Dagelijks archief: 13 april 2009

Nederlandse Christenorganisaties in het offensief tegen Israël en tegen de Joden

Hezbollahleider Ibrahim Moussawi graag geziene gast bij 'Vredesbewegingen'

Hezbollahleider Ibrahim Moussawi graag geziene gast bij Nederlandse 'Vredesbewegingen'

Het zijn zorgelijke tijden voor de Nederlandse kerk. Krachten binnen de kerken hebben een verbond gesloten met vijanden van Israël en het Joodse volk en dreigen daarmee hun eigen wortels te vernietigen. Recente illustraties zijn de uitnodiging van IKV Pax Christi aan Hezbollah-topman Ibrahim Moussawi en de steun van kerkelijke organisaties aan de radicaal anti-Israëlische beweging Sabeel van de Palestijnse ‘bevrijdingstheoloog’ Naim Ateek.

Dat de christelijke vredesbeweging IKV Pax Christi heeft geprobeerd Moussawi een Nederlands podium te verschaffen is zorgelijk maar niet verbazingwekkend. De beweging, die het patent pretendeert te hebben op het bevorderen van vrede, probeerde vorig jaar ook al Moussawi naar ons land te krijgen. In beide gevallen stuitte dat op ernstige bezwaren van de Nederlandse regering. Die weigerde een visum te verstrekken omdat Hezbollah een terroristische organisatie is die Israël en het Joodse volk uitsluitend de vrede van het graf in het vooruitzicht stelt. Zorgelijk is ook het meersporenbeleid dat door anti-Israëlische krachten binnen de kerken wordt gehanteerd: van legitimering van terroristische organisaties tot onttakeling van de ooit als onopgeefbaar getypeerde verbondenheid tussen de kerk en Israël.

'Jong geleerd is oud gedaan'

'Jong geleerd is oud gedaan'

In kerkelijk Nederland zijn verschillende organisaties actief die zeggen zich voor een rechtvaardige vrede in het Midden-Oosten in te zetten, maar die in werkelijkheid een radicaal anti-Israëlische agenda hebben. De organisaties overlappen elkaar in ideologisch en organisatorisch opzicht. Zo maakt IKV Pax Christi onderdeel uit van de anti-Israëlische actiegroep United Civilians for Peace. Zij organiseren gezamenlijke activiteiten met het Nederlands Palestina Komitee, islamitische groeperingen en binnen de kerken opererende actiegroepen als Werkgroep Keerpunt. Het probleem van een zich van Israël vervreemdende kerk beperkt zich niet tot Nederland en heeft meerdere oorzaken. In de eerste plaats is de vervangingstheologie aan het werk, daarnaast de hovaardige pretentie dat men het recht heeft op oordelen en veroordelen, het patent op ’christelijke gerechtigheid en barmhartigheid’ zoals de kerkelijke Werkgroep Keerpunt het zo mooi noemt.

Ook aan het werk is de bizarre ambitie om een soort oecumene met de islam te bewerkstelligen, hetgeen in islamitische kringen als een geweldige mogelijkheid zal worden gezien om de islam met behulp van het PKN-dienstencentrum tot in de uithoeken van de aarde te verspreiden. Maar: kerken kunnen in bepaalde opzichten misschien islamiseren, maar moskeeën kunnen onmogelijk verchristelijken. Als een politica van de ChristenUnie een lans breekt voor het invoeren van een islamitische feestdag, brengt dat de islam niet tot rede, maar brengt dat onze Joods-christelijke cultuur een slag toe. Als de Wereldraad van Kerken en Amerikaanse lidkerken (in dit geval de Quakers en Mennonieten) speciaal voor Mahmoud Ahmadinejad in New York een receptie organiseren, legitimeren zij niet alleen zijn uitspraken over de vernietiging van Israël, maar vernietigen zij hun eigen moraliteit.

Ateek: Israël geen bestaansrecht

Dominee Naim Ateek, directeur van Sabeel

Dominee Naim Ateek, directeur van Sabeel Jeruzalem

Terug nu naar de steun van kerkelijke organisaties aan clubs als Sabeel. Dominee Naim Ateek en zijn beweging beweren zich in te zetten voor vrede op basis van een tweestatenoplossing. Dat geloven de talloze goedgelovige, goedwillende christenen die Sabeel financieel of anderszins steunen graag. Regelmatig vallen Ateek en de zijnen echter door de mand, als hun enthousiasme over hun daadwerkelijke doelstelling het even ’overneemt’. Zo verklaarde Ateek in juni 2006, op een conventie van de Episcopale kerk in het Amerikaanse Columbus (Ohio), dat Israël niet zou moeten worden toegestaan een Joodse staat te blijven. Dat Israël wat hem betreft geen bestaansrecht heeft, kan men overigens ook gewoon lezen in zijn boek Justice and Only Justice.

Dat de Sabeel-ideologie niet alleen antizionistisch is, maar in ordinair antisemitisme geworteld is, kan men opmaken uit de door Ateek gebruikte typeringen van Israël. Zo beschreef hij de Israëlische regering als de moderne uitvoering van koning Herodes (de kindermoordenaar van Bethlehem), verklaarde hij dat de Israëlische regering zich dagelijks schuldig maakt aan het ’kruisigen’ van Palestijnen, beweerde hij dat Palestina ’Golgotha’is geworden en Israël een steen is gelijk de steen die het graf van Jezus afsloot. De Nederlandse vrienden van Sabeel delen die opvattingen, waarover genoeg bekend is. Zij hebben zich daar immers niet van gedistantieerd.

Demonisering met stenen

Jan M. den Hertog, voorzitter van Sabeel

Jan M. den Hertog, voorzitter van Sabeel Nederland

In zijn strijd tegen de Joodse staat schroomt het christelijke Sabeel niet om islamitische symbolen in te zetten, symbolen die niet alleen een gewelddadige maar tevens een letterlijk demonische inslag hebben. Zo vertelde de Culemborgse predikant Jan M. den Hertog op 25 augustus vorig jaar [2007] op de ’startdag’ van Vrienden van Sabeel Nederland: „Het was tijdens de liturgische afsluiting van een internationale Sabeelconferentie, die ik een jaar of elf geleden voor het eerst meemaakte, dat er tijdens de viering geen broden maar ruwe steentjes werden uitgedeeld. Tijdens die conferentie had het appèl om een duidelijke keuze voor de slachtoffers van het conflict te maken, duidelijk geklonken. Zo ook de opmerking dat je niet bang moet zijn om vuile handen te maken. De stenen die uitgedeeld werden waren stoffig en je kreeg er vuile handen van. Het waren stenen die ook door Palestijnse jongeren naar Israëlische militairen werden gegooid; een levensgevaarlijk spel met de bezetter.

Ik herhaal het even: op de Sabeelconferentie werden stenen uitgedeeld „die ook door Palestijnse jongeren naar Israëlische militairen werden gegooid”. Hoezo is Sabeel een niet-gewelddadige organisatie? En is zo’n ’uitdeelactie’, nota bene tijdens een kerkdienst, niet een vorm van ophitsing tot het plegen van geweld? En waar staat dan Den Hartog, inmiddels voorzitter van de Vrienden van Sabeel Nederland?

Interessant in dit kader is de diepere betekenis van het door moslims gooien van stenen naar Joden. Het is een vorm van demonisering die een belangrijke plaats inneemt in de islamitische traditie. Tijdens de jaarlijkse pelgrimage naar Mekka gaan de gelovigen massaal naar het ten oosten van Mekka gelegen plaatsje Mina, waar Abraham volgens de islam zijn zoon Ismaël wilde offeren (de Bijbel leert ons dat het om een andere zoon ging: Isaak en dat het drama zich afspeelde in het land van Moria/Jeruzalem). Bij Mina zou de duivel tot driemaal toe geprobeerd hebben Abraham te verleiden zijn voornemen niet uit te voeren, maar iedere keer wist Abraham zijn tegenstander met het gooien van stenen te verdrijven. Mina bezoekend neemt iedere gelovige zeventig stenen en smijt die in de richting van drie rotsen die de duivel moeten voorstellen.

Abd al-Halim Mahmoud: 'Joden zijn de vrienden van Satan'

Abd al-Halim Mahmoud: 'Joden zijn de beste vrienden van Satan'

De islam zet de Joden neer als de vijanden van Allah en de islam, als zonen van apen en varkens en als bondgenoten van de duivel. En die notie wordt regelmatig ’ververst’. Zo schreef dr. Abd al-Halim Mahmoud, rector van de Al-Azhar universiteit (de belangrijkste theologische hogeschool van de soennitische variant van de islam) in 1973 in een gezaghebbend leerstuk: „Allah verplicht moslims tegen de vrienden van Satan te strijden, waar die zich ook bevinden. Onder de vrienden van Satan bevinden zich de Joden. In de huidige tijd zijn de Joden zelfs de beste vrienden van Satan”.

Ook binnen de sjiietische islam worden de Joden als een demonische kracht gezien. De Iraanse moellahs bijvoorbeeld, typeren Israël als ’de kleine Satan’. De duivel en zijn vrienden verdrijf je met stenen, niet alleen in Mina maar overal. Er zijn talloze historische en antropologische getuigenissen over het routinematig stenigen van Joden in de islamitische wereld, niet om hen te doden, maar om hen te vernederen en te demoniseren. Tijd voor een grote schoonmaak Dat een Nederlandse dominee de islamitische demoniseringspraktijk ten opzichte van Joden kennelijk onderschrijft is even symbolisch als het uitnodigen van een vertegenwoordiger van Hezbollah, een organisatie die genocide op alle Joden beoogt. Om Hezbollah-leider Hassan NasrAllah te citeren: „Als wij wereldwijd op zoek zouden gaan naar de lafste, verachtelijkste, zwakste en in psychisch, ideologisch en religieus opzicht zwakste persoon, komen wij bij de Jood uit. Let wel: ik zeg niet Israël [maar de Jood]”. „Als zij [de Joden] zich allemaal in Israël vestigen, bespaart ons dat de moeite om wereldwijd achter ze aan te gaan”. Dat het Hezbollah (ook) wat dat betreft ernst is werd onder andere geïllustreerd op 18 juli 1994, toen een Hezbollahaanslag op het Joodse gemeenschapscentrum in Buenos Aires 85 mensenlevens kostte.

In het kader van de overwinning van Tsipi Livni, in de verkiezingen van Kadima, hopen velen, in Israël en daarbuiten, op een grote schoonmaak binnen het verroeste en gecorrumpeerde Israëlische politieke establishment. Zo’n schoonmaak is inderdaad hard nodig. Maar inmiddels is een schoonmaak binnen de Nederlandse kerken net zo nodig. De moreel corrumperende krachten van anti-judaïsme, antisemitisme en antizionisme bedreigen de kerken opnieuw. Het Bijbelverhaal van Balak en Bileam heeft aan actualiteitswaarde niets verloren.

Bron: Artikel van Wim Kortenoeven van 27 oktober 2008 gepubliceerd op Christenen voor Israël

Egyptisch President Nasser in de clinch met David Ben-Goerion [satire]

Franse soldaten in Suez

Britse soldaten in Suez

Onderstaande cartoon dateert uit 1956: Egyptisch President Gamal Abdel Nasser en de Israëlische Eerste-Minister David Ben-Goerion in de clinch ten tijde van de Suezcrisis of ook de Tweede Arabisch-Israëlische Oorlog geheten.

Die oorlog van 1956 was een conflict over het bezit en de toegang van het Suezkanaal. De aanleiding van de crisis was het feit dat president Nasser van Egypte dit voorheen internationale Suezkanaal nationaliseerde. Het kanaal was tot dan gedeeltelijk in het bezit van een Frans-Engelse firma. Daarnaast blokkeerde Nasser de scheepvaart van Israëli doorheen het kanaal. Het leidde tot een oorlog in de Sinaï tussen Egypte aan de ene kant en Israël, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk aan de andere kant.

Israël speelde maar een 3de plansrol in dit conflict, dat voornamelijk door Egypte, Engeland en Frankrijk werd bevochten. Achteraf zal Israël wel door de Arabische landen van het Midden-Oosten, èn door latere zelfbenoemde ‘Vredesbewegingen’ van allerhande slag en origine, de volledige verantwoordelijkheid voor het ontstaan van het conflict in de schoenen worden geschoven. Er sneuvelden 1600 Egyptenaren en 215 soldaten van de andere drie landen. De gevechten duurden van 31 oktober tot en met 5 november 1956, de bezetting van Egypte en de Gazastrook werd in maart 1957 opgeheven.

Enkele oorlogen verder (Zesdaagse Oorlog van 1967 en Jom Kippoeroorlog van 1973) die telkens o.l.v. Egypte  en met de hulp van de landen van de Arabische Liga werden ingezet,  werd als gevolg van de Camp David akkoorden van 1978 geleid door Jimmy Carter,  uiteindelijk de vrede betekend tussen Egypte en Israël. Op 26 maart 1979 ondertekenden Egypte (Anwar Sadat) en Israël (Menachem Begin) een vredesverdrag en werd Egypte aldus het eerste Arabische moslimland dat de soevereiniteit van de staat Israël erkende. Tot nog toe volgde enkel Jordanië op 26 oktober 1994 Egypte’s voorbeeld.

De situatie anno 2009 is nog veel zorgwekkender, op de cartoon uit 1956 staan (achter het muurtje toe te kijken) alleen Arabische staten  en een officier uit de Sovjet-Unie afgebeeld. De S.U. koos partij voor Egypte en voorzag het land van wapenmateriaal. Op deze cartoon zie je hoe de Rus op plaatje 4 een wapen aanreikt aan Nasser, die hij in plaatje 5 op zijn rug heeft hangen…

Nu is de hele wereld dapper… Indien u de cartoon niet goed genoeg kunt lezen klik dan hier voor de directe link naar de afbeelding. Met dank aan Jan van Barneveld.

Ook in 1956 werd Israël beschuldigd van…

het gebruik van ‘disproportioneel’ geweld…

cartoon00

Iran bevestigt doodvonnis Delara Darabi voor feiten toen ze 17 jaar was

Delara Darabi

Delara Darabi

Update 2 mei 2009: Gisteren 1 mei werd Delara Darabi opgehangen. Lees hier: Iran: Delara Darabi, a 23 year old artist hanged. Eerder had het Hooggerechtshof de dag voor de terechtstelling,  de executie van Delara Darabi met twee maanden uitgesteld, maar zo lang heeft het dus niet meer geduurd :(

Op 11 april 2009 werd het doodvonnis door ophanging van Delara Darabi (22) door het Iraanse Hooggerechtshof bevestigd. Het vonnis zou eerstdaags worden uitgevoerd.

Delara, geboren op 29 september 1986, is een Iraanse vrouw die van moord wordt beschuldigd, feiten die zich hebben voorgedaan toen ze nauwelijks 17 jaar oud was. Zij ontkent de feiten tot op heden.

Volgens de Verenigde Naties is een kind een persoon onder de leeftijd van 18 jaar. Iran is gebonden door internationale overeenkomsten die de doodstraf verbieden voor feiten die gepleegd zijn onder de leeftijd van 18 jaar, maar trekt zich daar in de praktijk weinig van aan.

Amnesty International heeft reeds 26 executies van minderjarigen in Iran sinds 2005 gedocumenteerd. In veel gevallen werden de minderjarigen onder de 18 jaar opgesloten en geëxcuteerd. Op dit ogenblik worden zeker 134 minderjarigen opgesloten gehouden in afwachting van hun executie.

stop1

Op 9 december 2005 verklaarde de Buitengewoon Rapporteur van de Verenigde Naties Philip Alston: “In een tijd waarin vrijwel elk ander land in de wereld stevig en duidelijk afstand neemt van de uitvoering van executie van de mensen voor misdaden die zij begaan hebben als kinderen, is de Iraanse houding bijzonder onaanvaardbaar. Het is des te verwonderlijker omdat de verplichting om zich te onthouden van dergelijke executies niet alleen duidelijk en onbetwistbaar is, maar de regering van Iran bovendien duidelijk verklaard heeft dat zij niet langer deze praktijk uitvoert.

Volgens verklaringen van Delara werd de moord op de nicht van haar vader gepleegd door haar 19-jarige vriend Amir Hossein waar ze een verhouding mee had. Aanvankelijk bekende Delara Darabi de moord, maar trok korte tijd later haar verklaringen weer in. Zij stelt dat Amir Hossein haar had gevraagd om de moord te bekennen om hem voor executie te behoeden, omdat ze dacht door het feit dat ze geen 18 jaar was, zij niet tot de doodstraf zou veroordeeld worden.

Delara Darabi zit sinds haar 17de achter de tralies. Zij werd in eerste aanleg veroordeeld tot de doodstraf door een lagere rechtbank in de noordelijk gelegen Iraanse stad Rasht. De doodstraf werd bevestigd door het Hooggerechtshof. Zij houdt tot op heden haar onschuld staande en zegt dat ze onder invloed was van kalmeermiddelen toen het misdrijf gebeurde. Amir Hossein kreeg een gevangenisstraf van tien jaar opsluiting voor zijn aandeel in de misdaad.

Ambassadeurs van Frankrijk en Zwitserland op de vernissage van Delara's kunstwerken in Teheran

Ambassadeurs van Frankrijk en Zwitserland op de vernissage van Delara's kunstwerken in Teheran

Onder internationale druk werd haar zaak enkele malen herzien en de uitvoering van haar executie uitgesteld. Amnesty International heeft haar zaak verscheidene malen publiek aangekaart en rapporten gepubliceerd maar tot op heden zonder veel resultaat. Delara Darabi’s naam staat bovenaan de lijst van de organisatie Stop Child Executions Campaign petitie.

Een gelijkaardige petitie werd voor een andere minderjarige, Nazanin Fatehi, die eveneens de galg wachtte, met succes afgerond. Na meer dan 350.000 handtekeningen en wereldwijde aandacht werd ze onschuldig bevonden en op 31 januari 2007 op vrije voeten gesteld.

Op 20 januari 2007 trachtte Delara zelfmoord te plegen door haar polsen door te snijden. Zij werd in alle haast naar het hospitaal gevoerd en overleefde. Delara is een getalenteerd kunstschilder en dichter. Zij gebruikt haar kunstwerken en gedichten om uitdrukking te geven aan haar gevoelens. In 2006 werden haar kunstwerken tentoon gesteld in Teheran, in maart/april 2007 werd een gelijkaardige tentoonstelling in Stockholm (Zweden) gehouden en in Amsterdam op 28 april 2007. Een kort overzicht van haar werken en fotogalerij van haar en familie vind je hier en op Delara’s Paintings.

delara3

Klik op de afbeelding om de petitie te tekenen

Hieronder video in 2 delen over Delara Darabi’s zaak

Bronnen: Claire Colley: Delara Darabi Hanged van 1 mei 2009; NCRI: Mrs. Rajavi calls on international community to condemn execution of Delara Darabi en Iran: Delara Darabi, a 23 year old artist hanged van 1 mei 2009; Amnesty International: Delara Darabi’s execution postponed for two months van 20 april 2009; Foreign Affairs Committee of the National Council of Resistance of Iran (NCRI): Iran: A 23-year-old female artist on the verge of execution van 11 april 2009; Stop Child Executions Campaign: Urgent, Delara is at great risk of Execution van 9 april 2009; Save Delara.com; Weblog: Save Delara Darabi from execution!