Dagelijks archief: 12 april 2009
Bezeten door het leed – waarom Europa de Palestijnen vertroetelt

Leon de Winter
Leon de Winter beschrijft onze bezetenheid in een zeer goed artikel in het Duitse weekblad ”Die ZEIT” van 2 april 2009: Europa vertroetelt de Palestijnen en demoniseert Israël om zich van zijn schuld aan de Holocaust te bevrijden.
Aan de grens tussen de Democratische Republiek Kongo en Soedan zijn de afgelopen weken minstens net zoveel mensen het slachtoffer geworden van geweld dan tijdens de jongste Israëlische operaties in Gaza – en toch houdt de terreur in Afrika de Europese media slechts zijdelings bezig. Blijkbaar hebben de Palestijnen iets dat de mensen uit Kongolezen en Soedanezen niet hebben. Iets, waardoor ze de gebalde aandacht van de Europese media krijgen.
Anders ook dan de miljoenen ontheemden en vluchtelingen na de Tweede Wereldoorlog konden de Palestijnen hun status als eeuwige vluchtelingen voor zichzelf behouden. Tot aan de dag van vandaag, zestig jaar later, worden Palestijnse steden vluchtelingenkampen genoemd; intussen dragen vier generaties van Palestijnen vanaf de geboorte het etiket ”vluchteling”.
De Palestijnen in Gaza hebben een religieus fascistische partij gekozen, wier onbetwiste doel de vernietiging van Israël is. Vol enthousiasme beloofde Hamas oorlog en martelaarschap met slogans zoals ”Palestijnen houden meer van de dood dan van het leven” of ”Geen offer is te groot om Israël te vernietigen”.

Vrijlating van Samir Kuntar op 21 juli 2008
Nu gaf Israël de bewoners van Gaza datgene wat ze zogenaamd meer dan alles andere zouden wensen: een gelegenheid om heldhaftig verzet te bieden en Joden te doden. Maar in plaats van hun volle tevredenheid over deze kans te uiten, schreeuwden ze dat ze met buitenproportionele hardheid behandeld zouden worden en het zou de Joden verboden moeten worden om op vrouwen en kinderen te schieten. Dezelfde mensen die geweld en oorlog eisten, lieten de media zien hoe brutaal ze door de Joden werden aangepakt.
Toen de Palestijn Sami Kuntar, die in 1979 een 4-jarig meisje met een geweerkolf de schedel had ingeslagen, vorig jaar juli door Israël werd vrijgelaten, feliciteerde Hamas-leider Ismail Haniya Kuntar met de ”grote overwinning in het verzet; het bewijs dat onze weg juist is”.
Jarenlang heeft Hamas raketten op Israël afgevuurd, maar de Europese media haalden alleen hun schouders op. In een bloedige burgeroorlog verdreef Hamas de zogenaamde gematigde Fatah uit Gaza; de media reageerden verveeld. Iedere dag voorspellen de leiders van Hamas Israël een pijnlijke ondergang; Europa geeuwt. En als de provocatie voor Israël ondraaglijk wordt en het tegen Hamas terugslaat, met een fractie van het geweld wat deze organisatie tegen Israël zou inzetten als ze zou kunnen, dan ontmoeten de verslaggevers elkaar op het vliegveld van Tel Aviv om over de gruwelijke dood van vrouwen en kinderen te berichten.
Wat aan de Palestijnen fascineert de Europeanen dusdanig dat veel ergere conflicten, de vernietiging door Vladimir Poetin van Tsjetsjenië, hiernaast helemaal verbleken?

Der ewige Jude. Filmaffiche van de antisemitische propagandafilm van de Nationalsozialisten uit 1940
Het antwoord: De vijand van de Palestijnen is tegelijkertijd Europa’s obsessie, namelijk de Jood. Nationaal en etnisch versplinterd, zoals Europa was en is, was voor de Europeaan de Jood als een rondtrekkende zigeuner, als niet te doorzien en gevaarlijk. Jodenhaters waren bang voor de Jood, want die was slim en paste zich gemakkelijk aan, maar was echter loyaal verbonden aan de Hebreeuwse stam. Als het slechte op de aarde was af te leiden uit de praktijken van de Joden – antisemitisme is de ultimatieve samenzweringstheorie. Vanuit Europa heeft de Jodenhaat zich over de hele wereld uitgebreid. In een tijd van globalisering, middenin de economische chaos, moet de arglistige Jood zelfs in landen zonder Joden dienen als verklaring voor het kwade en bedreigende.
De uitroeiing van de Europese Joden was de consequentie van een proces dat 1000 jaar daarvoor was begonnen. En tot op de dag van vandaag heeft Europa de consequenties van de Holocaust niet verwerkt. Integendeel, sinds tientallen jaren voelt het continent zich gechanteerd door de Joden. Europa’s sympathie voor de Palestijnen heeft weinig met hun ellendige levensomstandigheden te maken. Europa houdt van de Palestijnen, omdat het zich op deze manier kan vrijmaken van zijn schuld aan de massamoord.
In de jaren-60 had Jasser Arafat, een Warlord van de oude stempel, het idee om de zaak van de Palestijnen in anti-imperialistische retoriek nieuw te verpakken en Palestina zodoende op de agenda van de Europese intelligentsia te plaatsen. Toen christelijke milities in 1982 onder de ogen van het Israëlische leger in de vluchtelingenkampen Sabra en Sjatila slachtingen begingen, werd voor het eerst kritiek geleverd op de Joden, sinds 1945 een taboe in de Europese publieke opinie. De Eerste Intifada met haar beelden van stenengooiende Palestijnen en zwaar bewapende joodse soldaten beheerste de wereldpers en maakte de weg vrij tot belastering van Israël. Stap voor stap kwam hieruit een aanval op de joodse arrogantie voort en, nog belangrijker, een aanval op het Israëlische en Joodse misbruik van de herinnering aan de Holocaust.
Verantwoordingsbewuste Europese politici – en hiervan bestaan er gelukkig vele, zijn zich bewust van de gevaren van het islamitische religieuze fascisme, en ondanks de van delen van de media uitgaande enorme druk doen ze hun best voor een evenwichtig perspectief. Geen enkel ander conflict echter, ook al zou dat honderdduizenden slachtoffers eisen, stookt de Europese emoties zo op als het Israëlisch-Palestijnse. Europa is ervan bezeten.

Betoging te Brussel van 11 januari 2009. Uitbuiting van de Holocaust door antisemieten onder het mom van anti-Zionisme en anti-Israël hetze
De Europese media kijken naar Israëls verdedigingshandelingen als onder een selectief vergrootglas; dit proces maakt het mogelijk voor hen om de erfgenamen van de slachtoffers, die ten prooi vielen aan Europa’s meest obscene haat – het antisemitisme –, als slechteriken af te schilderen en Europa eindelijk van zijn dode Joden te bevrijden.
Wie ook maar een zweem van geweten en historische kennis heeft, weet een ding precies: Zelfs wanneer er duizenden onschuldigen in Gaza gestorven zouden zijn, zou men dat niet kunnen vergelijken met de massamoord op de Joden in nazi-Duitsland en desondanks strooien linkse en islamitische protestanten en commentatoren ononderbroken met begrippen als ”Holocaust” en ”Nazi” als ze Israëls antwoord op de terreur van Hamas beschrijven. Zodoende bagatelliseren ze het nationaalsocialisme en insinueren indirect dat de Joden met hun achterbaksheid in principe mede schuldig zouden zijn aan hun lijden onder de nazi-heerschappij.
Het zou zeker verkeerd zijn om alle Europeanen te beschuldigen van de onzinnige Jodenhaat, maar er bestaat in Europa een sterk oud haatgevoel. Volgens een nieuwe enquête van de Anti-Defamation League (ADL) in zeven Europese landen gelooft 31% van de volwassenen dat Joden in de financiële wereld voor de economische crisis verantwoordelijk zouden zijn. Uit dit onderzoek komt ook naar voren dat kritiek op Israël en de houding tot de Joden synoniem geworden zijn: 58% van de ondervraagden verklaarde dat ze de joden vanwege de Israëlische politiek nu sterker zouden afwijzen. De ADL vroeg deze Europeanen niet of ze ook de Russisch-orthodoxe kerk afwijzen, omdat het Russische leger Grozny heeft verwoest.

Het rode puntje in het midden is.. Israël
Europa demoniseert Israëls zes miljoen Joden, hoewel ze zich alleen verdedigen tegen een door blinde religieuze haat voortgedreven vijand. Daarin wordt zijn brandende verlangen uitgedrukt om eindelijk die zes miljoen doden kwijt te raken. Europa zal de Joden de drukkende last van Auschwitz niet vergeven. Daarom zijn de honderden doden van Gaza voor Europa zoveel belangrijker dan de miljoenen doden van Darfur en Kongo. Net als andere mensen ook hebben de Joden niet veel van de geschiedenis geleerd, maar een ding weten ze zeker: Ze herhaalt zich.
Bron: Oorspronkelijke titel Besessen vom Leid door Leon Dewinter; verschenen in de Duitse Die Zeit van 2 april 2009; dit artikel werd uit het Duits vertaald door E.J. Bron en geplukt van Het Vrije Volk van 8 april 2009
De duistere religieuze kant van Israël (pleidooi voor een seculiere maatschappij)

Birkat hachama, zonnefeest elke 28 jaar op woensdagochtend, de 4de dag nadat de aarde werd geschapen nu 5.769 jaar geleden, althans toch volgens de Joods-religieuze kalender...
Enkele dagen nadat tienduizenden Joden in Israël gespannen naar de hemel keken en de horizon aftuurden om de eerste zonnestralen op te vangen om ‘de terugkeer van de zon op het punt waarop de aarde werd geschapen’ te vieren (zie ook Birkat hachama op Joods Actueel: Eens om de 28 jaar wordt de zegenspreuk voor de zon opgezegd) en miljoenen Israëli ‘s tijdens de Pesach (Pasen) met vreugde uit het boek de Hagadda voorlezen en de genocide afroepen over hun Egyptische tirannen – de jihad door middel van het zenden van verschrikkelijke plagen en het verdrinken van kinderen in Egypte- wordt het tijd dat we het kunnen toegeven: We leven in een religieus land.
Dat is zo het geval tijdens deze Paasvakantie, wanneer het in sommige plaatsen onmogelijk is om gedesemde producten te vinden, wanneer het rabbinaat in de supermarkten probeert speciale computerprogramma’s te installeren om de verkoop te verhinderen van gedesemde levensmiddelen, wanneer Opperrabbijn Yona Metzger aan rabbijn Yaakov Israël Ifergan vraagt om zijn volgeling Nochi Dankner het programma te laten installeren in zijn supermarkten en als de koeien van ons land op een zuurdesem-vrij dieet worden gezet.
We moeten toegeven dat deze samenleving nogal duistere religieuze aspecten heeft. Buitenlanders die toekomen in Israël kunnen zich terecht afvragen in welk land ze zijn aangekomen: Iran, Afghanistan of Saoedi-Arabië? In ieder geval is het niet in de liberale, seculiere en verlichte samenleving die het pretendeert te zijn. De handen van dieven hoeven niet te worden afgehakt, noch moeten de vrouwen hun aangezicht bedekken, om een religieus land te zijn. Net zoals een bezet land, dat aan 3,5 miljoen van haar inwoners fundamentele burgerlijke rechten ontzegt, heeft Israël niet het recht om zich ‘de enige democratie in het Midden-Oosten‘ te noemen. Een land waar een week lang vanwege zijn godsdienst geen gewoon gebakken brood te verkrijgen is, kan zichzelf nu eenmaal niet als seculier en liberaal promoten.

Jeruzalem, vrijdag 12 september 2008: een orthodoxe Jood passeert een bord met kledingvoorschriften voor vrouwen die een bepaalde wijk betreden
Uiteindelijk zijn in een aantal van onze steden handelszaken die geopend op zaterdag toch toegenomen, zoals dit vóór de rellen aan de Heichalbioscoop in Petah Tikva het geval was. De doden kunnen eindelijk worden begraven in een burgerlijke ceremonie in ruil voor een handvol centen. Maar dat is niet voldoende om onszelf een seculiere samenleving te kunnen heten. We moeten onszelf niks wijsmaken: van de wieg tot in het graf, van het huwelijk tot aan de echtscheiding, wordt bijna alles in religie ondergedompeld.
In geen enkel ander land zijn er straten zonder bussen en sporen zonder treinen te zien op de sabbat. Geen enkele andere luchtvaartmaatschappij – behalve dan El Al – sluit haar luchthaven één dag per week. Koude schotels op de sabbat in ziekenhuizen en hotels zijn ook iets wat elders niet gezien wordt. Wegen die op pijlers rusten vanwege het bestaan van oude begraafplaatsen – een soort van heidens ritueel van zij die van buiten naar binnen kijken – en de scheiding van mannen en vrouwen in een aantal buslijnen zijn eveneens onbekend in democratische landen. Religie werd hier nooit helemaal gescheiden van de staat: hand in hand houden zij toezicht over onze manier van samenleven.
De Orthodoxe samenleving en haar leiderschap moet deze toestand niet verweten worden. De orthodoxe en ultra-orthodoxe gemeenschap hebben het recht om alles te doen wat ze kunnen om hun geloofstrouw te tonen aan de seculiere meerderheid. Het is de schuld van de seculieren zèlf. Net zoals het niet de schuld is van de Yeshiva-studenten en hebben zij ons dit ook niet opgedrongen, is het de schuld van de seculiere meerderheid die dit heeft toegelaten, zoals dit ook het geval is met de andere aspecten van ons leven. Wij, de seculiere mensen, zijn de schuld van dit alles. Wij zijn het die eraan hebben toegegeven. Net zoals het geval is bij de tirannie van een andere minderheid van kolonisten die de meerderheid terroriseren, is dit hetzelfde als met de tirannie van de ultra-orthodoxe: de tirannie kan enkele bestaan omdat de seculiere meerderheid besloten heeft om er zich aan te onderwerpen.

Acre, 9 oktober 2008. Jom Kippoer rellen aangestoken door orthodoxe Joden, wanneer een man het waagde een auto te besturen op deze religieuze hoogdag
Dus ga niet klagen bij de religieuze mensen. De seculieren zijn in de meerderheid en de macht om dit beeld te wijzigen ligt volledig in hùn handen. Als de meerderheid opstaat en zich niet zou overgeven aan de minderheid, zouden de bussen weer rijden en zou er weer brood verkocht mogen worden tijdens de Pesach feestdagen. Maar het zou wel eens kunnen zijn dat we veel meer religieus zijn dan we bereid zijn om toe te geven. We blijven het imago van een seculiere maatschappij hooghouden, maar in essentie zijn we religieus.
Als we nu maar eens bereid waren te erkennen en te stoppen met te doen alsof we seculier zijn. Het is ook altijd hetzelfde, een samenleving die pretendeert Westers en verlicht te zijn kan zich dit niet blijven wijsmaken door tezelfdertijd een dergelijke religieuze en compleet voorbijgestreefde levensstijl te blijven voorstaan. Er is sinds onze schooltijd niet veel veranderd, die tijd van vroeger, toen van ons nog werd verwacht dat we de Bijbel kusten wanneer we die per ongeluk op de grond lieten vallen. Dus, laat ons met zijn allen voluit genieten van de matses [Joods paasbrood] en laat ons niet vanachter een plastieken gordijn in de supermarkt stiekem een blikje bier opentrekken, maar laten we het eindelijk met een gerust geweten toegeven: we zijn (bijna) een staat geregeerd door een religieuze wet. Lees ook op deze blog: Religieuze partijen drukken belangrijke stempel op het openbare leven in Israël
Bron: Oorspronkelijke titel: The dark religious side of Israel – (aka ‘A state governed by religious law’) is een artikel van Gideon Levy, correspondent voor Haaretz; vrij vertaald en bewerkt door Brabosh.
Pesach 2002-2009: Shimon Shiran sterft zeven jaar na bomaanslag op restaurant in Haïfa

Haifa, 31 maart 2002. Joodse en Arabische Israëli's zaten samen gezellig te lunchen in het Arabisch restaurant 'Matza' tot een Hamasterrorist de eterij betrad en zichzelf samen met vijftien onschuldige slachtoffers de lucht inblies
Op de voorpagina van de website van de Al-Aqsa Brigades (de militaire vleugel van de terreurgroep Hamas), verschijnt vandaag 12 april 2009 het bericht hoe Hamas euforisch reageert over het overlijden van Shimon Shiran (afbeelding onderaan rechts), als het zestiende slachtoffer van de bomaanslag in Haïfa, toen de Palestijnse zelfmoordterrorist Shadi Toubasi zichzelf opblies in een druk bezocht Arabisch restaurant tijdens de Pesachfeestdagen op 31 maart 2002:
Hamas' "zelfmoord bommenleggers" tijdens een demonstratie in Gaza
“West Bank – Agencies – after seven years, the Zionist Shimon Sheeran (57 years) died of serious wounds sustained in the head and lost consciousness in the martyrdom operation carried out by qassam martyr Shadi Toubasi in “Matse” restaurant in Haifa in the occupied territories in 1948. Also, Sheeran’s daughter was killed immediately in the martyrdom operation at that time in addition to 15 other Zionists were present in the restaurant at the moment of the operation that was performed by a martyr from Jenin in the northern occupied West Bank on 31/3/2002, while her father was in the case of clinical death in “Rambam Haifa” hospital. Later he died to be the killed No. (16) in the martyrdom operation. Al-Qassam Brigades, the military wing of Islamic Resistance Movement (Hamas), declared responsibility for the operation that came in response to Zionist army attempts to storm into Jenin refugee camp.”

Veiligheidsmuur is voor het grootste deel in werkelijkheid een hekken
Op 31 maart 2002, de vierde dag van de Joodse Pasen (Pesach), wandelde de Hamasterrorist Shadi Toubasi het Matza restaurant in Haïfa binnen en blies zichzelf op. Veertien restaurant bezoekers – arabieren en Joden – bleven dood achter en de zesentwintig overige restaurantbezoekers werden zwaar tot zeer zwaar verwond. De terrorist kwam hierbij eveneens om het leven. Het was één van de bloedigste aanslagen sinds het begin van de Tweede Intifada, die in september 2000 was begonnen.
Als gevolg van de reeks bloedige aanslagen begon Israël in juni 2002 met de versnelde aanbouw van de Veiligheidsmuur op de Westelijke Jordaanover (Westbank), om te beletten dat Arabische terroristen nog aanslagen zouden kunnen uitvoeren op willekeurige doelwitten in Israël. Sindsdien is volgens veiligheidsexperts dit soort aanslagen met ruim 90% gedaald. Omdat de Veiligheidsmuur inderdaad zo effectief is gebleken tegen deze antisemitische zelfmoordterroristen, is de Veiligheidsmuur sindsdien voortdurend het mikpunt van allerhande zelfbenoemde vredesactivisten en hun vrienden terroristen binnen en buiten het Midden-Oosten. Door hen wordt die Veiligheidsmuur ook wel de Apartheidsmuur genoemd. Echter, die benaming slaat – inhoudelijk noch historisch – nergens op.
Arabisch restaurant de ‘Matza’
Deze bloedige aanslag schokkeerde zowel Arabieren als Joden, die het Matza restaurant als een vredig toevluchtsoord beschouwden, waar verschillen tussen alle Israëli ‘s, Joden en arabieren, helemaal verdwenen. Het restaurant was een gemengde Arabisch-Joodse zaak, alhoewel de eigenaar van het pand een Joodse Israëli was, waren de uitbaters en het overgrote deel van het personeel allemaal Arabische Israëli ‘s waren en werd de eetgelegenheid door beide bevolkingsgroepen druk bezocht.
“Iedereen was op de hoogte dat dit een Arabisch restaurant was, en we waren nooit bang,” zei Zeghain Amar, een Israëlische Arabier wiens vader kassier was van de Matza en eveneens gewond raakte. “Wij hadden uitstekende relaties tussen Arabieren en Joden die deze keet regelmatig bezochten. Ik ben erg, heel erg ontgoocheld.” Het Matza restaurant was destijds een van de weinig plaatsen in Israël waar Joden samen met Arabieren aan tafel gingen. Maar het liep helemaal anders af toen een Hamasterrorist het restaurant binnenliep en zich in het midden van de eterij opblies en 40 mensen doodde en/of verwondde.
Onder de gewonden bevond zich Shimon Shiran (afb. rechts), 57 jaar oud, die zware hoofdwonden opliep en met wisselend herstel de afgelopen jaren in comateuze toestand opgenomen bleef in het Rambam hospitaal van Haïfa. Zijn 17-jarige dochter, Adi Shiran, werd tijdens de aanslag op slag gedood. Ook zijn echtgenote Hili Shiran werd zwaar gewond maar herstelde van haar verwondingen. Op de dag van de aanslag ging Shiran, een ingenieur en eigenaar van een fabriek in plastiek, met vrouw en dochter lunchen in het gekende restaurant van Haïfa. Niks wees erop dat dit restaurant tijdens het Joodse Paasfeest doelwit van een aanslag zou worden van Hamas, temeer daar het restaurant bekend stond als een Arabische eetgelegenheid. Veertien mensen waren op slag dood en een vijftiende bezweek enkele dagen later aan zijn verwondingen. Shimon Shiran overleefde de aanslag zeven jaar en wordt vandaag zondag 12 april begraven.
Bronnen:New York Times van 1 april 2002; Ynetnews van 12 april 2009: Terror victim dies 7 years after attack en Israel News Agency: 15 Civilians slaughtered in Haifa terror attack
9 april 1945: Georg Elser, die een mislukte aanslag uitvoerde op Hitler, wordt vermoord in Dachau

Georg Elser (4 januari 1903- 9 april 1945)
Op 8 november 1939 werd in de Bürgerbräukeller in Munchen een aanslag op Hitler gepleegd. Slechts door een stom toeval mislukte de aanslag en ontsnapte Hitler op het nippertje aan de dood. Tot ieders stomme verbazing was de dader van de de aanslag Georg Elser, een eenvoudige schrijnwerker die alles helemaal op z’n eentje had beraamd en uitgevoerd!
Sinds eind 1938 begon Georg Elser aan de voorbereidingen van de bomaanslag. Hij slaagde erin om springstoffen en lonten van op zijn werk buiten te smokkelen, die hij in zijn werkkledij verborg en later in een houten koffer met dubbele bodem. Wat later knutselde hij een tijdsmechanisme met twee uurwerken in elkaar. Hij reisde in 1939 verschillende keren naar München, en probeert er zelfs tevergeefs een baantje te bemachtigen. Ook probeert hij een mogelijke vluchtroute uit naar Zwitserland. Sinds april 1939 werkt Elser in de steengroeve van Königsbronn waar hij er in slaagt om 125 springstofcapsules te stelen. Na een arbeidsongeval in mei 1939 krijgt hij meer tijd om zich op zijn plan te concentreren. Vanaf augustus verhuist hij naar München en in september ´39 trekt hij in bij Alfons en Rosa Lehmann in de Türkenstraße 94.
Avond na avond laat hij zich, en dat tot 30 tot 35 keer toe (!), ‘s nachts opsluiten in de vergaderzaal om zijn voorbereidende werkzaamheden uit te voeren. De pilaar aan het spreekgestoelte waar Hitler gewoonlijk zijn rede hield was zijn doelwit. Nacht na nacht besteedde hij zijn tijd aan het uithakken van een holte in de pilaar. Hij ging daarbij zo nauwkeurig te werk dat hij de holte zelfs opvulde met tin om te voorkomen dat het een hol geluid zou geven wanneer iemand toevallig op de pilaar zou kloppen of dat het ontstekingsmechanisme beschadigd zou geraken wanneer iemand met een spijker een versiering zou willen aanbrengen. Op 6 november was alles in gereedheid gebracht en de bom en het tijdmechanisme vakkundig geplaatst en afgedicht. Maar Elser liet niets aan het toeval over en op de avond van 7 november 1939 ging hij nog een laatste keer terug naar de zaal en controleerde of alles goed geïnstalleerd was, drukte zijn oor tegen de wand van de pilaar en hoorde het getik. Alles was in orde…
Op 8 november 1939 verzamelde naar jaarlijkse gewoonte de oude garde zich in de Bürgerbräukeller. Meestal begon Hitler aan zijn toespraak omstreeks 20u30 en dat duurde dan gewoonlijk tot 22u00. Dat was ook de tijd waar Elser op had gerekend en hij had het tijdmechanisme dan ook zo ingesteld dat de bom ongeveer halverwege de speech van Hitler zou afgaan. Maar deze keer was al op voorhand aangekondigd dat, omwille van de oorlogsomstandigheden, de Führer de bijeenkomst wat vroeger zou toespreken en dat de tweedaagse herdenking zou worden ingekort. Meteen na zijn aankomst, begon om tien over acht een niets vermoedende Adolf Hitler aan zijn toespraak en om zeven minuten over negen was hij alweer klaar. Normaal bleef de Führer nog wat napraten met zijn oude strijdmakkers, maar dit keer vertrok hij onmiddellijk na zijn speech, om onder escorte naar het station te rijden en met de trein van 21u31 terug te keren naar Berlijn.

Om twintig over negen explodeerde in de Bürgerbräukeller de bom onder hels kabaal. De pilaar achter de plaats waar Hitler enkele minuten voordien nog stond te spreken werd uiteen gescheurd, en het deel van het dak dat de pilaar ondersteunde kwam met veel lawaai naar beneden gedonderd. Acht nazi’s werden op slag gedood en 63 anderen raakten gewond waarvan zestien zwaar gewond.Door het toeval had Hitler de bijeenkomst vroeger moeten verlaten dan voorzien. De bom was wel degelijk voor hem bedoeld en op het ogenblik van de ontploffing was hij nog geen kwartier geleden weggeglipt! Pas toen de trein van de Führer op zijn weg naar Berlijn, vanwege het nieuws ter hoogte van Neurenberg werd tegengehouden, verkreeg Hitler tot zijn stomme verbazing voor het eerst het nieuws te horen over de aanslag.
Hitler schreef zijn redding toe aan de “Voorzienigheid”, en nam het op als een teken dat hij de taak moest vervullen die het lot hem had opgelegd. “Die wünderbare Erretung des Führers” schreef de Völkischer Beobachter op 10 november. In werkelijkheid kwam er geen voorzienigheid aan te pas en was het puur toeval dat Hitler in leven bleef. De beslissing om het westen aan te vallen was op 7 november uitgesteld, en op 9 november zou een definitieve beslissing vallen. Het was de periode van the Phoney War (de ‘Onechte Oorlog’), zoals de Amerikaanse journalisten de laatste zes maanden voor de aanval op het westen noemden, door het feit dat hij feitelijk niet gevoerd werd. De ravage na de bomexplosie

Hitlers aanwezigheid op de Rijkskanselarij was in deze cruciale ontwikkeling van de oorlog uiteraard belangrijker dan dat onderonsje met alte kameraden in de Bürgerbräukeller. Elser kon onmogelijk op de hoogte zijn geweest van de reden dat Hitler zijn reis naar Munchen had ingekort. De oorlog kon verder voorbereid en gevoerd worden, miljoenen mensen zouden omkomen in het kannonnengebulder en in de barre koude aan het Oostfront, in Stalingrad en Leningrad. Vele miljoenen anderen zouden creperen in de concentratiekampen of als beesten afgemaakt worden in de vernietigingskampen ver weg in Polen.
Al in de vroege ochtenduren van 8 november 1939 was Georg Elser vanuit Munchen vertrokken naar Konstanz, aan de grens met Zwitserland. Toen hij illegaal probeerde de grens over te steken, liep hij recht in de armen van enkele douanebeambten. Op het ogenblik dat de bom ontplofte in de Bürgerbräukeller zat Elser al in de cel. Toen hij zijn zakken moest leegmaken hadden de douaniers o.m. een prentbriefkaart van de Bürgerbräukeller aangetroffen. De link naar de aanslag was snel gelegd en Elser werd prompt in de boeien geslagen. Na dagenlange folteringen en ondervragingen door de Gestapo, legde Georg Elser op 14 november 1939 volledige bekentenissen af. Ook zijn familie werd gearresteerd zoals zijn zuster Maria Hirth met haar zoon Franz en haar man Karl Stuttgart, die dagenlang worden gefolterd en ondervraagd. De Gestapo laat hen uiteindelijk in februari 1940 weer vrij.

Waarschijnlijk was de nazi-leiding van plan om Elser na de oorlog in een showproces op te voeren en werd Elser vanaf 1940 als bijzonder gevangene in totale afzondering vastgezet in het concentratiekamp van Sachsenhausen. Daar aangekomen wordt hij tot zijn verbazing als een bevoorrechte gevangene behandeld. Hij krijgt spoedig een ruime cel toegewezen en mag er zowaar een schrijnwerkerbank installeren en kan hij zijn oude beroep van schrijnwerker weer uitoefenen.
Daar doet hij kleine herstellingen en maakt hij kleine meubels voor zijn bewakers.. Om de verveling en de eenzaamheid door te geraken bouwt hij voor zichzelf een citer die hij regelmatig bespeelt. In gevangenschap leeft Elser totaal geïsoleerd van de andere gevangenen. Dag en nacht bewaakt door twee bewakers zal hij meer dan vijf jaren in volledige afzondering doorbrengen.
Eind 1944 of begin 1945 wordt Elser overgeplaatst naar het concentratiekamp van Dachau. Kort voor het einde van de oorlog en de Amerikanen op 29 april 1945 het kamp zullen bevrijden, bereikte op 5 april ´45 een bericht de kampleiding van Dachau met het bevel van Reichsführer-SS Heinrich Himmler om Elser om te brengen. Op 9 april 1945 werd Georg Elser uit zijn cel gehaald en naar het crematorium gevoerd. Het is aan te nemen dat Elser op dat ogenblik al besefte dat zijn laatste uur geslagen was. Op de avond van 9 april werd Elser opgehangen aan een vleeshaak en werd zijn lijk verbrand.
De familie van Elser (afbeelding links voor de oorlog) verneemt na het einde van de oorlog helemaal niets over het onfortuinlijke lot van Georg Elser. Eerst in 1950 wordt hij officieel voor dood verklaard. De familie ontvangt geen enkele uitkering of vergoeding voor zijn dood en nog tot 1960 zal zijn moeder Maria Elser zich nog regelmatig moeten verantwoorden voor de dood van haar zoon die door iedereen wordt beschuldigd voor ‘verraad’ [sic.]
Slechts 13 minuten hebben het verschil gemaakt! Als Georg Elser geslaagd was in zijn opzet, hoe zou het verloop van de geschiedenis er dan wel hebben uitgezien? Op 8 november 1939 was Polen al wel bezet maar zou de rest van West- en Oost-Europa nog onder de voet worden gelopen en zou de holocaust nog die omvang hebben gekend? Zouden de vernietigingskampen nog wel gebouwd worden? Het zal wel eeuwig speculeren blijven hoe de wereld er zou uitgezien hebben zonder Adolf Hitler….
Geraadpleegde bronnen uit de literatuur (eigen bibliotheek op Verzet.org):
• Dossier Elser, onthullingen over de eerste aanslag op Hitler (Lotharm Gruchmann / Eymert van Manen)
• “Hitler – die blaas ik op!” – De aanslag door Georg Elser (Hellmut Haasis)
• Hitler. De aanslagen (Roger Moorhouse)
• Het Duitse Verzet tegen Hitler (Ger van Roon)
• De aanslag op Hitler (Paul Berben)
• Het Juli Komplot – 20 juli 1944 (Roger Manvell en Heinrich Fraenkel)
• Het komplot. 20 juli 1944 (Roger Manvell)
• Von Stauffenberg. Leider van de aanslag tegen Hitler (Gerry Graber)
• Officieren tegen Hitler (Fabian von Schlabrendorff)
• De gemiste kans. Staatsgreep tegen Hitler 1938 (Bert Tigchelaar)
• Een lastige erfenis. De rol en betekenis van het Duits verzet tegen Hitler (Aspeslagh en Raven)
• De Witte Roos -1ste editie (Inge Scholl)
• De Witte Roos -herziene editie (Inge Scholl)
• Leven met de vijand. Aanpassing en verzet in Hitlers Europa 1939-1945 (Werner Rings)
15 april 1945: bevrijding van Bergen-Belsen

Bergen-Belsen, april 1945. Vrouwelijke SS-opzichters (Aufseherinnen) worden gedwongen om de lijken in een massagraf te dumpen
Toen de Britse troepen kamp Bergen-Belsen bevrijdden in de tweede week van april 1945, deden ze ontdekkingen die de wereld schokten. In het kamp lagen tienduizend lijken opgestapeld, te wachten om begraven te worden. Minstens vijftigduizend mensen leden aan vlektyfus, uithongering en dysenterie. De vraag was hoeveel van de nauwelijks levenden nog gered konden worden. Een noodhulp-operatie werd op touw gezet. Terwijl de oorlog voortduurde, stuurde het Britse leger medische troepen naar Belsen. Ze werden bijgestaan door vrijwilligers uit Engeland, Ierland, Zwitserland, België en de Verenigde Staten.
Het ministerie van Informatie was er op gebrand dat Duitse burgers geconfronteerd zouden worden met wat Britten en Canadezen hadden aangetroffen in het kamp. Op de middag van 24 april 1945 werden de burgemeesters van Celle en andere stadjes in de buurt naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gebracht en rondgeleid. Toen werden ze eerst naar de grafkuil gebracht die al halfvol lichamen en skeletten lag. De mannelijke en vrouwelijke SS’ers traden aan een kant van het gapende graf aan terwijl de Duitse burgemeesters aan de rand moesten gaan staan. Vervolgens werd de luidsprekerwagen van Derrick Sington erbij gehaald en las kolonel Spottiswoode, de commandant van het Militair Bestuur, een lange aanklacht voor in het Duits, terwijl de menigte er zwijgend bij stond. Na de burgemeesters eraan herinnerd te hebben dat de Engelsen in Bergen-Belsen al een week bezig waren met opruimen, zodat de situatie aanzienlijk was verbeterd, en dat het bij lange na niet het ergste kamp was, stak de kolonel van wal:
Grafsteen in Bergen-Belsen voor Anne en Margot Frank, die beiden begin maart 1945 in het kamp omkwamen
“Wat u hier zult zien is de definitieve en totale veroordeling van de nazipartij. Het rechtvaardigt elke maatregel die de Verenigde Naties zullen nemen om die partij te liquideren. Wat u hier zult zien, is zo’n schande voor het Duitse volk dat zijn naam moet worden gewist van de lijst van beschaafde naties. U die de vaders en broers van de Duitse jeugd vertegenwoordigt, ziet enkelen van de zoons en dochters voor u die een klein deel van de directe verantwoordelijkheid voor deze misdaad dragen. Een klein deel slechts, maar voor de menselijke ziel niettemin een te zware last om te dragen. Maar wie draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid? U, die uw Führer zijn afschuwelijke grillen heeft laten botvieren. U die niet in staat bent gebleken ook maar iets te doen om zijn geperverteerde triomfen een halt toe te roepen. U die van deze kampen had gehoord, of ten minste een vaag idee had van wat zich daar afspeelde. U die niet spontaan in opstand kwam om de naam van Duitsland te zuiveren, zonder vrees voor persoonlijke gevolgen. U staat hier terecht voor wat u in het kamp zult zien. Rekent u erop zwoegend in het zweet te moeten boeten voor wat uw kinderen hebben begaan en u verzuimd hebt te voorkomen.”
Weinig bekend is dat er weliswaar tegen eind juni 1945 er 46.000 mensen waren gered, maar daar tegenover stond dat tijdens de periode nà de bevrijding toch nog ongeveer 14.000 mensen het leven lieten. Twee maanden lang deed iedereen zijn uiterste best zoveel mogelijk slachtoffers te redden van de dood. Maar de acties werden ernstig gehinderd door een tekort aan medicijnen en materiaal met alle catastrofale gevolgen van dien voor zij die Bergen-Belsen hadden overleefd. Direct nadat dat het kamp bevrijd werd stierven er nog dagelijks honderden mensen: van 19 tot 30 april 8.992 mensen, over de ganse maand mei stierven nog eens 4.531 mensen, nadien tot aan de 20ste juni zullen nog eens 421 mensen sterven aan de gevolgen van opsluiting in Bergen-Belsen.
Bron: Na zonsopgang. De bevrijding van kamp Bergen-Belsen, 1945 van Ben Shephard
De Holocaust? Nooit van gehoord.
De eerste dertig jaren na de Tweede Wereldoorlog was de holocaust relatief weinig bekend bij het grote publiek. Tot aan het einde van de jaren zeventig stonden de concentratiekampen Buchenwald, maar vooral KZ Bergen-Belsen, symbool voor de Judeocide tijdens het Derde Rijk. Echter, zij die het hadden meegemaakt moesten zwijgen, of wilden er liever niet meer over spreken om te trachten te vergeten. De massa had het blijkbaar te druk met de heropbouw van het land na de grote verwoestingen die de nazi’s overal hadden aangericht en het lot van zij die de kampen overleefden kon maar weinigen boeien. De mensen hadden wel eens gehoord van de concentratiekampen maar daar bleef het dan ook bij. Auschwitz was tot dan al helemaal niet bekend bij het grote publiek en bleef de holocaust lange tijd herleid discussiestof voor historici en… negationisten (=feiten ontkenners). Maar dat zal eind jaren zeventig helemaal veranderen met de TV-reeks HOLOCAUST en het boek van Gerald Green met dezelfde naam.
Tussen 1977 en 1978 schreef Gerald Green aan het script voor de vier-delige miniserie voor televisie: ‘HOLOCAUST’, het relaas van een Joodse familie die omkwam in KZ Auschwitz-Birkenau. Deze negeneneenhalf durende dramareeks werd voor het eerst door de NBC uitgezonden tussen 16 en 19 april 1978 en bereikte wereldwijd een groot publiek. Naar schatting werd de minireeks door 400 miljoen mensen bekeken over de ganse wereld. Ook in België en Nederland werd de miniserie einde 1978 uitgezonden en massaal bekeken. De dramareeks bracht iedereen onmiddellijk in de ban van de Holocaust en.. het vernietigingskamp (deels concentratiekamp) van KZ Auschwitz-Birkenau.
De reeks had een enorme impact op de publieke opinie. Hetzelfde jaar dat de serie werd uitgebracht, schreef Gerald Green op basis van het Holocaust filmscript zijn novelle HOLOCAUST, waarvan meer dan twee miljoen delen werden verkocht. Sinds de reeks en het boek in 1978 werden uitgebracht, wordt de holocaust door het grote publiek thans voornamelijk geassocieerd met de gruwel van Auschwitz, en zijn Bergen-Belsen en Buchenwald wat op de achtergrond verdwenen.
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Dagboek uit Bergen-Belsen maart 1944 – april 1945 (Renata Laqueur)
• En misschien was dat nog maar het begin… Dagboek uit Bergen-Belsen 1944-1945 (Hanna Lévy-Hass)
• KZA 5148 (Regine Beer)
• De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank (Willy Lindwer)
• Het Achterhuis. Het dagboek van Anne Frank
• Onbekende Kinderen. De laatste trein uit Westerbork (Daphne Meijer)
• Na zonsopgang. De bevrijding van kamp Bergen-Belsen, 1945 (Ben Shephard)
‘Boycot Israëlische producten’ actie afgeblazen wegens succesvolle tegenzet
Een zoveelste actie op rij om aan te zetten tot Jodenhaat en meer in het bijzonder tegen de Joden in Israël, door middel van een oproep om de invoer van Israëlische producten te boycotten (‘Kauft nicht beim Juden’), heeft de organisatoren van de boycotactie met een flinke kater opgezadeld.
Tot de boycot van Israëlische producten werd opgeroepen door de Nederlandse consumentenorganisatie Peace. Om deel te nemen aan deze boycot Israël actie werd door Peace gevraagd om een antwoordkaart in te vullen die je kan downloaden op hun website maar die Peace ook liet verspreiden via onder meer het GroenLinks Magazine. Op de antwoordkaart stond volgende boycotboodschap te lezen: “Als middel om Israëlische producten Er moet een oplossing komen voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Daarom ben ik het ermee eens dat de invoer uit de Israëlische nederzettingen naar Nederland en de hele Europese Unie moet stoppen. Ik vind dat alle winkels in Europa moeten stoppen met de verkoop van producten uit de Israëlische nederzettingen. Ik vind dat winkels en grootwinkelbedrijven die de wet overtreden, gedagvaard moeten worden.“
Volgens Peace zou het dus enkel gaan om producten die worden gemaakt in Israëlische nederzettingen op de Westbank. Onzin natuurlijk. Voor de landen van de Arabische Liga en Iran, voor Hamas, Al Fatah, Hezbollah, de Palestijnse Autoriteit enz. wordt gans Israël de facto als ‘illegaal’ beschouwd en niet enkel of alleen de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Enkel Jordanië en Egypte erkennen de soevereiniteit van de Israëlische staat. Wie zegt enkel producten uit de nederzettingen te willen boycot, wordt in het Midden-Oosten onthaald als iemand die gans Israël boycot en mee ijvert voor de vernietiging van de Joodse staat.

Onlangs liet Peace ook antwoordkaarten huis-aan-huis laten verspreiden. Zo werden twee weken geleden 100.000 campagnekaarten samen met de weekkrant De Posthoorn in Den Haag / ‘s Gravenhage verspreid. Een reactie van de Israëlische ambassade bleef niet lang uit en verzocht uitgever Wegener van het weekblad de kaartjes niet meer samen met “De Posthoorn” in Den Haag te verspreiden. Bovendien waren een aantal adverteerders in De Posthoorn niet opgezet met de toegevoegde antwoordkaarten van Peace en legden klacht neer tegen uitgever Wegener die vanwege deze klachten zich genoodzaakt zag om de verspreiding te staken.
Een tweede tegenactie door verschillende internetsites kende nog meer succes. Door onder meer het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), het ‘Forum voor de vrijheid‘ en de weblog ‘La Befana‘ werd opgeroepen tot een ludieke tegenzet: blanco enveloppen zenden aan het antwoordnummer van Peace en hen laten opdraaien voor de portokosten.
La Befana: “Via de huis-aan-huis reclame worden folders in de bus verspreid, die oproept tot een boycot van Israëlische producten om de vrede in het Midden Oosten te stimuleren. Nu weet ieder weldenkend mens dat zoiets onzinnig is en gewoon gebaseerd is op antisemitisme / Israël haat. De mensen die zich verschuilen achter de naam PEACE zullen waarschijnlijk moeilijk op legale gronden aan te pakken zijn. Echter, als burger heb ik wel een andere ludieke tip om ze op enorme kosten te jagen. Ze maken gebruik van een antwoordnummer. En dat kost PEACE per ontvangen kaart 44 cent. Welnu: Het is niet verboden om ze zoveel mogelijk post te sturen als mogelijk. Ga daarom naar de Wibra, koop een pak met 100 enveloppen voor 1 Euro. Stuur deze allemaal stuk voor stuk, ongefrankeerd naar : PEACE Antwoordnummer 11653 1000 RA Amsterdam. Dat kost ze dan per 100 enveloppen 44 Euro (die ze eerder aan donaties van iemand anders hebben ontvangen en tegen Israël / Joden zouden gebruiken). Om het effect zo groot mogelijk te laten zijn, Stuur dit bericht naar zo veel mogelijk mensen in Nederland op, die met Israël en Joden begaan zijn.“

Deze tegenactie kende een onverwacht groot succes. Vorige week ontving Peace duizenden lege enveloppen op haar antwoordnummer 11653. De consumentenorganisatie dreigde zoveel kosten te moeten maken dat ze het antwoordnummer inmiddels heeft opgeheven en de actie werd afgeblazen. Peace overweegt nu klacht neer te leggen en de betrokken organisaties aansprakelijk te stellen voor de geleden schade.
Moraal van het verhaal
In haar statement zegt Peace: “De onafhankelijke consumentenorganisatie Peace gelooft in de kracht van georganiseerde consumenten. Die wil ze inzetten ten behoeve van een duurzame wereld en persoonlijke vrijheden van burgers.” Inderdaad, wanneer consumenten zich organiseren, wat hier toch duidelijk is gebeurd, blijkt het inderdaad mogelijk te beletten dat antisemitische acties zoals deze van Peace, wel degelijk kunnen worden gedwarsboomd. Wat Peace thans aan de andere consumenten verwijt, namelijk dat ze gebruik maken van hun stem om te protesteren tegen zaken of acties die haar niet bevallen, daar is ze nu zelf het slachtoffer van geworden. Wat mij betreft: ‘Eind goed, al goed’.



















