren Joden en Arabieren. Joden en Arabieren tafelen samen in dezelfde restaurants en reizen met dezelfde treinen, bussen en taxi ’s en bezoeken elkaar in elkanders huizen.

Zou ook maar iets van dit alles mogelijk zijn geweest onder de Apartheid? Natuurlijk niet.

Een cruciale, maar fundamentele indicator voor de status van de minderheid in Israël – en tegelijk een andere vergelijking tussen het Apartheidsregime van Zuid-Afrika met Israël – is dat Arabieren stemrecht hebben. Zwarten hadden dat niet. Stemrecht betekent burgerschap en de macht om zaken te beïnvloeden en/of te veranderen. Arabieren missen de volledige macht als minderheidsgroep maar zij hebben het recht en de macht om zich te verenigen als groep en allianties aan te gaan met anderen.

muur02

Apartheidsmuur tussen Spanje en Marokko, gebouwd met geld van de EU om immigratie tegen te gaan

Ook doorstaat ‘Zionisme is racisme’ niet de test van een nauwkeurig onderzoek. Op 29 november 1947 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de verdeling van Palestina goed, die moest leiden tot de creatie van een staat voor de Joden en een staat voor de Arabieren. Voor de Joden werd de droom van het Zionisme werkelijkheid – de terugkeer naar het land van hun voorvaderen en de schepping van een opvangtehuis voor de slachtoffers van eeuwenoude vervolging. Zij aanvaardden het VN-verdeelplan maar de Arabieren deden dat niet [en nog steeds niet, behoudens de vredesakkoorden met Egypte (1979) en met Jordanië (1994)]. Israël heeft nu een Joodse meerderheid en zij hebben aldus het recht om te bepalen hoe de samenleving er moet uitzien, inbegrepen het recht om het burgerschap te omschrijven.

Indien de meerderheid wenst om de immigratie en het burgerschap enkel te beperken tot Joden, mag dat onverenigbaar lijken met een strikte definitie van de universaliteit van de mensheid. Maar dat is het recht van de meerderheid [in een democratie]. Net zoals Saoedi-Arabië en andere Arabische staten het recht hebben om burgerrechten te verstrekken aan christenen, of het recht van Ghana en andere Afrikaanse staten het recht hebben om blanken te weren als volwaardige burgers, of het recht van Zuid-Afrika om een niet-raciale burgerrechten politiek te voeren. Het is de norm in landen die burgerrechten wetten en immigratie praktijken hanteren, niet het universele ideaal onderschrijven, maar die in tegenstelling zijn gebaseerd op hun percepties ten aanzien van huidskleur of religie of economische status of om gelijk even wat. Europa demonstreert dit dagelijks op de wijze hoe het omgaat met zogenaamde economische migranten.

Israel ’s Wet op Terugkeer van 5 juli 1950, die aan elke Jood waar ook ter wereld het recht geeft om te immigreren [naar Israël] – behoudens dan uitzonderlijke gevallen van gekende criminelen en gelijkaardige ‘snoodaards’ — is het volstrekte democratische recht van de meerderheid om te beslissen wie zij tot haar grondgebied wenst toe te laten. Het stamt uit het oorspronkelijke idee van de stichting van een Joodse staat, of een staat voor de Joden. Orthodoxe rabbijnen in Israël hebben een controlerende invloed in de beslissing wie Jood is. Afstamming gaat via de moeder. Het is een religieus gegeven – en geen Apartheid zoals sommigen beweren – dat nog steeds fel bevochten wordt door Joden onderling, tussen hervormingsgezinde en conservatieve strekkingen binnen het Judaïsme die elk hun rol opeisen.

Voorbeeld van multiculturele samenleving: Israëlische topmodels

Voorbeeld van multiculturele samenleving: Israëlische topmodellen

Tegelijkertijd is het duidelijk oneerlijk, gezien vanuit het oogpunt van de slachtoffers, dat het verlenen van automatische toegang tot Israël aan Joden van overal, terwijl tegelijkertijd het ‘recht op terugkeer’ wordt ontzegd aan de Palestijnen en hun nakomelingen, die gevlucht waren of het land uitgezet werden in de oorlogen van 1948 en 1967. Deze, op zijn zachtst uitgedrukte ‘onrechtvaardigheid’, is één van de tragische gevolgen van de oorlog. Opnieuw echter, is dit helemaal geen uniek geval voor Israël. Hetzelfde gebeurde in recente tijden, dikwijls op veel grotere schaal zoals in Duitsland en in Polen, de Tsjechische Republiek, Indië en Pakistan, om maar een paar parallelle situaties op te noemen.

Hoe dan ook: wat is racisme? Onder de Apartheid was dat de huidskleur. Toegepast op Israël is dat een grap: om dat te bewijzen kijk gewoon naar een menigte van Israëlische Joden en de vele gradaties in huidskleur, van de ‘zwartste’ tot de ‘witste’. In het internationale gebruik werd ‘racisme’ thans uitgebreid tot gelijk welk vooroordeel of discriminatie jegens een andere groep. Aan de hand van deze definitie is Israël, een jonge natie die pas 61 jaar geleden werd gesticht, het hete bed geworden van discriminatie en klachten omtrent discriminatie. De Arabieren lijden daar het meest onder maar er zijn constant klachten over discriminatie of oneerlijke behandeling van (oosterse) sefardische Joden en (westerse) ashkenazische Joden, zowel van religieuze Joden als van seculiere Joden. Er is helemaal geen tekort aan raspende rapporten die klagen over discriminatie. Ter illustratie: drie prestigieuze religieuze Ashkenazi seminaries voor meisjes werden aangeklaagd omdat zij slechts een contingent van 30 procent Joden van Sefardische oorsprong tot hun seminaries toe lieten en deze zich [door die quota] minderwaardig voelden behandeld. Dit werd beschreven als een vooruitgang, want voorheen was het contingent bepaald op 17 procent.

De niet-vergelijking wordt nog maar eens gezien als mogelijkheden voor verandering. In Zuid-Afrika, was veranderen naar beterschap gewoon niet mogelijk gedurende ten minste de eerste 30 jaar onder het bestuur van de Afrikaner Nationalisten. Zelfs indien het gerecht soms een gat sloeg in het Apartheidsrecht, jaagde het volledig uit blanken bestaande parlement er snel een wet door die de mazen in die wet moesten dichten. Dit in tegenstelling met Israël waar verandering mogelijk is en verandering ook echt plaats heeft. Winst werd bereikt met de eerste verhuur aan Arabieren door de parastatale Israëlische Elektrische Corporatie, door middel van gelijkheid in de begrotingen voor islamitische begraafplaatsen, tot een positieve deelname in overheidsdienst zoals bijvoorbeeld de benoeming van de eerste Arabische rechter bij het Hoge Gerechtshof van Justitie het afgelopen jaar. Verandering is verre van volmaakt en te traag en soms is er achteruitgang, maar het gebeurt.

Zelfs omtrent de gevoelige kwestie van landeigendom, beweegt er iets: het meeste van de grond in Israël is voorbehouden voor de Joden. Een Arabische verpleegkundige, Adel Kaadan, streeft al een decennium lang om zich te mogen vestigen in de Joodse gemeente van Katzir. Het Hoog Gerechtshof heeft de weg voor hem geopend, maar met bureaucratische trucs werd hij tot nog toe buiten de gemeente gehouden. Het lijkt dat hij nu op de rand staat van succes – en zo zijn er nog veel meer gevallen die in de pijplijn zitten in de betwisting van gronden op basis van discriminatie.


focus

Bronnen: Oorspronkelijke titel: Israel is a democracy in which Arabs vote – Not an apartheid State door Benjamin Pogrund. Vertaald en bewerkt door Brabosh; Antwerpen, 16 mei 2009

Dit artikel verscheen in Focus 40 (december 2005) en werd gepubliceerd door The Helen Suzman Foundation (Zuid-Afrika). Dit artikel mag vrij worden gereproduceerd op voorwaarde dat zowel Focus als The Helen Suzman Foundation worden geaccrediteerd, en een kopij van het artikel wordt gezonden naar dit adres: P O Box 1524, Parklands, 2121/ Fax 011 880 1850; Haaretz: A decade of dreams down the drain door Tom Segev van 29 september 2005

Top Topical Bronze Award 2008: Onze planeet wordt te heet voor De IJsbeer

topOp 13 mei 2009 werden de Top Topical Awards 2008 uitgereikt, in de Brusselse club Louise Gallery. De Top Topical® is een exclusief publicitair concept dat in 1992 werd gelanceerd door de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers. Het gaat om een advertentie in de dagbladpers waarvan het creatief concept geïnspireerd is op een actuele gebeurtenis. Ze kan verwijzen naar een voorspelbare gebeurtenis, gelinkt aan de kalender, of een onvoorspelbare gebeurtenis, die plaatsvond enkele dagen voor de verschijning van de advertentie.

De Top Topical® laat de adverteerder toe kort op de bal te spelen en zijn boodschap op een pertinente, originele en sympathieke manier over te brengen. Meer nog, hij geniet van een korting van 25% of 50%. De beste Top Topicals® -advertenties worden elk jaar in de kijker gezet tijdens de uitreiking van de Top Topicals®-Awards. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten de advertenties eerst het Top Topical® -label ontvangen, conform aan het reglement.

De ingezonden advertenties werden in drie categorieën onderverdeeld: Top Topical (spelen in op de actualiteit), Profit (commerciële boodschap) en Non-profit (humanitaire, niet-commerciële boodschap). Naargelang het niveau van het werk, mochten de winnaars met een gouden, zilveren of bronzen beeldje naar huis gaan. In de Non-profit categorie gin de Bronze Award naar onderstaande afbeelding: De IJsbeer van The Big Ask (TBWA).

heet

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 224 other followers