Dagelijks archief: 22 februari 2009
Int. Atoomagentschap slaat alarm: Iran is klaar om atoomwapens te produceren

Staats antisemitisme in Iran
Washington (VS), 20 februari 2009. Iran heeft opnieuw de Intelligentiedienst van de Verenigde Staten voor schut gezet: nieuwe onthullingen die door het Internationaal Atoomagentschap zopas werden uitgebracht, duiden erop dat de Islamitische Iraanse Republiek veel verder is geëvolueerd in de ontwikkeling van een eigen nucleaire wapenarsenaal dan wat de allerlaatste rapporten van de Nationale Veiligheidsdienst van de VS tot nog toe hadden geschreven. Een zopas uitgekomen rapport van de IAEA, die haar hoofdzetel heeft in het Oostenrijkse Wenen, schrijft dat de voortgang in Iran van het proces om verrijkt uranium (U-235) te produceren zwaar onderschat werd en dat Teheran op dit ogenblik genoeg materiaal bezit om een atoombom te kunnen ontwikkelen en produceren.
Het verslag vermeldt dat Iran thans 1.010 kilogram laag verrijkt uranium – bijna een ton – heeft geproduceerd. En er is zeker nog meer onderweg. Het Internationaal Atoomagentschap zegt dat Iran nu 4000 centrifuges in bedrijf heeft die nucleair bruikbare uranium 235 van uranium 238 kunnen scheiden, een stijging van 200 centrifuges in amper twee maanden. Nog eens 1.600 centrifuges zijn in aanbouw. De inspecteurs van het IAEA hebben ook ontdekt dat Iran 460 pond meer LEU (laag verrijkt unranium) bezit dan eerst was gedacht. “Het is erger dan we dachten,” vertelde Gary Milhollin, de directeur van Wisconsin Project on Nuclear Arms Control, aan de New York Times. “Het is alarmerend dat de actuele productie ondergerapporteerd werd door derden.”

"Geloof me, dit is enkel bedoeld voor huiselijk gebruik..."
IAEA-ambtenaren melden dat Iran slechts enkele stappen verwijderd is van de bom. Het zal nog enkele veranderingen moeten aanbrengen om hoog verrijkt uranium te produceren dan de ongeveer een ton laag verrijkt uranium dat ze nu bezitten, en dergelijke stap is noodzakelijk – tenzij Teheran nog ergens uraium verborgen houdt. Het IAEA-rapport is een onaangename en erg vervelende zaak voor de administratie van de nieuwe president Barack Obama, zeker nadat het direct werd uitgebracht nadat de Israëlische president Shimon Peres aan de voormalige Eerste Minister Benjamin Netanyahu gevraagd heeft de volgende Israëlische regering te vormen. Avigdor Lieberman, de leider van de uiterst rechtse Yisrael Beiteinu Partij, en sinds de verkiezingen van 10 februari 2009 de derde grootste partij in de Knesset (het Israëlische parlement), heeft ook bekend gemaakt dat hij bij voorkeur Netanyahu als eerste minister heeft. Zowel Natanyahu als Lieberman hebben verklaard dat zij het zich niet kunnen permitteren dat Iran haar nucleaire wapens en lange afstandsraketten kan perfectioberen, waarvan geweten is dat ze enkel zullen dienen om Israël van de kaart te vegen.

8 april 2008. Iraans President Mahmoud Ahmadinejad bezoekt in Natanz de fabriek waar uranium wordt verrijkt, op 322 km ten zuiden van Teheran,
President Obama en Staatssecretaris Hillary Clinton gaven zoals gekend veeleer de voorkeur aan om met huidig minister van defensie Tzipi Livni rond de tafel te zitten, die zeker naar hun oproepen tot meer terughoudendheid jegens Iran, zou hebben geluisterd. Maar dat zal dus niet gebeuren. Netanyahu heeft nog zes weken om zijn nieuwe regering samen te stellen, en zijn formatieopdracht schiet tot dusver goed op. Daarna zal hij onmiddellijk geconfronteerd worden in hoeverre Irans nucleair- en rakettenprogramma is geëvolueerd, of erg dicht is genaderd tot op het punt dat zij een reeële bedreiging vormen en zij een atoomwapen kunnen inzetten tegen Israël. Israël is zelfs meer kwetsbaar dan gelijk welke andere natie omdat ruim tweederde van haar bevolking is geconcentreerd in een dicht bevolkte strook van 90 bij 25 kilometer langsheen de kust aan de Middellandse Zee.
Obama en Clinton wilden een diplomatieke dialoog gaan ontwikkelen met Iran. Maar alles lijkt erop dat de snelle vooruitgang in Teheran van haar nucleaire en ballistische raketprogramma’s de nieuwe leiders van de V.S. van die tijd om te onderhandelen verstoken blijven. De nieuwe beleidsmakers in Washington zullen kritisch en voorzichtig in het oog worden gehouden, niet enkel door de Israëlische leiders maar ook door de Arabieren. Gematigde Arabische leiders zijn gealarmeerd door de haast die Iran heeft om nucleaire wapens te ontwikkelen, maar als zij voelen dat de VS-regering vredesonderhandelingen met Iran zoeken, of als zij niet in staat blijken Irans drang tot ontwikkeling van nucleaire wapens te stoppen, zij wellicht gedwongen zullen worden om hun eigen akkoorden met Iran op te schorten.
De onthullingen zijn eveneens een bijzonder onaangename verrassing voor de directeur van het Internationaal Atoomagentschap directeur-generaal El Baradei. Zij inspecteren de nucleaire installaties in Natanz maar één keer per jaar. Daarom, zelfs als IAEA-ambtenaren zeggen dat zij ervan overtuigd zijn dat Iran niet in het geheim laag verrijkt uranium uit het complex smokkelen naar hun snel en massief uitgroeiende centrifugesysteem om daar hoog verrijkt uranium voor wapens van te maken, bestaat er voor hen geen enkele manier om dit te controleren. Het IAEA-rapport is daarom een zware schok voor de doven in de VS en in Israël, die tot dusverre het nucleair programma van Iran vertrouwden en het gevaar ervan minimaliseerden. Het rapport zal zeker de gematigde Arabische leiders alarmeren en niet in het minst de Israëlische… Bron: UPI.com
Analyse van Max Schick in Joods Actueel nummer 1 van 17 januari 2007
Toen de ultraconservatieve Mahmoud Ahmadinejad op 6 Juni 2005 ingehuldigd werd als nieuwe president van Iran, was het duidelijk dat het om een hardliner ging, een man die zeker de klok van de voorzichtig in Iran ingevoerde hervormingen zou terugdraaien. Nu, anderhalf jaar later, is het duidelijk geworden, dat men hier met een uiterst gevaarlijk heerschap te maken heeft. Een man die er niet voor zou terugdeinzen nucleaire wapens te gebruiken indien hij ze zou bezitten. Wie is dit gevaarlijk individu ? Een doortrapte megalomaan die de heerschappij over de algehele Moslimwereld beoogt, of een gek met hemelse (helse) visioenen ?
De Judaskus: “Knijp ik die Jood hier dood of wacht ik tot de camera’s weg zijn?” Zo moet de Iraanse president Ahmadinejad gedacht hebben, toen hij werd gekust door rabbijn Moshe Ayre Friedman van Neturei Karta op de Holocaustconferentie voor negationisten in Teheran, 11 december 2006.”
Sinds de verschijning van de Mohammed cartoons in een Deense krant, heeft Ahmadinejad zich ontpopt tot de kampioen der Holocaustnegationisten. Nadat hij een wedstrijd uitschreef voor de beste cartoons over de Shoa, was hij in december 2006 gastheer van een bijeenkomst van ‘s werelds grootste revisionisten ( met o.m. Faurisson, Jan Bernhoff en Fredrick Toben ) en waar hij zich zelfs mocht verheugen op de aanwezigheid en aanmoediging van zes als Chassidim verklede Joodse verraders.
Vanaf het moment dat hij aan de macht kwam, was voor Ahmadinejad het verrijken van uranium een absolute prioriteit. Heel even geloofde de wereld in de vredelievende bedoelingen van de Iraanse nummer 1: dat zijn nucleair programma enkel voor het opwekken van energie zou dienen. Zijn wereldschokkende uitspraken over o.m. zijn wens Israël van de kaart te willen vegen, deden de wereld de ware bedoelingen van dit uiterst gevaarlijk individu inzien, een man met visioenen over de komst van de 12de verborgen Imam en waarvoor hij bereid is de wereld in een nucleair apocalyps te storten. 10 jaar aanslepende en nutteloze discussies tussen de E.U. en Iran hebben de wereld doen inzien dat de Iraanse Mollahs niet van hun nucleaire ambities af te houden zijn, integendeel. Deze kostbare tijd had Iran nodig om in de atoomfabrieken van Natanz en Isfahan ( om slechts de 2 grootste te noemen…) voldoende uranium te verrijken, zodat het “point of no return” reeds lang overschreden is. Terwijl naïevelingen als ex-UNO baas Kofi Annan en andere even begaafde westerse regeringsleiders blijven zweren bij diplomatiek geknoei met de Ayatollahs in Teheran, is het voor Washington en Jeruzalem overduidelijk, dat de klok slechts teruggedraaid kan worden door Iran’s nucleaire faciliteiten te vernietigen.

Osirak, 7 juni 1981
Natuurlijk denken wij onmiddellijk terug aan de vernietiging door Israëlische straaljagers van de Iraakse atoomcentrale Osirak nabij Bagdad in 1981. De situatie in Iran is echter van een heel ander kaliber: Terwijl Osirak de enige – en bovengrondse – centrale was, telt Iran 4 fabrieken, die elk 30 meter diep onder de grond verborgen zitten, en omringd zijn door metersdikke lagen beton en een enorm Armada van Russische luchtdoel raketten. Daarbij komt het feit, dat de aanval op Osirak als een volslagen verrassing aankwam, terwijl de hele wereld reeds maandenlang luid schreeuwt en speculeert over een eventuele aanval door de VS of Israël. Iran heeft de lessen van Osirak geleerd, en is dus dubbel op zijn hoede.
Na Amerika opnieuw in een Iraaks Vietnam te hebben gestort, lijkt het uitgesloten dat President Bush groen licht zou krijgen van een hem ondertussen vijandig gezind Senaat en Congres, om Iran aan te vallen. Uitspraken van George Bush, Henry Kissinger en Condoleeza Rice lijken duidelijke signalen aan het adres van Israel; dat zij het varkentje best zelf kunnen wassen. Een aanmoedigend schouderklopje is blijkbaar het enige wat de Israeli’s van de Amerikanen mogen verwachten. Het lijkt echter uitgesloten om de ingegraven uraniumfabrieken door middel van conventionele wapens te vernietigen.

Het doelwit van Iran: de vernietiging van Israël
Benjamin Netanyahu zei onlangs: “We zijn 1938 en Iran is Nazi Duitsland, dat zich massaal met atoombommen wil bewapenen“. De mogelijk zware gevolgen van een preventieve Israëlische aanval, maken dat het een laatste optie is. Maar soms is een laatste optie ook de enige…
Volgens de New York Times en de Sunday Times, liggen er in Israël duidelijke plannen op tafel om Natanz door middel van kleine nucleaire bommen van 1 kiloton ( 15 keer “zwakker” dan de Hiroshima-bom ) uit te schakelen. De Joodse staat zou daarmee echter de eerste natie zijn om atoomwapens te gebruiken sinds Nagasaki. Indien de wereld reeds moord en brand schreeuwde na Osirak, kan men zich nauwelijks inbeelden wat de wereldopinie zou kunnen zijn na een Israëlische nucleaire aanval op Iran. Om nog maar over de reacties van de Moslimlanden te zwijgen.
Maar het meest angstaanjagend is uiteraard de eventuele reactie van Iran zelf. Volgens Amerikaanse strategische experts heeft Iran het sterkste leger uit heel het Midden-Oosten. Hun 25 tot 100 Shahab-3 raketten hebben een reikwijdte van 2100 km, terwijl Iran de Shahab-5 ontwikkelt die maar eventjes 10.000 km ver reikt, en die elk conventionele, biologische en chemische koppen kunnen dragen. En die heeft Iran in overvloed.
Tevens zou Iran de Straat van Hormuz kunnen afsluiten, waar 20% van de wereldolie door verscheept wordt. Joodse doelen wereldwijd zouden het doelwit kunnen worden van terroristische aanslagen. Het is niet denkbeeldig dat Ahmadinejad door middel van dreigende uitspraken over het bestaan van Israël en het onbestaan van de Holocaust, Israël tot zo’n aanval wil verleiden, waardoor een nucleaire tegenreactie van Teheran verdedigbaar zou worden. Maar heeft Israel wel de keus om dit risico niet aan te gaan ?
Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld

Veilig geland in Israël
Donderdag 19 februari 2009 werden tijdens een geheime operatie twee gezinnen, samen 10 Joodse Jemenieten, het land uitgesmokkeld. Sayid Ben Israel, één van de leiders van de Joodse gemeenschap die tot dan met zijn gezin in Raïda in de provincie Omran woonde, kwam tot het besluit om te vluchten nadat enkele dagen eerder een granaat in zijn huis werd geworpen. Het Joodse Agentschap besliste daarop om de twee gezinnen waaronder hun vier kinderen in het diepste geheim over te brengen naar Tel Aviv. Met hen waren ook twee anderen Jemenitische Joden meegekomen, die deze kans niet liet liggen om aan het antisemitische geweld van de voorbije weken en maanden te ontkomen, dat sinds het begin van het Gaza conflict in alle hevigheid opnieuw was opgelaaid.
Jemenitische Joden genieten de speciale bescherming van de president van Jemen, Ali Abdallah Salah. In de afgelopen jaren zijn de aanslagen tegen Joden echter steeds meer toegenomen. De spanningen bereikten vorig jaar december een hoogtepunt toen Moshe Yaish Nahari, vader van 9 kinderen, werd vermoord door een moslimextremist. De bedreigingen tegen Joden in Jemen zijn volgens Israël tijdens het Gaza-offensief geëscaleerd. Directeur-generaal van het Joods Agentschap Moshe Vigdor zei dat zijn organisatie de situatie van de gemeenschap in Jemen nauwgezet volgt en belooft op elke mogelijke manier te helpen. Joden die ook willen emigreren uit Jemen, zullen snel worden opgehaald. Het gezin van Ben Israel zal nu haar intrek nemen Beit Shemesh, daarbij geholpen door het emigratieprogramma van het Joodse Agentschap. Elke nieuwe emigrant ontvangt gewoonlijk 40.000 sjekkels (7.600 euro) als startkapitaal. De andere migranten zullen worden ondergebracht naar het Yeelim Opvangcentrum in Beersjeba, waar ze ook uitgebreide hulp zullen krijgen van het Joodse Agentschap bij hun integratie in de Israëlische maatschappij. In Jemen leven thans nog 280 Joden waarvan 230 in de stad Raida en een 50-tal in Sanaa.
Operatie Magisch Tapijt (1949 – 1950)

Operatie Magisch Tapijt: Jemenitische Joden worden overgevlogen naar Israël

De Jeminitische Nahari familie. Moshe Yaish-Nahari werd begin december 2008 op straat doodgeschoten door een moslimfundamentalist
Tot kort na de Tweede Wereldoorlog leefde er een grote Joodse gemeenschap in Jemen van ongeveer 63.000 Joden, waarvan een groot deel zich voornamelijk concentreerde in Aden, een Britse kolonie in Zuid-Jemen. Wanneer in november 1947 de Verenigde Naties het Verdeelplan (VN-Resolutie 181) voor de verdeling van Palestina goedkeuren (zie hier kaart) en zoals verwacht de meeste Arabische moslimlanden het VN-Verdeelplan afwijzen, raast een golf van antisemitisme doorheen de Arabische wereld. Overal vinden rellen plaats tegen hun locale Joodse medeburgers, die daar al leefden sinds de tijd van Koning Salomon, met vele doden, vernielingen van Joodse bezittingen en synagogen als gevolg.
In 1947 worden tijdens een bloedige pogrom in Jemen ten minste 80 Joden vermoord. Na het uitroepen van de Joodse staat in mei 1948 wordt de kersverse staat aangevallen door de legers van zes Arabische landen. In 1948 besloot de nieuwe Imam van Jemen onverwachts zijn Joodse onderdanen te laten vertrekken en liet tienduizenden mensen naar Aden vloeien, die daar als sardines bijeen gepakt in erbarmelijke omstandigheden trachten te overleven. Geen VN te bespeuren in die tijd en ook geen enkele VN-resolutie die zich het lot van de Arabische Joden aantrok en nog het minst van al dat van de Joden van Jemen. De Onafhankelijkheidsoorlog van Israël loopt in een verbitterde strijd verder tot in het voorjaar van 1949.
Israël weet wat er intussen de Joden van Jemen is overkomen en besluit tot actie over te gaan. Tussen juni 1949 en september 1950 werden tijdens de Operatie Magisch Tapijt (Operation Magic Carpet) door de Israëlische regering ongeveer 49.000 Joden vanuit Jemen geëvacueerd naar Israël. Het overgrote deel van deze groep die bestond uit 47.000 Joodse Jemenieten, 1.500 uit Aden alsook 500 Joden uit Djiboeti en een aantal Joden uit Eritrea, werden door Britse en Amerikaanse vliegtuigen overgevlogen. De meeste van deze Joden waren verarmde landbouwers en zagen voor het eerst van hun leven een vliegtuig. Zij werden brutaal losgerukt uit hun eeuwenoude religieus en traditioneel bestaan en moesten zich gedwongen aanpassen aan een voor hen totaal nieuwe leefwereld in Israël. De emigratie van Joden uit Jemen werd voortgezet tot 1962, wanneer de burger oorlog in Jemen uitbrak. Van die grote gemeenschap van toen zijn er vandaag de dag nauwelijks ongeveer 200 overgebleven.
Joodse Naqba in het Midden-Oosten totaal genegeerd

1948. Joden vluchten weg uit de Westbank nadat Jordanië dit gebied eenzijdig annexeerde, Israël zal pas in 1967 het gebied terug innemen nadat het door Jordanië werd aangevallen
Wanneer men over het vluchtelingenprobleem spreekt in Israël of Palestina, denkt men automatisch aan de Palestijnen die in de jaren volgend op de onafhankelijkheid van de Israëlische staat in 1948 in de Westbank en Gaza woonden en in grote getale naar Jordanië, Libanon, en andere Arabische staten wegvluchtten. Vlucht die door pro-Palestijnse organisaties en in het M-O gemeenzaam de Palestijnse Naqba wordt genoemd. De Joodse Naqba wordt hierbij gewoonlijk genegeerd.

1951 Joodse vluchtelingen uit Irak
Migratie van de Arabische Joden begon druppelsgewijze eind 19de eeuw maar kende een enorme acceleratie wanneer vanaf 1948 tot begin jaren ’70 tussen de 900.000 en 1 miljoen Arabische Joden massaal hun respectievelijke landen ontvluchtten waarvan een 600.000 zich tegen 1972 in Israël hadden gevestigd. De Joden van Egypte en Libië werden gedwongen het land te verlaten terwijl de Joden van Irak, Jemen, Syrië, Libanon en in de Noord-Afrikaanse landen door de ontelbare fysieke en politieke bedreigingen ze niet langer veilig waren en eveneens naar Israël vluchtten. De meeste Joden moesten al hun hebben en houden moeten achter laten.
Tegen 2002 maakten de Arabische Joden en hun afstammelingen zo’n 40% uit van de Israëli’s. De World Organization of Jews from Arab Countries (WOJAC) heeft berekend dat de gezamelijke waarde die de Joden moesten achterlaten tijdens hun vlucht vandaag op meer dan 300 miljard dollar moet geschat worden en het onroerend goed dat in Joodse handen was in de Arabische landen ruim 100 000 vierkante kilometer beslaat of viermaal de grootte van de staat Israël. Voor de verliezen aan mensen, bezittingen en materiële zaken werden de Arabische Joden hiervoor nooit gecompenseerd en hun ‘Naqba’ komt in geen enkel VN-rapport voor en komt ook in geen enkele Vredesonderhandelingen aan bod.




















