Dagelijks archief: 3 april 2009

Over de Joden en hun leugens, Luthers theologisch testament (R. Süss)

Een christen heeft naast de duivel geen giftiger, bitterder vijand dan een jood, terwijl wij toch niemand zo goed bejegenen en tegelijk van niemand zoveel te lijden hebben als juist van die slechte duivelskinderen en dat slangengebroed’, schreef de aartsvader van de Reformatie, Maarten Luther, in 1543.

Luther vond joden schurkachtige, leugenachtige, werkschuwe godslasteraars. Christenen moesten hun synagogen, scholen en huizen in brand steken, hun boeken afnemen, rabbijnen op straffe des doods het onderwijzen verbieden, joden een straatverbod opleggen, het woekeren verbieden en ze dwingen écht werk te gaan doen, om hun brood in het ‘zweet des aanschijns’ te verdienen, zoals God de mens had bevolen.

Luther schreef dit allemaal aan het eind van zijn leven in een traktaat, Over de joden en hun leugens. Het is een heel bekend traktaat en hierboven staat niets dat niet iedereen, die zich meer dan oppervlakkig met Luther bezighoudt, al weet. Toch is Luther fier overeind gebleven als protestants icoon, als de heldhaftige, onafhankelijke denker die de hegemonie van de katholieke kerk doorbrak. Geen krasje is er door dit traktaat op zijn imago gekomen. Want het zou alleen dit ene geschrift zijn waarin Luther zich zo over joden uitliet en bovendien kun je het hem nauwelijks kwalijk nemen omdat hij toen een oude, zieke, verbitterde man was.

“Onzin”, zegt theoloog René Süss (67). “Luther heeft zijn hele leven op joden gescholden. In 1513, toen hij colleges gaf over de psalmen, schilderde hij ze al af als de vijanden van Christus en in 1526 schreef hij dat het het lot van de joden was om weg te smelten in de hel. Maar die feiten worden allemaal gebagatelliseerd in het excuuscircuit.” Süss schreef er een proefschrift over, Luthers theologisch testament, en promoveerde een jaar geleden aan de faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel. De promotor was zijn vriend, hoogleraar ethiek Jurjen Wiersma. De verdediging van de dissertatie werd een grimmige aangelegenheid. Süss’ opponenten leverden harde kritiek, zeiden dat zijn onderzoeksmethode niet deugde en vertrokken meteen na de ceremonie. Nog tijdens de receptie, zegt Süss, werd hem te verstaan gegeven dat hij van zijn proefschrift geen handelseditie mocht uitbrengen. Er werd zelfs gedreigd met juridische stappen. “Maar dat kan toch niet, dat een faculteit iemand tijdens een officiële bijeenkomst een academische graad verleent en vervolgens de publicatie van het proefschrift verbiedt?” vraagt Süss retorisch.

Het verbod werd later per brief bekrachtigd. De voorzitter van de docentenvergadering schreef hem dat ‘de vergadering heeft besloten u te doen weten dat zij geen toestemming zal verlenen voor het uitbrengen van een handelseditie’. Süss zat ermee en wilde zijn vriend Wiersma niet in verlegenheid brengen. Toen las hij in de krant over de Utrechtse hoogleraar Pieter van der Horst, die afgelopen zomer onder druk van het universiteitsbestuur zijn eigen oratie over islamitisch antisemitisme censureerde. “Ik dacht: Süss, dit overkomt jou niet. Ik zou willen dat theologie een wetenschap blijft, dat mensen mijn visie met steekhoudende argumenten bestrijden in plaats van te dreigen met juridische stappen.” Süss wil dat zoveel mogelijk mensen zijn proefschrift lezen en erover discussiëren. Daarom ging hij met zijn manuscript bij uitgevers langs. Overal ving hij bot. Bij de uitgeverij van de VU-boekhandel, de VU University Press, had hij beet.

In 1991 streek hij protestants Nederland ook al tegen de haren in met een publicatie, Een genadeloos bestaan, over het antisemitisme van een andere protestantse held, de theoloog Karl Barth. “Dat boek werd niet met vreugde ontvangen”, zegt hij met een ondeugend gevoel voor understatement. “Ik studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam, en daar gold Barth zowat als een heilige. Je mocht het er niet over hebben, het was taboe.” Süss’ kruistocht tegen het christelijke antisemitisme is volgens Süss zelf terug te voeren op het feit dat hij, als kind van een joodse vader en een oorspronkelijk Lutherse, tot het judaïsme bekeerde moeder, de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. “Als de strakke lijn van Himmler was doorgevoerd, was ik nu beslist dood geweest. Nu heb ik een overlevingsschuld.” Veel joden spreken hem aan: Waar bemoei je je toch mee, die christelijke theologie gaat ons toch niet aan. “Maar we hebben er wel nog steeds last van”, werpt Süss dan tegen. “Ik vind dat joden zich meer met deze materie moeten bezighouden.”

Luthers Endlösung

In 1517 n.C. wordt door Martin Luther voor het eerst het protestantisme geïntroduceerd en spijkert zijn 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg (Duitsland). Voor de eerste keer wordt antisemitisme ook schriftelijk verspreid. Enkele jaren later in 1543 raakt Luther behoorlijk gefrustreerd door de joden die zich maar niet tot het protestantisme willen bekeren en brengt zijn Traktät “Von den Juden und ihren Lügen” uit. In dit schrijven pleit hij voor het verbranden van synagogen en Joodse huizen, beslagname van hun boeken en verbod op Joods religieus o­nderwijs:

Was sollen wir Christen denn nun mit diesem verworfenen, verdammten Volk der Juden tun? Ich will euch meinen treuen Rat geben:

* 1. Verbrennt ihre Synagogen und Schulen, und was nicht brennen will, begrabt mit Erde, so daß kein Stein mit Trümmer übrigbleibt.
* 2. Brecht ihre Häuser auf und zerstört sie.
* 3. Nehmt alle ihre Gebetsbücher und Talmude fort, in denen nichts als Gottlosigkeit, Lügen, Flüche und Schwüre sind.
* 4. Verbietet ihren Rabbis, unter Androhung der Todesstrafe und von Verstümmelung, zu unterrichten.
* 5. Verbietet ihnen das Reisen. Denn sie sind weder Herren noch Amtsleute, noch Handelsleute – sie sollen zu Hause bleiben.
* 6. Verbietet allen Wucher, denn wir sind nicht ihre Untertanen, sondern sie die unsrigen.
* 7. In die Hände aller jungen Juden und Jüdinnen gehören Dreschflegel, Äxte, Spaten, Spinnrocken und Spinnräder. Laßt sie damit ihren Lebensunterhalt im Schweiße ihres Angesichts verdienen, wie es alle Kinder Abrahams tun sollen.

Denn Gottes Zorn ist groß über sie, daß sie durch sanfte Barmherzigkeit nur ärger und ärger, durch Schärfe aber besser werden. Darum immer weg mit ihnen!

In zijn proefschrift Luthers theologisch testament – Over de joden en hun leugens betoogt theoloog René Süss dat Luther zijn hele leven een virulente antisemiet is geweest. Hij promoveerde in het hol van de leeuw, de Brusselse faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid. Wat de Brusselse gemoederen waarschijnlijk het meest heeft verhit, is de rechtstreekse lijn die Süss trekt van Luther naar Adolf Hitler en de holocaust: ‘De reformator en de dictator reiken elkaar over de eeuwen heen de hand in hun mateloze, radicale en obsessieve jodenhaat.’

“Het is moeilijk te bewijzen dat de nazi’s zijn beïnvloed door Luthers antisemitisme en daardoor tot hun daden zijn gekomen”, aldus Süss. “Maar er zijn sterke aanwijzingen. Op 8 september 1940 ging bijvoorbeeld de nazifilm Jud Süss in première, een antisemitische film waarin Luther werd geciteerd: ‘Daarom weet, beste christen, dat je naast de duivel geen giftiger vijand dan een rechtgeaarde jood hebt’, zegt een personage, waarna hij de door Luther in zijn traktaat aanbevolen Endlösung van de Judenfrage oplepelt: synagogen en scholen in brand, boeken afnemen, woeker verbieden, enzovoort. Süss: “Daags na voorstellingen van de film voor nazi-voetvolk werd er in kampen en getto’s flink op losgeslagen.” Luther behoort tot de canon van de Duitse culturele identiteit. Hitler haalde hem regelmatig aan, samen met twee andere iconen van de Duitse Zaak: Frederik de Grote en Wagner: ‘Hun leven en werk volgen wij in dankbare bewondering’, schrijft hij in Mein Kampf.

“Luther was geen racist, zoals de nazi’s”, stelt theoloog René Süss vast. “Hij was een theologische en sociaal-economische antisemiet. Hij geloofde dat de joden door God waren verworpen. Dat heeft hij uit het oudtestamentische bijbelboek Hosea: Het begin van het woord des Heeren door Hosea. De Here dan zeide tot Hosea: Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den Here. En uit het Evangelie van Johannes: Ik weet, dat gij Abrahams zaad zijt; maar gij zoekt Mij te doden; want Mijn woord heeft in u geen plaats. (…) Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen. Süss is al jaren bezig met het diepgewortelde antisemitisme in de christelijke theologie. “Het zit overal waar de klassieke christelijke leer in haar kernelementen is verwoord: de Heidelbergse catechismus, de geloofsbelijdenissen, de leer van de drie-eenheid, de verzoeningsleer, de verlegenheid met het jood-zijn van Jezus Christus. De apostel Paulus was al nadrukkelijk niet meer geïnteresseerd in de joodse Jezus ‘van het vlees’, hij heeft er een eigennaam van gemaakt: Jezus Christus.”

Terwijl Luther geloofde dat God zich van de joden had afgewend, stelde Hitler dat ze genetisch niet deugden. “Twee vaststellingen die geen enkele uitweg bieden”, zegt Süss. “Bovendien geloofde óók Luther dat het vermoorden van joden geoorloofd was.” Süss begrijpt dus niet waar mensen zo moeilijk over doen. Een dergelijke Luther-kritiek kan in Duitsland blijkbaar wel. Süss legt een exemplaar van Martin Luther und die Juden (2002) van de Duitse theoloog Peter von der Osten-Sacken op tafel. Ook Von der Osten-Sacken constateert dat Luther gedurende zijn hele werkzame leven als theoloog een anti-joodse houding had. Süss is wel explicieter in zijn verwijzingen naar het Nieuwe Testament en het Derde Rijk.

Recensie door Peter Breedveld; Bron; Liberales.be

Eerder gepubliceerd in het VU-weekblad Ad Valvas

René Süss, Luthers theologisch testament – Over de joden en hun leugens, VU University Press, Amsterdam, 2006, 512 pagina’s, 29,95 euro.

Censuur op het internet: vooral een zaak van moslimfundi’s in het M-O

internet_censorship

In 2006 publiceerde Reporters zonder Grenzen een zogeheten ‘zwarte lijst’ van vijftien landen die worden beschouwd als absolute vijanden van het internet. De lijst kreeg een update in 2008. Opvallend veel moslimlanden in het Midden-Oosten zijn weinig populair bij internetgebruikers wegens de censuur en de zware straffen die worden opgelegd aan overtreders. Lees op deze blog: Iran: vier Bloggers veroordeeld tot gevangenisstraf, geldboetes en zweepslagen.

Censuur op het internet: vooral een zaak van moslimfundi’s

Op het kaartje hieronder van het Midden-Oosten worden de moslimlanden waar internetten en bloggen een levensgevaarlijke bezigheid kan zijn, aangevoerd door (zwart gearceerd): Egypte, Ethiopië, Iran, Saoedi-Arabië, Syrië, Tunesië, Turkmenistan en Oezbekistan. Zij worden onmiddellijk gevolgd door een tweede reeks moslimlanden (donker oranje gearceerd) waar internet eveneens zwaar gecensureerd en overtredingen zwaar bestraft worden: Libië, Jemen, Jordanië, Verenigde Arabische Emiraten, Eritrea, Bahrein, Tadjikistan en het verderaf gelegen moslimland Maleisië.

De andere landen die op de zwarte lijst staan zijn: Wit-Rusland, Noord-Korea, Zimbabwe, Myamnmar, Cuba, Vietnam en China en die op de 2de lijst van de censuurlanden staan zijn: Thaïland en de Maldiven eilanden. Zie hier het Rapport 2008 van Reporters without Borders. België staat daarin op de 7de [beste plaats] en Nederland op een gedeelde 16de [beste] plaats qua internetvriendelijkheid.

Israël:

Wat onmiddellijk opvalt op onderstaande afbeelding, is het kleine blauw gekleurde vlekje in het midden van deze map waar geen internetcensuur bestaat, dat is Israël. Niettegenstaande de ultra-orthodoxe religieuze Shas-partij al verschillende pogingen heeft gedaan om een wet op internetcensuur er door te krijgen. Het gaat hier dan vooral om een verbod tot toegang van websites met een ‘adult content’ (porno, geweld enz.). Vermits Israël een democratie is en wetten gestemd worden bij meerderheid van stemmen, is de Shaspartij nog steeds niet geslaagd in haar opzet, alhoewel verschillende van haar voorstellen ‘in ontwerp’ tot driemaal toe werden goedgekeurd. Zie: Internet Censorship In Israel en The Struggle against Internet censorship in Israël

censor2

Antwerpse kunstenaar André Goezu, een Vlaming in de Wereld

goezu1

André Goezu: “Ieder van ons heeft zijn eigen levensweg, zijn eigen bestemming. Wij hinkelen steeds tussen hemel en aarde, tussen vreugde en verdriet. Ik ben er van overtuigd dat de volwassene zich vroeg manifesteert in het kind. Zover mijn geheugen mij terugvoert – ik was toen drie of vier jaar oud – zie ik mij zitten in het midden van een dennenwoud, met in mijn hand een potlood waarmee ik op papier het silhouet trachtte te tekenen van de indrukwekkende natuur rondom mij.”

André Goezu

André Goezu

In het kader van het Joods Cultuur Festival 2009 kan u van 30 april tot en met 14 juni een overzicht van het veelzijdige werk bezichtigen van de Antwerpenaar André Goezu. Goezu is graficus, etser, schilder en tekenaar. Zijn werk ademt een persoonlijke atmosfeer uit. Vertrouwelijk en idyllisch, vaak melancholisch en ontroerend. De herinneringen aan de oorlog bepalen mee het kleuren-en gevoelenspalet van zijn werk. Plaats van de tentoonstelling: in het Nokerklooster te Mechelen, naast de beruchte Dossinkazerne (thans Joods Museum van Deportatie en Verzet),  van waar uit tussen 1942 en 1944 24.916 joden en 351 zigeuners weggevoerd richting Auschwitz. Twee derde van hen wordt onmiddellijk na aankomst vergast. Ook de familie van André Goezu wordt vervolgd…

“De brutale werkelijkheid in Antwerpen gedurende de jaren ’40-’44 heeft mijn familie gedwongen een veilig schuiloord te zoeken. In de warme gevangenis van Wuustwezel, ten noorden van mijn geboortestad en temidden van bomen, hadden wij, om de huilende wolven van de oorlog te ontvluchten, een geruststellende schuilplaats gevonden. Zo heb ik zeer onbewust, na die vreselijke jaren waarin mijn familie vernietigd werd en mijn vader gedeporteerd naar Auschwitz, een wereld van symbolen opgebouwd, een wereld waarin “de boom”” de rol zou vervullen van genealogische hersteller, waarin bladeren en takken beschermende armen zouden worden. Ik moest beslist met pen en potlood spreken over die oorlogsjaren van onrust, gevaar en angst. Is het om die reden dat ik in de wereld van de kunst terecht ben gekomen?”

goezu2

André Goezu werd in 1939 in een joods gezin te Antwerpen geboren. Van 1956 tot 1963 studeerde hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Nationaal Hoger Instituut Antwerpen. Hij was 28 als hij zijn studies aan de academie in Antwerpen als laureaat beëindigde. Kort daarna werd hem een beurs aangeboden om zich in Parijs te vervolmaken. Als eerste Vlaming die kon genieten van een toen nog Belgische beurs, streek hij in het jaar van de revolte (1968) neer in de lichtstad. “Ik verbleef er een volledig jaar in het Cité Internationale des Arts en nam mijn intrek in het studioatelier Koningin Elisabeth van België. Deze Cité is een gebouw gelegen in het hartje van Parijs. Enkele kunstenaars uit verschillende horizonten kunnen hier een ‘artistiek onderdak’ vinden.

Intussen is het trouwens dankzij bemiddeling van André dat de Vlaamse Gemeenschap een tweede atelier heeft aangekocht, gelegen in diezelfde buurt. Dit Atelier James Ensor werd de eerste volledige 40m2 Vlaamse Culturele nederzetting, lange tijd vooraleer het huidige Vlaams Huis in Parijs werd ingericht. Lees verder op Vlamingen in de Wereld: André Goezu

Website van André Goezu: klik hier

Wanneer: 30-04-2009 – 14-06-2009
25 Nissan, 5769 – 11 Sivan, 5769
Waar: Nokerkapel, Mechelen
Nokerstraat 6, 2800 Mechelen
Tickets en info: klik hier

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 224 other followers