Dagelijks archief: 18 april 2009
Ieder het zijne (Jedem das Seine)
VOORINTEKENING boek IEDER HET ZIJNE
april 17, 2009In het boek Ieder het zijne reconstrueert de auteur het verblijf van zijn grootvader Emiel Vandenbergh en andere Mollenaars in de Duitse concentratiekampen. ‘Mil Vandenbergh’ werd in juli 1944 aangehouden en samen met andere Mollenaars afgevoerd naar het concentratiekamp van Buchenwald. Later zal hij getransporteerd worden naar het eerder onbekende buitenkamp Laura, om op het einde van de oorlog op de dodentrein te worden gezet richting Dachau.
Het verhaal weet door verschillende getuigenissen van overlevenden de omstandigheden van de Mollenaars in de kampen weer tot leven te roepen. Daarnaast liet de auteur zich inspireren door een plaatsbezoek aan Buchenwald en Laura.
Het boek is rijkelijk geïllustreerd met authentiek fotomateriaal uit het Buchenwaldarchief en het bevat een uitgebreid chronologisch overzicht.
Voorintekenen kan tot 25 mei 2009:
1. door het bedrag van 15 euro (18 euro in geval van verzending) over te schrijven op het rekeningnummer 083-9756581-33 van Vandenbergh Erwin, met de vermelding van je naam en adres, of
2. voorinschrijven kan ook in Standaard Boekhandel Mol, Statiestraat 39b.Vanaf 15 juni 2009 kan het boek afgehaald worden in Standaard Boekhandel Mol.
Ieder het zijne. Frans Emiel Vandenbergh en andere Mollenaars in de Duitse concentratiekampen
ISBN: 978-90-9024217-0
Uitvoering: Paperback
Aantal pagina’s: 200-tal
Afmetingen: 17 x 24 cm
Afwerking: gelijmd, kleurencover, 52 afbeeldingen waarvan enkele in kleur
Vaste prijs: 15 euro (18 euro in geval van verzending)
Verschijningsdatum: 15 juni 2009
Website: Erwin Vandenberghs Blog
Gedenk de Joodse Opstand in het Getto van Warschau van 19 april 1943!

Al op 18 januari 1943 werd er voor het eerst verzet gepleegd door de ongeveer 56.000 Joden die de deportaties naar KZ-Auschwitz-Birkenau hadden ontweken en waren ondergedoken in de puinen van het getto. Onbevreesd hadden zij vanuit huizen, daken en kelders de Duitse soldaten onder vuur genomen. Geschrokken en zwaar gefrustreerd door deze totaal onverwachte reactie van de Joden, trokken de Duitsers zich haastig en geslagen terug uit het getto, tientallen gewonde en gedode soldaten met zich meevoerende. De psychologische klik die de Joden kregen bij dit eerste treffen was vooral symbolisch. Voor het eerst bleek dat verzet tegen het onaantastbare Duitse leger mogelijk bleek en aldus was het eerste gewapende Joodse verzet geboren. Enkele dagen later riep de zionistische organisatie ZOB (Zydowska Organizacja Bojowa) op tot de gewapende strijd: “Joden, verzet U! Grijp messen en bijlen! Vecht!“.
De ZOB was in november 1942 door Joodse communisten en zionisten opgericht en geleid door de jonge Mordechai Anielewicz, Yitzhak Zuckerman, Gole Mire en Adolf Liebeskind. Op 22 december 1942 pleegden Zuckerman, Gole Mire en Adolf Liebeskind een aanslag op een café in Krakau dat bezocht werd door de SS (Schutztaffeln) en de Gestapo. Mire en Liebeskind kwamen allebei om tijdens de aanslag maar Zuckermann kon ontkomen, ondanks een schotwonde in zijn been. In de maanden die volgden na het eerste gewapende treffen met de nazi’s binnen het getto, was de ZOB de facto de enige baas in het getto. De ZOB was de enige macht en de enige autoriteit die werd erkend door de publieke opinie. De Joodse raad (Judenrat) werd letterlijk door de ZOB buiten spel gezet. Hun geheime drukpersen draaiden op volle toeren. Overal werden pamfletten verspreid en opgehangen aan deuren, huizen en gebouwen die de Joden opriepen om de gewapende strijd tegen de nazi’s op te nemen.

Na de eerste rel in januari hadden de Joodse strijders wel ingezien dat ze het bij straatgevechten nooit zouden halen van de nazi’s en besloten dat guerrillagevechten voor de partizanen betere kansen maakten. Uiteraard zullen zij wel beseft hebben dat ze tegenover de Duitse legermachine onvermijdelijk het onderspit moesten delven, maar ze waren liever bereid al vechtend te sterven dan gedwee hun lot te ondergaan. Dat het spoedig tot de ultieme strijd op leven en dood zou komen, begreep iedereen, maar elk ander alternatief bracht ook het onafwendbare doodslot. De jonge commandant Anielewicz had rondom zich een 1.000-tal strijdvaardige jonge mannen en vrouwen verzameld, opgedeeld in 22 bataljons van 60 jonge mannen en vrouwen. In de voorafgaande maanden had de ZOB op de Poolse zwarte markt en bij het Poolse verzet, vaak tegen erg hoge prijzen, wapens aangekocht. Op de vooravond van de opstand van 19 april, beschikte de ZOB over 2 of 3 machinegeweren, 100 geweren en karabijnen, 100 pistolen en revolvers, een paar duizend Poolse en zelfgemaakte handgranaten, mijnen, molotovcocktails, enkele gasmaskers, Duitse helmen en uniformen.
Op 17 april ’43 was SS-Brigadeführer (generaal-majoor) Jürgen Stroop in Warschau toegekomen om er de dienst over te nemen van de Hogere SS- en Politieleider van Warschau over te nemen. Twee dagen later zond Stroop een gewapende eenheid van de Duitsers het getto binnen, om te zoeken naar overlevende Joden en hen te deporteren naar de vernietigingskampen. Met twee pantserwagens, drie stukken geschut en een buitgemaakte Franse tank en 3.000 soldaten en nog eens 7.000 vervangers achter de hand, brak op in de vroege ochtend van 19 april 1943 omstreeks 4 uur, de Joodse Opstand in het Getto van Warschau uit. Stroop had aan Himmler beloofd dat hij slechts drie dagen nodig zou hebben om de klus te klaren, maar het werden uiteindelijk vier weken van harde meedogenloze gevechten. De Duitse eenheid reed door compleet verlaten straten het getto binnen, en meenden de strijd reeds gewonnen te hebben. De eenheid reed de Milastraat in en trachten een bivak op te stellen op het kruispunt met de Zamenhofastraat tot de ZOB het vuur opende. Van op de daken regende het zelf gemaakte handgranaten, molotovcocktails, het enige machinegeweer loste gericht het ene salvo na het andere (de munitie was beperkt) en van overal klonken geweer- en revolverschoten.

De totaal verraste Duitsers trachten weg te komen maar hun enige weg terug was afgesloten. Ze probeerden hun tanks in stelling te brengen, maar de eerste brandde volledig uit door een gelukstreffer met een molotovcocktail en de andere geraakte niet voorbij de eerste. Geen enkele Duitse soldaat overleefde deze eerste confrontatie van de opstand. Tegelijkertijd braken ook gevechten uit in het gebied rondom Nalewki- en Gesiastraat. Twee strijdformaties van de ZOB beletten de Duitse troepen om van dat punt het getto binnen te raken. Het gevecht duurde meer dan zeven uur. De Duitse soldaten trachten zich te beschermen met matrassen die ze uit de huizen haalden, maar de partizanen bekogelden ze met molotovcocktails waardoor ze onmiddellijk vuur vatten. Ambulances reden af en aan om de zwaargewonde of gedode Duitse soldaten af te voeren naar een inderhaast opgetrokken veldhospitaal op een plein nabij enkele overheidsgebouwen.
Mordechai Anielewicz, de commandant van ZOB in een brief van 23 april 1943: “Er gebeurde iets dat onze stoutste verwachtingen overtrof. De Duitsers vluchtten tweemaal het getto uit. Een van onze afdelingen hield veertig minuten stand, de tweede langer dan zes uur.” Op de hoek van de Gesiastraat gaf een Duitse observatiepost de posities van de partizanen door aan de gevechtsvliegtuigen die boven het getto circuleerden en op hun aanwijzingen de gebouwen platbombardeerden. Maar de partizanen bleven zowel vanuit de lucht als van op de grond totaal onzichtbaar en ongrijpbaar. De partizanen die in de gebouwen zaten die vuur vatten, verbrandden nog liever levend in de vlammenzee dan zich over te geven aan de nazi’s. Het gevecht aan de Gesia- en Nalewkistraat eindigde in een volledige terugtocht van de Duitsers.

Tezelfdertijd waren ook hevige gevechten aan de gang op het Muranowskiplein. Hier vielen de Duitsers aan vanuit alle richtingen. Met grote verliezen slaagden de partizanen de aanvallen af te slaan. Twee Duitse machinegeweren en een hoeveelheid andere wapens werden buitgemaakt. Een andere tank brandde volledig uit, de tweede al op die eerste dag. Om 2 uur ‘s namiddags waren de gevechten voorbij en bleef het verder rustig op die eerste dag. Behalve dan de bombardementen van de laagscherende Duitse jachtbommenwerpers die hun bommen bleven afwerpen en Duits artilleriegeschut dat in positie werd gebracht op het Krasinskiplein, en het getto van daaruit onder vuur bleef nemen.
De volgende dag bleef het rustig tot omstreeks 2 uur in de middag en de Duitsers hun tweede aanval inzetten. Aangekomen aan de ingang van een borstelfabriek, wiste ze niet dat een partizaan een electrische knop omdraaide. Een Duitse fabriekswacht stapte naar de poort om ze te openen, gevolgd door de andere soldaten, en net op het ogenblik dat de meeste Duitsers de fabriek binnentraden ontplofte een landmijn onder de voeten van de SS’rs. Meer dan honderd SS-soldaten werden op slag gedood. De overlevenden werden onder vuur genomen door de partizanen. Twee uren later probeerden ze opnieuw de borstelfabriek binnen te raken, maar ze werden opgewacht door een goed bewapende partizanengroep. Van de dertig soldaten die binnen raakten, konden maar een handvol de fabriek levend ontkomen. Opnieuw was dit gevecht uitgedraaid op een compleet succes voor de partizanen. De Duitsers probeerden telkens opnieuw het getto binnen te raken vanuit verschillende punten maar stuitten overal op verbeten partizanen. Elk huis was een versterkte burcht.

Nu gebeurde er iets totaal onverwacht. De Duitsers stuurden drie officieren om te onderhandelen met de partizanen. Zij vroegen om een bestand van een kwartier om hun doden en gewonden op te halen. Ze beloofden ook om alle inwoners van het getto te evacueren naar werkkampen in Poniatowa en Trawniki, en hen al hun bezittingen te laten meenemen, op voorwaarde dat ze zich overgaven. Als enige antwoord openden de partizanen opnieuw het vuur op de soldaten. Vanuit alle ramen en gaten in de huizen werden de Duitsers beschoten. Vanaf dan wijzigden de Duitsers drastisch hun tactiek. In plaats van te trachten huis per huis in te nemen, besloten ze om complete woonblokken en zelfs hele woonwijken in brand te steken. Het werd voor de partizanen moeilijker om zich vrij te bewegen doorheen het getto. Volledige straten waren geblokkeerd door reusachtige branden. Daken storten naar beneden en muren vielen omver. Er was geen lucht meer, en een zwart verstikkend rookgordijn hing boven het getto dat kilometers ver buiten de stad zichtbaar was.
In deze benarde situatie slaagden de Duitsers in hun opzet. Duizenden Joden zaten als ratten in de val, opgesloten en omringd door brandende huizen, dikwijls verscholen in de tuinen of de kelders om aan de brand te ontkomen, vormden ze een gemakkelijke prooi voor de Duitsers. Het einde van de opstand kwam snel dichterbij. Na de reeks aanhoudingen dachten de Duitsers dat de partizanen nu wel bereid zouden zijn om zich vrijwillig te laten evacueren en ze kondigden een deadline af van vijf dagen waar de partizanen en de overlevenden zich op de centrale verzamelpunten konden melden om gedeporteerd te worden.


Ondertussen liepen de gevechten verder. In de Tobbens en Schultz omgeving bleven ze het de Duitsers moeilijk maken om zich door het getto te manoeuvreren. Van op balkons, ramen en daken werden de trucks en jeeps van de SS bekogeld met molotovcocktails en handgranaten. Een truck met vijftig of zestig Duitse soldaten werd van op een balkon een zelfgemaakte zware bom gegooid waardoor de truck volledig uitbrandde en alle soldaten omkwamen. Vijf dagen later was de deadline voor vrijwillige evacuatie verstreken en de Duitsers trachten opnieuw om het gebied onder controle te krijgen maar botsten opnieuw op hevig verzet. Helaas konden de voorheen strategisch geplaatste mijnen niet meer tot ontploffing worden gebracht omdat de Duitsers de elektriciteit in het gebied hadden afgesloten. Doch partizanen hadden zich in elk huis gebarricadeerd en beletten de Duitsers het gebied in te nemen. Andermaal zetten de Duitsers het hele huizenblok in lichterlaaie en honderden partizanen kwamen levend om in de huizen, sommigen wierpen zich brandend van de balkons en de daken naar beneden.
Professor Israel Gutman, een Poolse Jood die de opstand overleefde: “De oorlog ging om elke bunker, om elk huis in het getto van Warschau en eindigde pas toen het ene huis na het andere met springstof werd opgeblazen. Op het laatst was het hele getto alleen nog maar één grote ruïne, zonder enig teken van leven.” Nog gaven de partizanen zich niet gewonnen. Naarmate de brand verder woedde door het getto verborgen de partizanen zich in hun ondergrondse bunkers, kelders en schuilplaatsen die ze wekenlang voor de opstand hadden ingericht. De toestand werd kritiek want ook het water was afgesloten. De meeste gevechten vonden thans plaats tijdens de nacht. Overdag lag het getto er doods en verlaten bij. Duitsers geholpen door Oekraïners legden zich ‘s nachts in een hinderlaag en konden zo veel partizanen uitschakelen.

De situatie voor de ZOB-strijders werd nu wel echt hachelijk. Zonder water en haast zonder ammunitie bleven ze zich verzetten. Op 30 april hadden de Duitsers reeds 37.359 joden opgepakt. Tientallen werden zwaar gefolterd om schuilplaatsen en bunkers aan te geven. Op 8 mei 1943 werd de ultieme aanval ingezet op het hoofdkwartier van de ZOB dat zich op Mila 18 bevond. De Duitsers werden zwaar onder vuur genomen en na een gevecht dat meer dan twee uren duurde besloten ze gifgas in te zetten. Ze gooiden een zware gasbom in de bunker en iedereen die niet onmiddellijk vergast werd, pleegden collectief zelfmoord. Onder hen ook de commandant van de ZOB, de moedige jonge held Mordechaj Anielewicz. Professor Israel Gutman: “Ze gooiden gashouders in de bunker -ik weet nog steeds niet om wat voor gas het ging-,om de mensen te dwingen naar buiten te komen. Geen jood verwachtte menselijk gedrag in de tijd dat het getto werd ontruimd. Misschien waren er groepjes arbeiders die nog geloofden dat ze voor werk naar Lublin werden gestuurd, maar dat was een kleine minderheid. De grote meerderheid van de Joden geloofde de Duitsers niet. Ze achtten hen tot alle wreedheid en gruwelijkheid in staat. Het is droevig dit alles te moeten zeggen, maar zo was het.“
Toch slaagde nog een groep van zowat 100 tot 120 verzetstrijders op 9 mei uit het getto te breken via de rioleringen en in de bossen weg te vluchten. Zij waren waarschijnlijk de enige groep van het verzet die de opstand overleefden. Toch bleven nog twee partizanengroepen actief in het getto. Op 16 mei 1943 besloot Jürgen Stroop dat de opstand voorbij was. Hij had op 11 mei van een gevangen verzetstrijder vernomen dat de leiding van de ZOB zich op 9 mei gezelfmoord had in de bunker. Alhoewel er nog alle dagen schoten vielen en her en der verzetstrijders de Duitsers bleven beschieten, wilde Stroop toch al het ‘goede nieuws’ aan Himmler overmaken: “De voormalige Joodse woonwijk Warschau bestaat niet meer. Met het opblazen van de stedelijke synagoge werd de grote actie om 20u15 beëindigd.” Tegelijk met de synagoge werd, om de overwinning nog wat kracht bij te zetten, op 16 mei de Joodse begraafplaats eveneens totaal verwoest.

Bron: Meer op Verzet.org Opstand in het Getto van Warschau, 19 april 1943
Het Aladdin Project moet Joden en moslims dichter bij elkaar brengen

Logo van het Aladdin Project
Een opmerkelijk initiatief ! De Stichting ter Nagedachtenis van de Holocaust (Foundation For the Memory of Holocaust) heeft op 27 maart 2009, onder de vleugels van de UNESCO, het Aladdin Project opgericht dat mede gesponsord wordt door de Jacques Chirac Foundation. Dit project vertrekt vanuit een meer en meer voor de hand liggende conclusie namelijk dat de ontkenning van de Holocaust bezig is aan een hernieuwde démarche in Europa en de VS maar meer in het bijzonder en vooral in de Arabische wereld. Het doel van het Aladdin Project is het verspreiden in het Arabisch, Perzisch en Turks, van objectieve informatie over de holocaust, de Joods-islamitische betrekkingen en de Joodse cultuur, gericht op het voorkomen van conflict, de verdediging van de taalkundige verscheidenheid en de dialoog na te streven.
Het project bestaat uit een elektronische ‘Aladdin bibliotheek’, met inbegrip van op haar website geplaatste boeken die vertaald werden in het Arabisch, Turks en Perzisch, een informatieve website in 5 talen over de Holocaust ( ‘Holocaust, een oproep aan het geweten’), over de Joodse cultuur, de geschiedenis van de de betrekkingen tussen moslims en Joden en een zomerschool om te voorkomen dat het conflict zich verder zou ontwikkelen.

Jacques Andréani
Het ‘Comité van het Geweten’ van het Aladdin Project bestaat uit meer dan 200 personaliteiten uit de Arabische moslimwereld. Meer nog, vele Europese figuren ondersteunen het project. Personaliteiten zoals Mr Abdoulaye Wade, President van Senegal en President van de Organisatie van de Islamitische Conferentie, Mr. Jacques Chirac, voormalig president van Frankrijk en President van de Chirac Foundation, Mr. Ely Ould Mohamed Vall, voormalig staatshoofd van Mauritanië en lid van het Ere-Comité van de Chirac Foundation, Abdurrahman Wahid, voormalig president van de Republiek van Indonesië en President van de Wahid Stichting.
Daarnaast nog Mr Koïchiro Matsuura Directeur-generaal van de VN-Organisatie voor Opvoedkunde, Wetenschap en Cultuur, Mevrouw Simone Veil, Ere-Voorzitter van de Stichting ter Nagedachtenis van de Holocaust, David de Rothschild, tegenwoordig Voorzitter van de Stichting ter Nagedachtenis van de Holocaust, Catherine Colonna, Ambassadeur en Permanent Afgevaardigde voor Frankrijk bij de UNESCO, Mr Jacques Andréani (afbeelding links), voormalig ambassadeur van Frankrijk en Voorzitter van het Comité van het Geweten van het Aladdin Project.
De ‘Aladdin’ bibliotheek on line op het internet

De on-line bibliotheek maakt het aan het Arabisch en Perzisch sprekende publiek mogelijk om gratis boeken over de Holocaust te lezen. De site van de bibliotheek zegt op te treden in een geest van ‘wederzijds begrip tussen de volkeren van verschillende culturen, het bevorderen van een klimaat van verdraagzaamheid en vriendschap door middel van dialoog en de verwerping van conflicten in de nagedachtenis en de ontkenning van de Holocaust’. De bibliotheek is ook betrokken bij de oprichting van een netwerk van niet-gouvernementele organisaties, internationale instellingen en privé-uitgevers in Europa en in de Arabisch-islamitische wereld, om aldus de toegang tot meertalige, betrouwbare informatie op het internet te vergemakkelijken.
Het Wetenschappelijk Comité van de Bibliotheek wordt voorgezeten door Ambassadeur Jacques Andréani. Het comité bestaat uit vakmensen die ervaring hebben in geschiedenis, politiek, literatuur, cultuur, sociale wetenschappen en vertrouwd zijn met de uitgeverswereld. Het Comité kiest haar boeken gebaseerd op de overtuiging dat ‘kennis de basis vormt voor vreedzame samenwerking en harmonie’. Het criterium voor de keuze van de boeken is onder meer ‘Wat weet een moslim over Joden?’, ‘Geschiedenis en Jodendom?’ en, omgekeerd, ‘In hoeverre is de Joodse of christelijke burger bekend met de cultuur van de Islam en met het Islamitische geloof?’
De website van het Aladdin Project -
“De Holocaust, een oproep tot het geweten’

De aanpak van de site zelf wordt als volgt voorgesteld: voor de projectleiders is het de bedoeling om aan te tonen dat ‘De Holocaust moet ophouden met enkel ‘hun’ verhaal te zijn en niet het ‘onze’, maar dat die een gemeenschappelijke geschiedenis moet worden die de hele mensheid toebehoort: een geschiedenis die zowel door moslims als niet-moslims moet worden geleerd en dat we allemaal moeten leren.’ In het project ‘Oproep tot het geweten’ wordt herinnerd aan de onafhankelijkheid van het Aladdin Project. De legitimiteit van de aanpak wordt beklemtoond met de opmerking dat ‘Joden en moslims in het Midden-Oosten en Noord-Afrika eeuwenlang hebben samen geleefd’ en dat ‘de eerste anti-Joodse stereotypen in de islamitische wereld ontstaan zijn in de negentiende eeuw met de verovering van de islamitische wereld door de Europese koloniale machten,’ daaruit concluderend dat ‘(Wij) geloven dat de holocaust, een ongekende ramp was die alle politieke, religieuze, etnische en culturele verdeeldheid overstijgt. (Wij) doen een oproep aan het geweten van alle mannen en vrouwen in de wereld om hun steun te verlenen aan dit project van de waarheid.’
De site werd opgebouwd rond informatieve onderwerpen zoals ‘Waarom deze website?’, ‘De moslims en de Joden’; ‘Geschiedenis van de Holocaust’, ‘Kinderen en de Holocaust’, ‘Geschiedenis in Documenten’, ‘De ontkenning van de Holocaust’, ‘Gids over het Jodendom voor moslims’, maar ook meer interactieve thema’s zoals ‘Opinies’ met artikels van intellectuelen uit de Arabische wereld, een kolom ‘Commentaren’ met artikels van personaliteiten, ‘Kronieken’ die op til staande evenementen aankondigt, of ‘Focus’ dat direct verwijst naar de tijdloosheid van het Aladdin Project. De site biedt ook interviews aan met overlevenden van de Holocaust in de sectie ‘Stemmen en Gezichten’ en over Joden en Judaïsme in ’40 vragen en antwoorden’, ‘De wereld en de Holocaust’, ‘Essays en artikelen’ en ‘Pers overzicht’
Het is dan ook een zeer uitgebreide en pedagogische site die zich voornamelijk richt tot een een moslim publiek en vaak ook via mensen afkomstig uit de islamitische wereld, die de Holocaust in haar juiste historische en politieke context willen plaatsen en koppelen met de actuele situatie in de wereld.
Een initiatief verwelkomt door de Koning van Marokko

De lancering van de Conferentie van het Aladdin Project ‘voor een interculturele dialoog gebaseerd op de historische waarheid, kennis en wederzijds respect’, werd geopend op vrijdag 27 maart 2009 op het UNESCO hoofdkantoor in Parijs. De koning van Marokko, Mohammed VI had zich op deze gelegenheid voorbereid met een boodschap voor de deelnemers aan waarin hij hen opriep ‘te leren over de holocaust en dat (zijn) mensen niet mogen lijden aan geheugenverlies,’ en kritiserend dat een ‘gemeenschap van volkeren (die) te lang heeft stil gestaan bij een selectieve lezing van dit donkere en achtergehouden deel van de geschiedenis, het mogelijk heeft gemaakt dat allerhande fantasieën konden gedijen.’ Voor de Koning, moet de erkenning van het recht van het geheugen inspireren tot het streven naar bevordering en verdediging van de waarheid over de Holocaust.
Bronnen: Medea (European Institute for Research on Mediterranean and Euro-Arab Cooperation): Alladdin Project; originele website van The Aladdin Project en de Aladdin Online Library; oorspronkelijke teksten vertaald en bewerkt door Brabosh, Antwerpen 18 april 2009
Jean-Marie Dedecker (LDD) in opspraak door Stasipraktijken

Stasipraktijken in 'Das leben der anderen'
Jean-Marie Dedecker kopstuk van de éénmanspartij Lijst Dedecker (LDD) valt op een theatrale wijze door de mand. In zijn jacht op stemmen voor de volgende verkiezingen van 7 juni heeft Jean-Marie, gekend en vooral berucht omwille van zijn bijzonder rancuneuze aard, zich deze keer goed verslikt. Om zijn aartsrivaal Karel De Gucht (Open VLD) te treffen had de gewezen topjudocoach een privédetective ingeschakeld om een en ander na te trekken. Bron: alle kranten, lees bv. Dedecker jaagt De Gucht op (DS)
Volkspopulist nr.1 Jean-Marie Dedecker had een tip gekregen over mogelijke fraude en belangenvermenging door De Gucht, de minister van Buitenlandse Zaken. De vrouw van het detectivekantoor moest de tip natrekken, maar het onderzoek is op niets uitgedraaid. Het onderzoek werd gelekt naar de pers en daardoor kwam Dedecker zelf in een mediastorm terecht. Dat de detective ook de financiën van De Guchts vrouw Mireille Schreurs en zoon Jean-Jacques onder de loep nam, doet vragen rijzen. ‘In zijn leven nog maar drie dagen officieel gewerkt bij IJsco’, schrijft de detective over De Gucht junior. Bovendien werd de privé-detective ingehuurd via EPS, een van Dedeckers bedrijfjes. ‘Die persoon deed een patentonderzoek voor EPS toen de tip kwam. Ik heb toen gevraagd om die zaak ook eens te bekijken. Maar dat deel wordt door mij betaald’, zegt Dedecker.

Jean-Marie Dedecker, Chef van de LDD-Inlichtingendienst
In een eerste reactie zei Kareld De Gucht het ‘angstaanjagend’ te vinden dat een parlementslid een detective inschakelt voor een fraude-onderzoek. Op VRT sprak de minister zelfs van ‘Gestapo-praktijken’. In het journaal op Canvas van gisteren gaf Jean-Marie grif toe dat hij deze vorm van onderzoek regelmatig gebruikt. Tegelijk verweet hij de journalisten van VRT/Canvas dat zij hun werk niet deden naar behoren en dat hij het zijn verdomde plicht vond om het dan maar allemaal zelf te doen.
Alles heeft er thans de schijn van dat Jean-Marie Dedecker een eigen inlichtingendienst heeft opgebouwd en geen Stasipraktijken schuwt om zijn gelijk te halen. Hoeverre een en ander nog legaal is, zal een onderzoek moeten uitwijzen. Het doet mij in elk geval onwillekeurig terugdenken aan de affaire van het Kosmos archief van het Vlaams Belang, dat jaar en dag op vraag van de partij werd bijgehouden door Luc Dieudonné, en waarin complete dossiers over oppositie , linkse partijen en mediafiguren werd aangelegd. Meer info: KOSMOS: de politieke inlichtingendienst van het VB. Kosmos werd officieel in 1998 opgedoekt, maar algemeen wordt aangenomen dat het nog altijd bestaat.
Wat was er gebeurd? Kosmos bleek eind jaren negentig onderwerp uit te maken van een diepgaand onderzoek door de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer (CBPL), die de naleving van de privacywet van 1992 controleert. Het centrum-Leman (CGKR) had klacht ingediend bij het CBPL wegens manifeste schending van artikel 6 van de privacywet van 1992: “Verboden is de verwerking van gegevens m.b.t. ras, etnische origine, seksueel gedrag of de overtuiging op politiek, levensbeschouwelijk of godsdienstig gebied, het lidmaatschap van een vakbond of een ziekenfonds.“
Wie zich afvraagt waarom de partij Lijst Dedecker (LDD) door het Vlaams Belang een schaamteloze kopij van haar eigen partij wordt genoemd (wij verkiezen nog steeds en van bij haar ontstaan VB-Light) heeft hier een mogelijk antwoord.


















