Dagelijks archief: 28 april 2009
Mahmoud Abbas (P.A.) weigert opnieuw Israël als Joodse staat te erkennen

Yasser Arafat en Mahmoed Abbas
Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever (Westbank), heeft gisteren maandag 27 april 2009 de eis van de Israëlische eerste minister Benjamin Netanjahoe, Israël te erkennen als de Joodse staat, andermaal verworpen. De Palestijnse Autoriteit is een soort Palestijnse regering zonder staat, tot 1994 de PLO genoemd, die tot aan zijn dood geleid werd door Yasser Arafat en nadien door Mahmoud Abbas.
“Ik weiger dit te accepteren,” heeft Mr. Abbas gezegd tijdens een toespraak in Ramallah op de Westbank. “Het is niet mijn werk om een omschrijving te geven van de staat. Noem het voor mijn part de Hebreeuwse Socialistische Republiek – het kan me geen barst schelen,” voegde hij er volgens het persagentschap Reuters nog aan toe. Met deze uitspraak onderstreepte Abbas andermaal hoe pijnlijk diep de kloof nog steeds is tussen de PA(PLO) en de Israëlische Regering. De PLO heeft nooit het bestaansrecht van Israël erkend en lijkt ook niet in de nabije toekomst van plan om dat ooit te doen.

Mr. Netanjahoe, die een maand geleden zijn nieuwe regeringskabinet formeerde, heeft steeds geweigerd om een onafhankelijke Palestijnse staat, die zou worden opgericht naast de Israëlische staat, te aanvaarden als de oplossing voor het Arabisch-Israëlisch conflict. Maar Netanjahoe zei ook dat de Palestijnse erkenning van Israël als de nationale staat van het Joodse volk, cruciaal is om vooruitgang te bereiken tijdens toekomstige onderhandelingen. Nog verleden week liet het kantoor van Mr. Netanjahoe verstaan dat zonder die erkenning, “het niet mogelijk zal zijn om enige diplomatieke vooruitgang te boeken en een vredesakkoord te bereiken.”
Ook de afgezant van Barack Obama’s regering, George J. Mitchell, die enkele weken terug op een missie was in het Midden-Oosten, had namens de preisdent gezegd dat het 2-statenvoorstel de “enige oplossing” was voor het Arabisch-Israëlische conflict. Door de uitspraken van Mahmoud Abbas staat die oplossing weer verder weg dan ooit. Hoe het nu weer verder moet is nog niet duidelijk. Om tot een oplossing te komen moet je minstens met twee zijn, en daar willen de Palestijnen voorlopig nog altijd niet bij horen. Wat mij betreft heeft het helemaal geen zin om met Palestijnen te onderhandelen, maar moet er globaal worden onderhandeld met de landen van de Arabische Liga en met Iran. De sleutel van een definitieve oplossing van het conflict ligt in een globaal akkoord met hen en niet bij de Arabieren in de Westbank, de Gazastrook of in Israël.
Wie zich nog illusies moest maken: de Palestijnse Autoriteit streeft in werkelijkheid naar een 1-staat oplossing (en dat is altijd al haar enige streven geweest), waarbij de Israëlische staat moet opgedoekt worden en plaats moet maken voor een eengemaakte Palestijnse staat, op de plaats waar ooit Israël was gelegen, inclusief de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Wat er dan met de Joden zal – en moèt – gebeuren, is ook al lang bekend uit de monden van een half miljard Soenitische en Sjiietische moslim-Arabieren en -Perzen die al 64 jaar lang de vernietiging van de Joodse staat aankondigen en de fysieke verwijdering van de Joden uit het Midden-Oosten, luidkeels krijsend: “From the Jordanriver to the see, Palestine shall be free.“
Voor wie het weer vergeten was, even het geheugen opfrissen:
“Wij van de PLO zullen al onze krachten gebruiken om Israël psychologisch in twee kampen te verdelen. Binnen vijf jaar zullen er tussen de vijf en de zeven miljoen Arabieren op de West Bank en in Jeruzalem wonen. Alle Palestijnse Arabieren zullen door ons worden verwelkomd. [Net] als de Joden allerlei Ethiopiërs, Russen, Oezbeken en Oekraïeners als Joden kunnen importeren, kunnen wij allerlei Arabieren bij ons importeren. Wij zijn van plan de staat Israël te elimineren en een pure Palestijnse staat te stichten. Wij zullen het leven voor de Joden ondraaglijk maken, door psychologische oorlogsvoering en een bevolkingsexplosie. Joden zullen niet onder de Arabieren willen wonen. [...] Ik heb niets aan de Joden; zij zijn en blijven Joden. Wij hebben van u nu alle mogelijke hulp nodig in onze strijd voor een verenigd Palestina onder volledige Arabisch-islamitische controle.” (Yasser Arafat op 30 januari 1996 in Stockholm tegenover een groep Arabische diplomaten (Bron: Jerusalem Post van 23 en 24 februari 1996)
“Onze strijd met de vijand is groter dan sommige politici en mediamensen denken. Onze strijd is niet met een zionistische premier, een regering of een cipier. Onze strijd is die tussen islam en het [Joodse] ongeloof in dit land. Het is een strijd waarin de kruisvaarders en het wereldzionisme zich hebben verenigd. Zionisten en kruisvaarders zijn twee kanten van een en dezelfde munt. We voeren een oorlog tegen het zionisme, dat de wereld regeert en internationale besluiten en economieën beïnvloedt. Als Allah het wil, zal deze zogenaamde staat binnenkort verdwijnen.” (Bron: Uit de preek die op 16 april 2004 door Sjeik Ibrahim Mudeiris (topfunctionaris op het ministerie van Religieuze Zaken van de Palestijnse Autoriteit) werd uitgesproken in de Sjeik Zayid Moskee in Gaza. Live op de door de PA gecontroleerde Palestijnse televisie uitgezonden [FBIS]. Zie ook deze 2 video’s met preken van Ibrahim Mudeiris: De gewone vrijdagse preek in een Gaza moskee… (21 mei 2004) en Islam zal over de VS en Engeland regeren, Joden zijn AIDS (13 mei 2005)
Bronnen: The New York Times Abbas Rejects Calling Israel a Jewish State van 28 april 2009; zie ook op deze blog: Onafhankelijke peiling uit Noorwegen: Palestijnse meerderheid tegen 2-statenoplossing van 5 april 2009; 2-staten oplossing voor Israël en Palestina verder weg dan ooit van 2 maart 2009
28 april 1945: Benito Mussolini vandaag 64 jaar geleden geëxecuteerd
Op 28 april 1945 werd Benito Mussolini – Il Duce -, de grondlegger van het oorspronkelijke historisch fascisme, gearresteerd door partizanen van het C.L.N. (het Italiaanse verzet.) Diezelfde dag voegde ook Clara Petacci (zijn maîtresse sinds 1936) zich bij hem. Enkele uren later werden zij op bevel van kolonel Valerio tegen de muur van een villa doodgeschoten. De lijken werden ‘s avonds met het hoofd naar beneden gehangen aan het dak van een benzinestation aan de Piazale Loreto in Milaan. In dezelfde plaats van waaruit Mussolini in 1922 naar Rome werd geroepen om daar chef van de regering te worden, vond de fascistische staat definitief zijn smadelijk einde. Twee dagen later – 30 april 1945 – pleegden Adolf Hitler en zijn maîtresse Eva Braun, die hij net de dag voordien in het diepste geheim was gehuwd, eveneens zelfmoord.
Ontstaan en programma van het Italiaanse fascisme

Benito Mussolini en Adolf Hitler
In maart 1919 werd door Benito Mussolini (1883-1945) in een zaaltje dat door de ‘Alleanza Industriale e Commerciale’ beschikbaar was gesteld, aan de Piazza Sepolcro in Milaan, een beweging opgericht onder de naam ‘Fasci Italiane di Combattimento‘. Nauwelijks meer dan honderd mensen namen aan die oprichtingsvergadering deel. Een echt programma hadden de oprichters toen nog niet. Dat -of wat er voor door moest gaan- werd pas enkele maanden later samengesteld, hoewel het als Programma van San Sepolcro bekend is geworden. De belangrijkste eisen waren: afschaffing van de senaat, de vorming van technische nationale raden.
Het programma bevatte ook enkele ‘linkse’ elementen zoalsde invoering van het minimumloon, mee beslissingsrecht voor arbeiders, een invaliditeits- en oudersdomsverzekering en invoering van een pensioengerechtigde leeftijd op 55 jaar. Op militair gebied werd voor de oprichting van een nationale militie gepleit. Over tal van belangrijke sociale en economische problemen zei het programma niets. Die ‘problemen’, aldus de inleiding van het programma, op het gebied van bureaucratie, op juridisch, administratief en koloniaal gebied, op het gebied van onderwijs enz. zouden ‘geregeld worden’ als de fascisten aan de macht waren. Over één zaak was het programma echter wel volledig duidelijk: Het fascisme was een anti-partij.
Het symbool: de fasces
Afbeelding rechts: De fasces, bron van de benaming en tegelijk het symbool van de Italiaanse fascisten
Als benaming voor de beweging koos Mussolini een symbool uit de Romeinse oudheid, de fasces. De fasces was een bundel twijgen met daarin een bijl, die de Romeinse magistraten voerden als teken van de staatsmacht. De twijgen werden gebruikt om overtreders van wet en voorschriften te geselen, de bijl diende voor de onthoofding van tegenstanders van de heersende macht.
De aanhangers van Mussolini’s beweging waren mensen uit allerlei sociale lagen en maatschappelijke groeperingen: nationalisten, syndicalisten, anarchisten, oud-strijders, de vroegere Interventionisten, mensen die onder de economische crisis te lijden hadden -voornamelijk kleine middenstanders-, avonturiers, gedeklasseerde intellectuelen en regelrechte misdadigers.
Het waren overwegend mensen die elkaar niet vonden vóór, maar tegen iets: tegen de democratie, tegen de liberale staat, tegen de arbeidersklasse. De fascisten streefden geen louter parlementaire macht na, zij wilden de omverwerping van de bestaande orde.
De Arditi of Zwarthemden
Afbeelding rechts: De eerste Arditi, speciale commandotroepen, later zwarthemden genoemd
Het hoofdaccent van de activiteiten van de fascisten lag op straat. Intimidatie, terreur dat waren de politieke middelen van de eerste fascisten. Bij de eerste openlijk optredende groepen sloten zich al vrij spoedig de uit de Arditi (dapperen), een soort commandotroepen, afkomstige gedemobiliseerde militairen aan. De Arditi -zo’n 20.000 man sterk- vormden na de Eerste Wereldoorlog speciale bonden, vergelijkbaar met de Duitse Freikorpsen, rondzwervende Duitse bendes van veteranen van WO I.
De leden waren voornamelijk uit het lompenproletariaat afkomstig, in meerderheid zelfs beroepsmisdadigers, die wegens moord of andere zware misdaden waren veroordeeld. Deze hadden in 1915 amnestie gekregen onder voorwaarde dat ze dienst zouden nemen in het leger. Na 1917 werden ze gerecruteerd voor de speciale commando-eenheden, de Arditi. Hoewel ze weinig bijzondere prestaties hebben verricht, wisten ze allerlei bijzondere rechten te veroveren. Ze kenmerkten zich door een ongedisciplineerd optreden, hun uniform week af van dat van de gewone soldaten.
De fel nationalistische Arditi traden in verschillende steden in Italië als anti-proletarische stoottroepen op. In Rome, Napels en Milaan kwam het in 1919 herhaaldelijk tot bloedige botsingen tussen met dolken gewapende Arditi en arbeiders. Met groepjes van 20 of 30 man vielen de Arditi bijeenkomsten en betogingen van niets vermoedende arbeiders aan en veranderden de straat in korte tijd in een waar slagveld.
Op 15 april 1919 staken de Arditi samen met de fascisten de redactielokalen van de socialistische krant Avanti in Milaan in brand. Mussolini rechtvaardigde deze actie in zijn blad Popolo d’Italia. In de loop van 1919 gingen de Arditi samen met rechts-radicale studenten en middelbare scholieren de militante voorhoede, de stoottroepen, van de fascisten vormen. Hun uiterlijke kenmerk waren het zwarte hemd en de dolk. Al spoedig werden de fascisten zwarthemden genoemd.

Gabriele d'Annunzio
De ‘held’ van de Arditi was echter niet zozeer Mussolini als wel de dichter Gabriele d’Annunzio (1863-1938). D’ Annunzio was een van de belangrijkste voorvechters voor Italië’s deelname aan de oorlog geweest. In de oorlog had hij dapper gevochten, voor zijn prestaties had hij de hoogste onderscheiding die Italië kende gekregen. In een van de gevechten had hij een oog verloren. Op 12 september 1919 bezette de dichter-soldaat d’Annunzio met enkele honderden vrijwilligers de voormalig Hongaarse havenstad Fiume. Ongeveer de helft van de inwoners van Fiume waren Italiaans. De Italiaanse regering nam een afwachtende houding aan. Enerzijds uit angst om de nationalistische gevoelens aan te wakkeren, anderzijds werd ze ook te zeer bezig gehouden door andere grote binnenlandse problemen: het grondstoffen- en voedseltekort en de inflatie. Aldus regeerde d’Annunzio meer dan 15 maanden over Fiume, tot de Italiaanse regering er geweldloos een einde aan maakte. De legionairs van d’Annunzio sloten zich massaal aan bij de fascisten van Mussolini.
Tussen 1920 en 1922 liep Italië gebukt onder de toenemende straatterreur van de Arditi. Het fascistisch geweld dat tot dan een incidenteel karakter had gedragen, nam in het najaar van 1920 zowel in omvang als in hevigheid toe. De fascistische terreur ging steeds meer een structureel karakter aannemen. Herhaaldelijk traden de fascistische bendes als antiproletarische stoottroepen op om stakingen van de arbeiders te breken. De fascistische actie-eskaders, de squadre d’azione, begonnen ook na de beëindiging van de fabrieksbezettingen steeds brutaler op te treden.
Berucht werden de zogenaamde zondagstochten, de spedizione punitive (strafexpedities), waarop de gebouwen van arbeidersbewegingen werden geplunderd, leden en leiders van de vakbonden of socialistische partijen werden afgeranseld en mishandeld, in enkele gevallen zelfs doodgeknuppeld. Redactielokalen van socialistische en communistische kranten en bladen werden verwoest. De fascisten maakten alles wat maar enigszins met socialisme of communisme in verband stond tot doelwit van hun acties. Het fascistische geweld was systematisch en bewust gericht op de vernietiging van de tegenstander.
Mars op Rome

Mars op Rome
Op 27 oktober 1922 gingen in heel Italië de fascisten de straat op, overal braken rellen uit, openbare gebouwen werden bezet, zelfs kazernes gingen over in fascistische handen. Uit alle delen van het land trokken in de vroege ochtend van de 28ste oktober 1922 de fascistische colonnes naar de hoofdstad op. Mussolini begon aan het hoofd van zijn paramilitaire formaties de beruchte Mars op Rome, met als inzet: de militaire machtsovername van Italië. Het aantal deelnemers aan die mars is nooit bekend geworden. Fascistische historici noemen getallen tussen de 300.000 en 700.000, maar naar alle waarschijnlijkheid waren het er in werkelijkheid tussen de 40.000 en de 50.000 man, slecht bewapend, nauwelijks getraind en zonder veel militaire ervaring.
Ongeveer 30 tot 40 kilometer voor Rome hielden de troepen halt, in afwachting van het bevel van de Duce om de stad binnen te trekken. De Italiaanse Koning Victor Emmanuel III weigerde het decreet te ondertekenen waarin de Italiaanse regering in de avond van de 27ste oktober de algemene staat van beleg had afgekondigd. Was het uit angst voor een burgeroorlog, of vreesde hij de militaire kracht van de fascisten? De koning was bang zijn troon te verliezen indien hij de fascisten tegen zich in het harnas zou jagen. Zijn hoogste officieren hadden hem verteld dat 1 miljoen[!] fascisten voor de poorten van Rome stonden en dat de stad slechts verdedigd werd door 7000 man. In werkelijkheid stonden bijna 30.000 goed bewapende militairen tegenover hooguit 50.000 slecht bewapende fascisten.
Onder druk van zijn raadgevers besloot de Koning om Mussolini uit te nodigen naar Rome om hem te belasten met de opdracht om een nieuwe regering te vormen. Veel later zal na het einde van de Tweede Wereldoorlog de Italiaanse koninklijke familie vanwege haar steun aan het fascisme haar rechten verliezen en Italië een republiek worden.
In de ochtend van de 30ste oktober 1922 trok Mussolini, Il Duce, aan het hoofd van zijn fascistische troepen de hoofdstad binnen. Hij zal Italië de volgende jaren met harde hand leiden tot aan zijn afzetting in de zomer van 1943 in volle oorlogstijd, maar dat is een ander deel van de historie.
Het einde van Mussolini
Op 12 september 1943 werd Mussolini in opdracht van Adolf Hitler bevrijd door SS-majoor Otto Skorzeny. Mussolini werd naar Duitsland overgevlogen en herenigd met zijn familie en een aantal fascisten. Hitler drong er bij Mussolini op aan om opnieuw een Italiaanse regering te vormen. Mussolini en een aantal fanatieke getrouwen vestigden zich aan het Gardameer (Salò) in Noord-Italië en riep de Italiaanse Sociale Republiek uit, waarvan hij de president en premier werd.
Nadat de oorlogsnederlaag onafwendbaar bleek, vluchtte Mussolini in april 1945 naar Milaan en startte onderhandelingen met het Italiaanse verzet. Die mislukten en Mussolini vluchtte noodgedwongen naar de Italiaans-Zwitserse grens. Op 28 april 1945 werd Mussolini gearresteerd door partizanen van het C.L.N., het Italiaanse verzet.
Op 28 april 1945 voegde ook Clara Petacci, zijn maîtresse sinds 1936- zich bij hem. Enkele uren later werden zij op bevel van kolonel Valerio tegen de muur van een villa doodgeschoten. De lijken werden ‘s avonds met het hoofd naar beneden gehangen aan het dak van een benzinestation aan de Piazale Loreto in Milaan (afbeelding rechts van 29 april 1945). In dezelfde plaats van waaruit Mussolini in 1922 naar Rome werd geroepen om daar chef van de regering te worden, vond de fascistische staat definitief zijn smadelijk einde.
Later werd Mussolini in Milaan begraven. In april 1946 werd zijn lichaam gestolen, mogelijk om losgeld te eisen, maar onverrichterzake een maand later bij een klooster in Milaan ingeleverd en herbegraven in een klooster bij Legnano. In 1957 werd Mussolini door de familie herbegraven in de buurt van zijn geboortedorp Predappio.
Lees ook deze film- en boekbesprekingen op Verzet.org (eigen collectie):
• DVD-film: Nazisme Fascisme Communisme; Orion Channel 2007; 3 DVD; speelduur 290 minuten; zw/wit en kleur
• DVD-film: The Nazis – A warning from history (3 DVD’s speelduur 300 minuten)
• DVD-film: The Story of Fascism (Gianni Ubaldo Canale en Franco Rostagno)
• Mussolini. Fascistenleider en dictator (Christopher Hibbert)
• Het Italiaans Fascisme: opkomst, overwinning, konsolidering en ondergang (Jo Horn en Els Sira)
• Benito Mussolini (Giovanni de Luna)
• Het fascisme gisteren en vandaag (Herwig Lerouge, Peter Mertens e.a.)
• Fascisme en nationaal-socialisme (Paul Schneiders – Maria Endenburg)
• Racisme en fascisme – Ontstaan en bestrijding (Sandew Hira)
• Fascisme (Martin Kitchen)
• ze zijn er nog… (P.R.A. Van Iddekinge en A.H. Paape)
• Lexicon van het fascisme. Woorden en begrippen uit de jaren 1933-1945 (Hilde Kammer en Elisabeth Bartsch)
• De anatomie van het fascisme (Robert O. Paxton)
• Fout na de oorlog. Fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990 (J Van Donselaar)
• Waarom die Italianen (Fred Vanhinsberg)
• Het geheim van Santa Vittoria (Robert Crichton)
• De Oorlogsbazen. Zij bepaalden het verloop van de Tweede Wereldoorlog (A.J.P. Taylor)
• Skorzeny, de gevaarlijkste man van Europa (Charles Whiting)
In ‘Dochter van Iran’ verhaalt Mani Amiri over haar vlucht naar België via Nederland
Een week geleden heb ik bij De Sleghte op de Wapper in Antwerpen voor een paar euro het boek ‘Dochter van Iran‘ van de Iraanse Mani Amiri over haar vlucht naar de vrijheid, gekocht en in één ruk uitgelezen. Mani Amiri vluchtte in 1984 met haar gezin via Turkije naar het Nederlandse Almere. Tegenwoordig woont zij in Malle (België), nauwelijks 20 km van Antwerpen. Gemakkelijkheidshalve heb ik hierna uit Het Nieuwsblad het interview met Mani Amiri overgenomen, omdat Mani in dit interview een exact sfeerbeeld schept hoe het er aan toe ging in het Iran onder de Sjah en later onder Ayatollah Khomeini. Vooral de vlucht uit Iran lijkt wel een echte thriller…
De afgelopen maanden ben ik erg geïnteresseerd geraakt in het levenslot van de miljoenen Iraanse mannen en vrouwen, sinds Ayatollah Khomeini half februari 1979 de macht overnam van de Sjah van Perzië – Mohammed Reza Pahlavi- nadat die op 16 januari 1979 met zijn vrouw Farah Diba naar het buitenland was gevlucht. Vooral het lot van de vrouwen heeft me sterk aangegrepen, zeker ook nu de bekende Roxana Saberi achter de tralies is beland en sindsdien in hongerstaking is. Verschillende Iraanse vrouwen hebben hun wedervaren op schrift gesteld. Bekendste is wellicht Shirin Ebadi die voor haar inzet in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Van Ebadi verscheen onlangs ‘Iran ontwaakt’. Gisteren op BBC World nog een lang interview bekeken met Azar Nafisi. Lees in De Volkskrant van 6 februari 2009 de boekrecensie over haar nieuwste boek ‘Things I’ve Been Silent About‘. Alles over Iraanse vrouwenbeweging op Pars Times: Woman
Videobeelden van de Iraanse Revolutie februari 1979, dit voorjaar precies 30 jaar geleden…
Mani Amiri over haar vlucht naar de vrijheid

,,De revolutie kwam en ineens mochten we niets meer. Onze ideeën, onze dromen, onze vrijheid: alles pakten ze ons af.” De toestand in Iran, ook door de oorlog met Irak, werd onhoudbaar, en dus vluchtte Mani Amiri (48) in 1984, samen met haar man en haar twee kinderen, over de bergen naar Turkije, en zo naar Nederland en België. Over die overrompelende periode in haar leven heeft ze nu een beklijvend boek uit: Dochter van Iran.
Mani Amiri kende een onbezorgde kindertijd in Kermanshah in Iran, niet zo ver van de grens met Irak. Op zeventienjarige leeftijd trouwde ze met Rajan, een militair helikopterpiloot, en samen kregen ze twee kinderen: Shadie en Reza. Maar de revolutie kwam, de sjah werd verdreven en Mani moest ineens een hoofddoek om. ,,Dat was een schok voor mij. Ik had hele lieve en moderne ouders. Ja, wij waren gelovig. Maar niet fanatiek. Wij droegen thuis geen hoofddoek, als ik ging zwemmen deed ik mijn bikini aan. We mochten fietsen en als ik verliefd werd, was daar geen probleem mee.”
,,Mijn moeder had gestudeerd, zij dacht anders dan de meeste andere vrouwen. Mijn moeder was zelf destijds uitgehuwelijkt. Nog een geluk dat ze daarna echt verliefd is geworden op mijn vader en dat ze een mooi koppel zijn geworden. Maar ze besefte als geen ander dat dit niet de juiste manier was. Daarom wilde ze niet dat haar dochters uitgehuwelijkt werden. Wij mochten zelf kiezen. Mijn vader was het daar helemaal mee eens.”
In 1979 brak de revolutie uit. Was het toen uit met uw vrijheid?’
Mani Amiri: ,,Meteen. Ineens mochten we niet meer vrij praten, niet meer kiezen met wie we omgingen. Kledij? We moesten zwart dragen en ons helemaal bedekken. Als we naar de Kaspische Zee gingen om te zwemmen, moesten wij voortaan gekleed en met de hoofddoek om het water in! En mannen en vrouwen apart. Als we met de bus wilden reizen, moesten mannen er langs de voordeur in, vrouwen langs de achterdeur.”
,,Ik vond dat allemaal verschrikkelijk, absurd ook. Ik voelde me heel benauwd. Op een dag hebben ze mij opgepakt omdat ik op straat liep met nylonkousen aan, en omdat er onder mijn hoofddoek plukjes haar te zien waren. Op slag waren we alles kwijt: onze vrijheid, onze dromen, en alle rechten die je als vrouw had verworven.”

,,Het gebeurde allemaal onder het mom van de godsdienst, de islam. Staat er in de Koran welke kleren je moet dragen, met wie je mag praten, dat je niet met mannen mag omgaan, geen make-up mag dragen? Ze hebben de islam misbruikt om hun eigen regeltjes te rechtvaardigen. Dat was geen leven meer.”
Waarom bent u zo tegen uithuwelijken?
,,Hoe kun je nu trouwen met iemand die je nooit van tevoren hebt gezien? Hoe kun je nu van iemand houden die je niet kent? Dat vind ik zo fijn aan de westerse cultuur: hier kunnen jonge mensen elkaar leren kennen, krijgen ze tijd om hun relatie te laten groeien en daarna al of niet de stap naar het huwelijk te zetten.”
U heeft ettelijke Iraakse bombardementen op uw stad meegemaakt. U heeft daar vreselijke dingen gezien. Hoe komt een mens dergelijke gruwel te boven?
,,Wat ik tussen 1980 en 1984 heb meegemaakt, blijft me mijn hele leven achtervolgen. Ik kan nog steeds geen oorlogsfilms zien. Journaalbeelden over Irak: ik moet wegkijken of ik ga huilen. Kapotgeschoten lichamen: ik heb dat allemaal zelf gezien! Het zijn beelden die voor altijd op mijn netvlies gebrand staan. Vuurwerk: ik kan er niet tegen. Toen we pas in Nederland waren en er vuurwerk werd afgeschoten, doken we onder de tafel. Ik dacht dat er een luchtaanval kwam. Vandaag weet ik dat wel beter te plaatsen, maar vuurwerk blijft me een heel ongemakkelijk gevoel bezorgen.”
Nadat uw man vliegverbod kreeg omdat hij tegen alle bevelen in toch gewonden naar een ziekenhuis had gevlogen, was voor jullie de maat vol. Jullie zouden Iran ontvluchten. Hoe lastig was het om die beslissing te nemen?

Iraanse Revolutie van 1979
,,Het was de moeilijkste beslissing van mijn leven. Bezittingen achterlaten, mijn jeugd, mijn land, tot daar aan toe. Maar afscheid nemen van mijn dierbaren, mijn vader en mijn moeder, dat was verschrikkelijk. Hoe moest ik hen zeggen dat we weg zouden gaan, dat ik hun kleinkinderen – mijn kinderen – van hen afpakte? De revolutie heeft mij alles ontstolen. De oorlog tussen Iran en Irak heeft mij mijn lieve vader gekost…”
Uw vader overleed toen u al in België woonde. U ging voor hem in de kerk een kaarsje branden. Bent u dan geen moslima?
,,Of je nu in een moskee of in een kerk tot hem bidt, God is overal. Meer zelfs: eigenlijk hebben wij allemaal dezelfde god. Weet je, toen mijn vader en moeder mij een keertje in Vlaanderen zijn komen bezoeken – drie jaar geleden was de laatste keer – zijn we samen gaan bidden in een kerk. Moslims die bidden in een kerk van de katholieken. Zeg mij eens: waarom zou dat niet kunnen?”
Asielzoekers halen regelmatig het nieuws. U bent zelf een asielzoeker geweest. Wat doet die berichtgeving u?
,,Ik ben vandaag vrijwilliger bij het OCMW in Malle. Ik wil me inzetten voor asielzoekers, want ik weet wat die mensen meemaken. Ik zeg: luister naar die mensen hun verhaal voor je een oordeel velt of ze allemaal over dezelfde kam scheert. Er is niemand die voor zijn plezier zijn land achterlaat, weet dat maar heel zeker!”
Heeft u er destijds goed aan gedaan uw land te ontvluchten?
,,Ik heb tenminste mijn vrijheid terug, en dat is onzettend belangrijk. Als ik vandaag naar Iran terugkeer, dan zie ik waar de vrouwen staan, en dat is alsof de klok wordt teruggedraaid. Ondanks alle pijn die het heeft veroorzaakt, ben ik blij dat we die tocht over de bergen hebben gemaakt, naar Turkije en zo naar Nederland en België. Mijn dochter heeft nu een eigen boekhoudbedrijf, mijn zoon is manager van een fitnessclub. Ze zijn goed terechtgekomen. Daar ben ik blij om.”
Het laatste wat u in Iran heeft gedaan, is een handvol aarde meepakken. Heeft u dat souvenir nog?
,,Dat doe ik nooit weg. Dat is de aarde van mijn vaderland.”
Bronnen: Mani Amiri, Dochter van Iran , Lannoo, 316 blz., ISBN 978-90-209-6769-2; lees hier in het boek van Mani Amiri met enkele foto’s; Het Nieuwsblad: Iraanse Mani Amiri over haar vlucht naar de vrijheid van 26 november 2006; De Standaard: Te veel gezien, vandaag van 14 oktober 2006; zie ook alles over Iraanse vrouwenbeweging op Pars Times: Woman


Een week geleden heb ik bij 
















