Maandelijks archief: maart 2009
Meerderheid van gedode Palestijnen in Gaza waren terroristen
Volgens gegevens die werden verzameld door het Onderzoeksbureau van de Israëlische Inlichtingendienst van Defensie, zijn op dit ogenblik 1.166 namen bekend van Palestijnen die gedood werden tijdens het drie weken durende Gaza offensief Operation Cast Lead. 709 ofte 61% onder hen werden geïdentificeerd als terroristen van Hamas, onder hen ook verscheidene leden van andere terroristische organisaties. Volgens diezelfde gegevens werden 295 burgers gedood, waarvan 89 jonger dan 16 jaar en 49 vrouwen. Jongens van 14 of 15 jaar en/of vrouwen met een raketlauncher in hun handen, werden bij ‘burgers’ geteld. Bron: Dover. Volgens Hamasbronnen werden er ‘slechts’ 48 van hun militanten gedood. Wie gelooft die mannen nog? Lees ook op deze blog: VN blijft Israël bestoken van misdaden tegen de menselijkheid

wapens in moskee
‘Mijn laatste job? Ik was wetenschappelijk adviseur van President Bush’ [satire]

Op het arbeidsbureau: "Mijn laatste job? Ik was wetenschappelijk adviseur van President Bush"
Video: President Bush spreekt over God, de Bijbel, Geloof, Evolutie en Schepping
De film van de moord op Mohammed al-Dura was een vervalsing
Wim Kortenoeven: “Journalistiek is big business. Conflicten verkopen, vrede is geen nieuws en de beoogde journalistieke objectiviteit wordt voortdurend door allerlei zakelijke en operationele belangen in gevaar gebracht. Zo is er de verleiding om in gevaarlijke gebieden gebruik te maken van de diensten van de plaatselijke autoriteiten (en dat kunnen ook terreurorganisaties zijn) en/of daarmee geassocieerde `journalisten’. Een in 2002, door de Dick Scherpenzeel Stichting uitgevoerd onderzoek wees uit dat de meeste `internationale’ fotografen in de Palestijns-Arabische gebieden Palestijnse Arabieren zijn, en dat dat feit- hoe evident- navenante invloed heeft op de beeldvorming in de media en in het vervolg daarvan de grote invloed op de publieke opinie over het Palestijnse aspect van het Arabisch-Israëlisch conflict.”

Tunesische postzegel met al-Dura
De zaak van de ‘martelaarsdood’ van de 12-jarige Mohammed al-Dura
“Dat deed bijvoorbeeld de Franse tv, toen die gebruik maakte van de Palestijns-Arabische cameraman Zalal abu-Rahma, die op 30 september 2000, vlak na het ontbranden van de zogenaamde `tweede intifada’, het sterven van de twaalf-jaar oude Arabische Mohammed al-Dura filmde (afbeelding hieronder).
Israëlische soldaten kregen de schuld van Al-Dura’s dood, maar later onderzoek heeft uitgewezen dat de jongen vanuit een positie achter de cameraman door een Arabische schutter werd doodgeschoten en dat zowel de moord als de tv-opname daarvan met voorbedachte rade moeten zijn uitgevoerd, om Israël te kunnen demoniseren. Bekijk hier de video: The Al-Dura Verdict. De Al Dura vervalsing: 21 mei 2008 Sensationele Overwinning in Parijs; Het Vonnis: Philippe Karsenty is ‘niet schuldig!’; France-2 ’s Al-Dura film “in scene gezet”
Dat lukte uitstekend. Mohammed al-Dura werd een van de belangrijkste Palestijns-Arabische `iconen’ van de zogenaamde `Al-Aksa intifada’, een `martelaar’ die het onweerlegbare bewijs leverde voor de oude antisemitische beschuldiging dat Joden gewetenloze kindermoordenaars zijn.”
“Don’t shoot”, Jamal shouts to Israeli troops
(“Niet schieten,” roept Jamal [vader van al-Dura] naar de Israëlische [??] soldaten)

“De zogenaamde ‘martelaarsdood‘ van Mohammed al-Dura werd op de meest uiteenlopende manieren gebruikt voor anti-Israëlische propaganda en demonisering, met name van Ariel Sharon. In deze cartoon (afbeelding hieronder), die in het voorjaar van 2004 op het internet circuleerde, wordt Sharon als Al-Dura’s moordenaar afgebeeld. In september 2000 droeg hij echter (nog) geen enkele regeringsverantwoordelijkheid. Het beeld van de dode Mohammed en zijn gewonde vader werd op honderdduizenden T-shirts en vlaggen afgedrukt en het kreeg een plaats op talloze internetsites, waaronder die van de Arabische Liga.

Als instrument voor de beeldvorming van Israël in de in september 2000 door Arafat begonnen geweldsgolf, is Al-Dura van enorm belang geweest, maar ook als voorbeeld voor de Palestijns Arabische jeugd. In een groot aantal malen door de televisie van de Palestijnse Autoriteit uitgezonden propagandafilmpje roept Mohammed al-Dura zijn leeftijdsgenoten vanuit het paradijs op hem na te volgen en de martelaarsdood te kiezen.”
Tekstbron: Wim Kortenoeven in De Kern van de Zaak
Video: Al Dura – What Really Happened?
Video: Muhamad Al-Dura was not killed
Poseren voor de camera’s: de Palestijnse stenengooier
Hoe de internationale media de berichtgeving
over het Arabisch-Israëlisch conflict manipuleert
Afbeelding hieronder:
Ontluisterende werkelijkheid. Tientallen internationale journalisten fotograferen een Palestijns-Arabische stenengooier bij straatrellen in Jeruzalem (juni 1992). Het tafereel is overduidelijk ten behoeve van de pers in scène gezet en verschillende journalisten dragen zelfs helmen om hun hoofd te beschermen, voor het geval onze ‘David’ toch nog ‘Goliath’ zou treffen [..] Het is niet bekend door wie en hoeveel de ‘acteur’ werd uitbetaald.
Palestijns-Arabische stenengooier in Jeruzalem
Bidden kan de gezondheid schaden en zelfs mensen doden
“Allah en Mohammed zijn profeet, help ons…”

gelijkaardig toestel van Tuninter
Kapitein Chafik Gharby, de Tunesische gezagvoerder van een chartervlucht die op 6 augustus 2005 voor de kust van Sicilië in zee stortte, heeft in Italië 10 jaar gevangenisstraf gekregen. De man begon te bidden toen hij de controle over het vliegtuig kwijtraakte, in plaats van een noodprocedure in gang te zetten. Hierbij kwamen zestien mensen om het leven. De 23 overlevenden moesten zwemmen voor hun leven, sommige konden zich vasthouden aan een stuk van de romp dat was blijven bleef drijven nadat het vliegtuig op het water in stukken was gebroken.
Gharby werd aanvankelijk bejubeld als een held voor het redden van de meeste passagiers. Maar na een onderzoek, werden hij, zijn co-piloot, en enkele kaderleden en technici van de vliegmaatschappij Tuninter beschuldigd van een reeks misdrijven waaronder doodslag. Het verongelukte toestel was van het type ATR 72 en behoorde aan de Tunesische chartermaatschappij Tuninter. Het was met vakantiegangers aan boord onderweg van de Zuid-Italiaanse stad Bari naar het eilandje Djerba voor de Tunesische kust.
Uit later doorgevoerd onderzoek is gebleken dat een keten van gebeurtenissen hebben geleid tot de crash. Het begon toen een verkeerd onderdeel werd geïnstalleerd in het ‘onzalige‘ vliegtuig, een Frans-Italiaanse ATR 72. Een onderhoudsmecanicien had per ongeluk een verkeerde benzinemeter gemonteerd, bestemd voor de kleinere ATR 42. Nadat het vliegtuig was opgestegen in Bari, aan de kust van het Tunesische eiland Djerba, raakte het boven Sicilië in de problemen. De motor begon te sputteren en viel even later stil. Ook al toonde de benzinemeter in de cockpit dat het vliegtuig genoeg brandstof had om de vlucht te maken, bleek later dat het toestel de landingsbaan in Palermo niet haalde door ‘brandstofgebrek’.

Volgens de huidige stand van zaken in de wetenschap is bidden voor het slapengaan, bij voorkeur samen met je beste vriend, relatief ongevaarlijk
Kapitein Chafik Gharby en zijn co-piloot Ali Kebaier hadden wellicht meer levens kunnen redden als zij gedaan hadden wat nog mogelijk was, door in plaats van een crash midden op zee bijvoorbeeld in glijvlucht naar Palermo te zweven. Beiden piloten raakten echter in paniek en begonnen te bidden. Op geluidsopnamen van de recorder uit de later opgeviste zwarte doos van het vliegtuig bleek dat in de cockpit hun stemmen te horen waren die om hulp baden: “Allah en Mohammed zijn profeet.“
Commentaar van Afshin Ellian:
“In plaats van bidden had de piloot de noodprocedure in werking moeten stellen. Doordat hij bezig was met het aanroepen van de goddelijke kracht, verloor hij de kostbare tijd. God heeft niet geholpen. Hij kon ook niet helpen. Hoe vaak hebben de onnozelaars met een beroep op God de mensheid in gevaar gebracht? Helaas, heel vaak. God heeft die piloot al eens geholpen. Hoe? Door hem van rede te voorzien, heeft God alle piloten en andere mensen bewapend met een machtig middel. De arme dieren zijn redeloos en dus ook hulpeloos. Hij had niet moeten bidden. De Tunesische piloot had zijn rede met alle kracht en zelfbeheersing moeten aanwenden. En als hij het had gered, mocht hij best het Opperwezen diep uit zijn hart bedanken voor de rede en rationaliteit. Het is te hopen dat de meeste piloten tot de ongelovigen behoren. Want een rationele en verantwoorde ongelovige behoort tot de mooiste schepsels die de echte god in zijn wijsheid heeft geschapen. De ware god en logos zijn één en hetzelfde.”
Bronnen: Elsevier.nl van Afshin Ellian; The New York Times en The Guardian van 25 maart 2009
Mike’s Place in Tel Aviv
In juli 2001 openden Gal en Assaf Ganzman, kort aan de kust en vlakbij de Amerikaanse ambassade gelegen, hun ‘bruine kroeg’ genaamd ‘Mike’s Place’. Dé ontmoetingsplaats voor jonge en oudere Israëli’s, toeristen van over de ganse wereld, drinkend uit grote bierglazen van de vele verschillende tapkranen tot en met een goeie oude Schotse whiskey in hun handen of waarom ook niet een frisse Belgische pint Stella Artois van’t vat?, alles schenken ze daar, swinging en rocking op één van de liveoptredens van blues/rock en reggea bands. Als je geluk hebt kan je SOBO zien en horen spelen, een blues/rock duo (Assaf Ganzman en Daniel Kriman) die de pannen van het dak spelen. Als je ooit op bezoek gaat in Tel Aviv en je bent niet in Mike’s Place geweest, heb je een belangrijk deel van de Witte Stad (=Tel Aviv) gemist. Website van Mike’s Place hier klikken. Met dank aan Frits De Wit’s Tel Aviv Fever.

Mike's Place
De collaboratiejaren van Hergé, schepper van Kuifje (Tintin)

Miljoenen mensen over de gehele wereld kennen de legendarische avonturen van Kuifje (Tintin voor de Franstaligen). Zeer velen zullen bij het horen van de naam denken aan Hergé. Wie evenwel kent de geestelijke vader van Kuifje, de Brusselaar Georges Remi, die vanaf zijn tweeëntwintigste tot aan zijn dood in 1983 werkte aan de immer populaire verslaggever Kuifje en zijn eveneens tot de verbeelding sprekende entourage: Jansen en Janssen, Bianca Castafiore, professor Zonnebloem, kapitein Haddock, etc.
Hergé is de auteur van de Kuifje-boeken. Zijn echte naam is Georges Remi. Als je de initialen achterstevoren leest (RG) en dit op zijn Frans uitspreekt krijg je de naam Hergé. Georges Remi werd geboren op 22 mei 1907 in Brussel. In 1929 publiceerde Hergé zijn eerste Kuifje-album: Tintin au Pays des Soviets (Kuifje in het Land van de Sovjets) er zullen er nog 23 volgen. Het laatste album Tintin et Les Picaros (Kuifje en de Picaros) verscheen in 1976. Hergé werkte lang aan Tintin et l’Art Alpha (Kuifje en de Alfakunst) maar dat heeft hij nooit kunnen afmaken. Hij leed al jaren aan leukemie en stierf op donderdag 3 maart 1983. Kuifje en de Alfakunst verscheen postuum in 1986.

Steven Spielberg
Dreamworks, de filmstudio van Steven Spielberg, filmmaker van ondermeer Schindlers List, die al sinds 1983 onderhandelingen voerde (toen nog rechtstreeks met Hergé) om de rechten te verwerven op de Kuifjereeks, besloot in 2007 om er een filmreeks van te maken onder de titel ‘Tintin’. De eerste film van de Kuifje-trilogie zal door Peter Jackson gemaakt worden en niet door Steven Spielberg, zoals aanvankelijk werd aangekondigd wist Marcel Wilmet, de woordvoerder van de studios Hergé, op 21 augustus 2008 te melden aan La Dernière Heure. Nick Rodwell, topman van Studio’s Hergé en getrouwd met de weduwe van de tekenaar van Kuifje, Fanny Vlamynck, eertijds inkleurster bij de studio’s sinds 1952, onthulde dat de filmmaatschappij met de pre-productie bezig is. “Als deel één aanslaat, gaan we verder“, zei hij.
Intussen meldde De Standaard op 26 maart 2009 dat Spielberg de opnames van de Kuifje-film heeft afgerond. De opnames voor de film “Kuifje en het geheim van de Eenhoorn” (“The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn”) zijn afgerond. De opnames namen 32 dagen in beslag en hadden plaats in de omgeving van Los Angeles. Jamie Bell vertolkt in de 3D-productie van Steven Spielberg de rol van Kuifje. Andy Serkis speelt kapitein Haddock en Daniel Craig neemt de rol van de schurk Red Rackham voor zijn rekening. De Britse acteurs Nick Frost en Simon Pegg kruipen in de huid van Jansen en Janssen. De film zou in 2011 in de bioscoop te zien zijn. Daniel Craig speelde onlangs in Defiance, de rol van de Joodse partizanenleider Toevia Bielski.
Benieuwd in hoeverre Steven Spielberg bekend is met de donkere jaren van Hergé tijdens de Tweede Wereldoorlog en als hij dat al zou zijn, of hij dan ook nog zo happig zou zijn geweest om Kuifje te verfilmen…
Pierre Assouline over de collaboratiejaren van Hergé

In de monumentale ‘Hergé‘ biografie schetst Pierre Assouline een beeld van de man die met drieëntwintig stripalbums de wellicht meest typische kunstvorm van de twintigste eeuw grondvestte en een mondiale uitstraling gaf. Pierre Assouline is directeur van het gezaghebbende Franse literaire tijdschrift LIRE en medewerker aan RTL. Hij heeft reeds een twaalftal boeken op zijn naam staan, waaronder een belangwekkende biografie van Gaston Gallimard en van Georges Simenon (die eveneens in het Nederlands werd vertaald).
De onthullingen over Georges Simenon (1903-1989), schepper van Inspecteur Maigret, deden eveneens veel stof opwaaien. Georges Simenon was op achttienjarige leeftijd verslaggever bij de ‘Gazette de Liège‘. Tussen 19 juni en 13 oktober 1921 schreef Simenon een reeks van zeventien artikelen over het ‘Het Joodse gevaar‘. De stukken waren voor een groot deel gebaseerd op de beruchte Protocollen van de Wijzen van Zion (Le Péril Juif), een antisemitisch propagandaschrift van de Russische (tsaristische) geheime dienst dat een zogenaamd Joods complot om de wereld te veroveren onthulde.

Kuifje in Kongo
Hergé zit voor de oorlog helemaal ingebed in het francofone, ultra-katholieke en anti-communistische establishment. Spreekbuis daarvan is de krant Le Vingtième Siècle waarin hij sinds 1929 zijn Tintin publiceert. Abt Norbert Wallez, zijn hoofdredacteur, een vertrouweling van kardinaal Mercier, fluistert de jonge Hergé precies in wat hij wil. ‘Kuifje in de Sovjetunie‘ en het daaropvolgende ‘Kuifje in Congo‘ (afb. links)zijn niet ingegeven door de muze, maar rechttoe-rechtaan opdrachten. Bevelen. Dat was bekend.
Nieuw is dat Wallez, een onverholen bewonderaar van Mussolini, niet alleen inspirator is van Kuifje, maar ook van het huwelijk van Hergé met zijn eerste vrouw, Germaine Kieckens, Wallez’ secretaresse. Wallez arrangeert een en ander en zegent het huwelijk persoonlijk in. Assouline daarover: “Niet dat het een liefdeloos huwelijk was. Alleen was, volgens Germaine, Hergé maar een broekje vergeleken met abt Wallez. Dat was pas een man, vond ze. En had het gekund, was ze met hem getrouwd. Voor de oorlog zou Germaine Hergé blijven stimuleren om verder te werken aan Kuifje. En waakte ze erover dat hij, vergeleken met zijn collega’s al goed betaald, zich niet vertilde aan de lonkende en beter betalende publiciteit. “La publicité, c’est vulgaire,” zei ze.

Hergé dossier over zijn collaboratiejaren...
Hergé wordt in 1939 gemobiliseerd en als instructeur in een Vlaams-talige infanterie-compagnie naar Turnhout, in het noorden van België, gestuurd. Hergé blijft echter elke week twee platen van zijn nieuwe verhaal, “Kuifje en het zwarte goud” opsturen. Zij blijven in “le Petit Vingtieme” verschijnen tot 9 mei 1940, de dag dat de publicatie van het verhaal wordt onderbroken door het binnendringen van Duitse troepen, waardoor er tevens een eind komt aan het bestaan van ‘le Vingtième Siècle’.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de werkomstandigheden van de tekenaar volslagen gewijzigd. Op 28 mei 1940 heeft België zich overgegeven aan nazi-Duitsland en koning Leopold III heeft iedereen opgeroepen het werk te hervatten. Na het aanbod van een van de assistenten van Léon Degrelle om de officiële tekenaar van de rexistische beweging te worden, resoluut te hebben afgeslagen, zal Hergé Kuifje uiteindelijk voortzetten bij het “gestolen” dagblad ‘Le Soir’. Door papierschaarste verkleint de Kuifje bijlage drastisch. Door de noodzaak om het verhaal hierdoor anders te moeten indelen, verandert de verhaaltechniek van Hergé aanzienlijk. Aangezien het blad onder de Duitse censuur viel moest Hergé hete onderwerpen vermijden. ‘De zwarte rotsen’ en ‘Kuifje in Amerika’ kregen een verschijningsverbod opgelegd omdat er Engelsen en Amerikanen in voorkwamen.
De relatie met Wallez zal vertroebelen vanaf het ogenblik dat Hergé zijn albums bij Casterman laat uitgeven. Dan al zal Hergé, en het zal zeker niet voor het laatst zijn, als een handige Harry zijn Kuifje afschermen wanneer hij constateert dat Wallez vindt dat hij ook morele rechten heeft. Harde werker Hergé is niet snel tevreden, vit over het minste detail met zijn uitgever en waakt als een kloekhen over het welzijn van zijn Tintin. Als tijdens de oorlog blijkt dat uitgever Casterman niet genoeg papier heeft, aarzelt Hergé geen seconde om aan te kloppen bij de heren van de Propaganda Abteilung.

Hergé en Raymond Leblanc
Hergé-akolieten hebben het ook nogal eens over het anti-fascistische album ‘De Scepter van Ottokar‘ waarin Kuifje het opneemt tegen de Bordurische dictator Müsstler, een samentrekking van Mussolini en Hitler. “Ach”, vertelt Assouline, “Hergé greep gewoon de politieke actualiteit van de Anschluss aan om te kunnen scoren. Politiek is hij onbeslagen, naïef. Een Leopoldist van het zuiverste water.” Politiek slibt Hergé als vanzelf mee met de wenkende collaboratie. In 1939 publiceert hij in L’Ouest, een blad dat relaties heeft met de Duitse ambassade, en dus een heel vroege antenne van het Duitse mediabeleid in België. In die middens leert hij Raymond De Becker kennen, de latere oorlogshoofdredacteur van Le Soir waardoor hij in oktober 1940 bij die Brusselse avondkrant aan de slag kan. “Een treinmachinist bleef ook verder werken, waarom zou ik dan niet publiceren?“, zou hij, veel later, brutaalweg opmerken.
Hergé wordt intussen koning van het beeldverhaal geworden, legt in die jaren, heel bewust, de basis van zijn later imperium. Het door de Duitsers gecontroleerde Le Soir verhoogt zijn oplage tot 300.00 exemplaren, ondermeer dankzij de populariteit van de dagelijkse Tintin-strip. En hij publiceert, voor het eerst, in Vlaanderen: in Het Laatste Nieuws en Het Algemeen Nieuws duikt ene ‘Kuifje’ op. Als zijn uitgever Casterman hem in 1943, gezien de kerende oorlogskansen, waarschuwt voor zijn onvoorzichtig expansionisme, antwoordt hij cynisch en haast suïcidaal: “Ze kunnen me maar één keer ophangen: een tweede en een derde keer doet dat minder pijn.“
Afbeelding links: Hergé en Raymond Leblanc in 1946
De val is diep na de bevrijding. Hergé ontsnapt niet aan de gevangenis (een nacht die hij nooit zal vergeten), maar wonderlijk genoeg wel aan een proces. Hergé is een incivique, mag niet publiceren tenzij hij een attest van burgerzin kan voorleggen. Voor dat mirakel zorgt weerstander Raymond Leblanc. Die wil een jeugdblad met Hergé beginnen en via politiek spel achter de schermen raakt de omstreden tekenaar aan het gegeerde document.
Toch zijn de wonden diep. Hergé zit in een diepe depressie. Assouline onthult dat Hergé, gedegouteerd van het naoorlogse België, wil emigreren. Zowaar naar Argentinië, toen toch de thuishaven voor vele nazi’s. In die jaren is hij ook de samaritaan voor de collaborateurs. Hij helpt vrienden, hij helpt vrienden van vrienden, hij helpt iedereen met een besmet oorlogsblazoen. Met zijn latere medewerker Jacques Martin, een ooggetuige van de kampen, heeft hij eens een discussie over de holocaust: “Heb je wel goed gekeken? Ben je zeker dat het Joden waren? Waren het geen veroordeelden van gemeen recht?”
Hergé volhardt in zijn Ich habe es nicht gewusst-attitude. Assouline daarover: “Tot de oorlog kan je stellen dat hij een opportunist was. Na de oorlog niet meer: dan was hij ongelooflijk trouw aan zijn oude kameraden. In zekere zin getuigt hij dan van echte moed.” Bron: Gazet van Antwerpen
Hieronder, karikaturale strip geïnspireerd op het oorlogsverleden van Hergé.

Ontdek de mensenrechten in de moslimstaten van het M-O met Wafa Sultan [video]
«Ik heb besloten om de islam te bekampen. Opgelet, u hoort het goed: dè islam bekampen. Niet de politieke Islam, niet de militante islam, niet de radicale islam, niet het wahabisme, maar de islam in zijn geheel.
Ik geloof oprecht dat het Westen al deze termen heeft uitgevonden om te voldoen aan de politieke correctheid. In Syrië waar ik ben geboren en getogen, spreekt men enkel van ‘dè islam’. De islam werd altijd verkeerd begrepen, het probleem is de islam zèlf.»
Aan het woord is Wafa Sultan (Banias, Syrië, ca. 1959), een Amerikaanse psychiater van Syrische afkomst die in Los Angeles leeft en de relatie tussen de religies becommentarieert. Ze gaat hierbij uit van haar vaststelling dat, in tegenstelling tot andere religies zoals het Christendom, het Jodendom, het Hindoeïsme of het Boeddhisme, de voornaamste bron van religieus geweld voortspruit uit de Islam. Wafa Sultan en haar man David Sultan emigreerden in 1989 naar de Verenigde Staten en zijn beiden genaturaliseerde Amerikaanse staatsburgers.
Sinds een uitzending op 21 februari 2006 voor de tv-zender Al Jazeera, heeft Wafa Sultan zich opvallend in het wereldnieuws gewerkt. Zij heeft een serie opmerkingen gemaakt over de islam die er niet om liegen. In het interview dat al meer dan een miljoen keer is bekeken op internet fulmineert zij tegen ‘het barbaarse en primitieve karakter van de huidige moslimsamenleving’. Klik voor het zien van de uitzending: the Middle East Media Research Institute

"Islam is een vredelievende religie. Gezien? Niemand die me tegenspreekt!"
Over de huidige kloof tussen het Westen en de Arabische wereld zegt ze: “De botsing die we waarnemen in de wereld is niet een ‘clash of civilisations’; het is een botsing tussen tegengestelden, tussen twee tijdperken. Een botsing tussen een mentaliteit die in de Middeleeuwen thuishoort en een andere mentaliteit, die thuishoort in de 21e eeuw.” Daarnaast zegt zij dat de moslims wel eens een voorbeeld mogen nemen aan het Joodse volk. Wafa Sultan zegt te streven naar verandering van mentaliteit van haar volk en hoopt daarmee een nieuwe werkelijkheid binnen de Islamitische wereld tot stand te brengen.
Wafa Sultan is in Syrië geboren en het grote keerpunt in haar leven -met betrekking tot haar Islamitische geloofsovertuiging -kwam in 1979, toen zij een medische opleiding volgde aan de Universiteit van Aleppo in Syrië. Een groep genaamd “The Brotherhood of Islam” beging in die tijd in naam van Allah, bloedige aanslagen op onschuldige Syrische burgers, in een poging de regering van dictator Hafaz al-Assad ten val te brengen. Wafa Sultan was persoonlijk getuige van de brute en laffe moord op de professor van de Universiteit waaraan zij haar onderwijs genoot. Deze professor was een volkomen onschuldig slachtoffer. Bewapende terroristen drongen de klas binnen en doorzeefden de professor met honderden kogels onder het schreeuwen van “Allah is groot”.
Wafa Sultan vertelde dat zij vanaf dat moment was getraumatiseerd voor het leven. Zij verloor al haar geloof in haar god en begon de lering ervan in twijfel te trekken. Zij en haar man besloten Syrië te verlaten en zich in de Verenigde Staten te vestigen. In de jaren die volgden brandde de woede in haar. “Wat bezielt bijvoorbeeld een jonge moslim, die nog een heel leven voor zich heeft, zichzelf op te blazen?“ vroeg zij zich af. Volgens haar worden de moslims de afgelopen 14 eeuwen gegijzeld door het geloof dat aan hen wordt onderwezen. Zij vervolgt: “Mijn volk bevind zich in totale duisternis, hulpeloos verloren. De karavaan der mensheid is hen voorbij getrokken en men is deze uit het oog verloren.” Lees verder: Interview Dr. Wafa Sultan Al Jazeera. Lees ook de visie van Wafa Sultan op het conflict in Gaza: Gaza, ou l’hypocrisie inégalée





















