Salut meneer Joe Biden, bedankt om even langs te komen

Dry Bones’ Green light?:
“Joe Biden beweert dat wanneer Israël huizen bouwt voor Joden in Jeruzalem…”
“… dat wij dan zelfmoordaanslagen zullen plegen op Amerikaanse troepen!!!”
“Interessant, maar ik ga mezelf toch niet opblazen…”
“…vooraleer ik dat eerst uit de mond van Barack Obama heb gehoord!”
Beste vrienden,
De onderwerpen die in Israël tijdens het bezoek van mijnheer Joe Biden werden aangehaald, hebben me boos gemaakt. In de eerste plaats zijn uitspraak dat het door Israël aangekondigd plan om 1.600 woningen te bouwen in Oost-Jeruzalem “de vrede ondermijnt”.
Wat voor vrede is dat? Het Arabische “verdeel”-plan, waar Israël telkens meer en meer ‘delen’ grond aan de Palestijnen overdragen die ze vervolgens kunnen veranderen in ‘terreurgebied ‘, zoals ze dat deden met Gush Katif? Meneer Biden, u komt naar hier om te verklaren dat de standpunten van Israëliërs en Palestijnen “niet zo ver uit elkaar liggen” maar dat enkel de huidige Israëlische politiek belet dat er vrede kan uitbreken en dat die “het leven van Amerikaanse soldaten in gevaar brengt“, zoals een krantenkop berichtte. Meent u dat werkelijk?
U vertelt Israël dat het Iran niet mag aanvallen en verwacht dat zes miljoen van ons geduldig zullen blijven wachten tot de huidige Amerikaanse regering klaar is om voorzichtig de gezondheidszorg [door te drukken in de VS] terwijl een atoombom boven onze hoofden dreigt? En “ISRAEL BRENGT AMERIKANEN IN GEVAAR?” Meent u dat nu werkelijk zo? Er is niets veranderd aan Palestijnse zijde sinds de leugens van Oslo en toch verwacht u dat Israël de soevereiniteit van haar hoofdstad zal afgeven, in ruil voor…. wat?
Ik wil de heer Joe Biden herinneren aan de volgende [Amerikaanse] Congres resolutie van 24 april 1990 waarin zij haar steun verleende aan Jeruzalem als de hoofdstad van Israël:
Overwegende dat de staat Israël Jeruzalem heeft uitgeroepen als haar hoofdstad;
Overwegende dat van 1948 tot 1967 Jeruzalem een verdeelde stad was en de Israëlische burgers van alle religies de toegang werd ontzegd tot het betreden van de heilige plaatsen in de omgeving die beheerst werd door Jordanië;
Overwegende dat Jeruzalem sinds 1967 een herenigde stad is die beheerd wordt door Israël en personen van alle religies de volledige toegang tot de heilige plaatsen in de stad wordt gegarandeerd;
Overwegende dat de President en de Secretaris van de Staat hun sterke verlangen hebben aangetoond naar een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten en hard gewerkt hebben om dat doel te bereiken;
Overwegende dat de onduidelijke verklaringen van de Regering van de Verenigde Staten over het recht van Joden om te leven in alle delen van Jeruzalem onrust zou doen rijzen in Israël dat op een dag Jeruzalem opnieuw zou worden verdeeld en de toegang tot de religieuze plaatsen in Jeruzalem zouden worden ontzegd aan Israëlische burgers; en het zoeken naar een duurzame vrede in de regio: Nu en daarom, dat dit wordt opgelost door het Huis van Afgevaardigden (in overeenstemming met de Senaat), dat het Congres
(1) erkent dat Jeruzalem is en moet blijven, de hoofdstad van de staat Israël;
(2) er sterk van overtuigd is dat Jeruzalem een ongedeelde stad moet blijven waarin de rechten van alle etnische religieuze groepen worden beschermd; en
(3) roept alle partijen op die betrokken zijn bij het zoeken naar vrede, in het behouden van hun grote inspanningen om te komen tot onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse vertegenwoordigers.”
Salut meneer Joe Biden, bedankt om even langs te komen. Kom snel terug wanneer u terug contact heeft gekregen met de realiteit en de Amerikaanse regering een beetje meer het vertrouwen verdient van Israël.
door Naomi Ragen

Wat Netanjahoe hier volgens mij tegen Joe Biden vertelt is niks anders dan een klassieke Jodenmop: “Er zat op een dag een Joodse gentleman op een bank in Central Park een pamflet te lezen toen zijn vriend Saul voorbij kwam en hem vroeg waarom hij zo geschrokken leek. “Weet je Saul,” sprak de man, “wat hierin staat is gewoon verschrikkelijk! Dit pamflet is puur antisemitisme!” Saul antwoordde: “Ik weet het Ezra maar ik ik lees zo graag al die mooie dingen die over ons in dit pamflet worden gezegd. Zo denken zij bijvoorbeeld dat de Joden Hollywood controleren, de regering, de arbeid en de industrie. Als ik dit lees is het toch gewoon fantastisch om Jood te zijn!””
Bron: JBlog Central: Naomi Ragen: Bye, Bye Biden van 11 maart 2010
Waarom de Joden de eeuwige zondebok zijn
Er zijn genoeg moslims die helaas denken dat alle problemen van de islamitische landen aan de Joden te wijten zijn. De Joden zijn de eeuwige zondebok. En het christendom? De Joden hadden de beangstigende functie van zondebok vroeger ook in de christelijke culturen. Pest, cholera en aardbevingen hadden met Joden te maken.

Ze kunnen al Joden vermoorden nog vooraleer ze kunnen schrijven: 'Death to all Juice'
Zelfs op de heilige dagen werden de Joden niet gespaard. Op Goede Vrijdag luidden de klokken niet alleen vanwege de passieweg van Christus, maar ook om ons de Joden, de Godsmoordenaars, te herinneren. Goede Vrijdag was een angstaanjagende dag voor joden. Als ze ergens werden aangetroffen, konden ze weleens gelyncht worden. In Europa was het niet vanzelfsprekend om Joods te zijn. Daarom bekeerden veel Joden zich tot het christendom.
Dezelfde ellende treffen we ook aan in de islamitische wereld. Toen de profeet Mohammed nog een klein jongetje was, werden zijn naasten gewaarschuwd voor de Joden die hem kwaad zouden aandoen: “Neem je neef mee terug naar zijn land en pas op voor de Joden, want bij God, als zij hem zien en over hem te weten komen wat ik weet, dan zullen zij hem kwaad willen doen. Je neef wacht een grootste toekomst, dus breng hem snel naar huis.”
Zo staat geschreven in een hadidth, een overlevering van en over Mohammed. Hoe Mohammed de Joden massaal liet afslachten, vertel ik u een andere keer. De Joden deugen niet, was het officiële standpunt. Maar hoe zit het met de vrienden van Joden? Deze categorie noemt men tegenwoordig zionist. Ook zij deugen niet.
Waarom zijn de twee vertakkingen van het Jodendom, de islam en het christendom, zo antisemitisch? Het antisemitisme richt zich, historisch gezien, alleen op Joden en niet op ander Semieten. Het antisemitisme in de vorm van Jodenhaat begon bij de Kerkvaders. Eusebius (263-339) voorspelde hoe hard de Joden zouden worden gestraft voor hun misdaad tegen God en Christus. In zijn ‘Ecclesiastische geschiedenis’ (Historia Ecclesiastica) bewondert hij de zuivering van de Joden in Mesopotamië door Lusius Quitus in opdracht van de Romeinse keizer. Deze bisschop van Caesarea was een invloedrijke stem in de concilie van Nicaea in 325. Hij had een prominente plaats aan de rechterhand van Constantijn de Grote. Vanaf hier wordt het christendom een religie met regels: een institutionele religie.

Traditionele bestraffing van dhimmies (niet-moslims) in de wereld van de Islam
Kunnen de Semieten in het christendom en de islam ook antisemiet worden? Hoe wordt je als Semiet een antisemiet? Hoe transformeer je als Jood of als een andere Semiet in een Jodenhater? Het antisemitisme is niet uitgevonden door Hitler. Ook Luthers antisemitisme was niet gevormd door het moderne nationalisme. Luther was een gewelddadig antisemiet. Hij schreef een fel en vooral gewelddadig pamflet ‘over de Joden en hun leugens’. Naast de duivel is er geen bitterder, giftiger en heftiger vijand dan een rechtgeaarde Jood, aldus Maarten Luther. De synagogen moesten worden vernietigd. Alle andere aanbevelingen van Luther hadden tot doel de Joden uit te roeien.
De oprichters van het christendom als institutionele religie (dit zijn niet dezelfde mensen als Christus en zijn meeste apostelen) en de islam beoogden om de christenen en moslims Jodenhaat, het antisemitisme, bij te brengen. Beide religies hebben twee gemeenschappelijke kenmerken: ze zijn universeel, daardoor kunnen ze niet tot een beperkte groep zoals de Semieten, worden teruggebracht. En ze zijn de voortzetting van het Jodendom.
De legitimatie van Mohammed en de kerkelijke stichters hing nauw samen met de ontkenning van Joden als een voortzetting van het goddelijke plan. Als de Joden met hun Tora het Jodendom zouden representeren, dan zou natuurlijk geen enkele plaats meer zijn voor Mohammeds religie. Bovendien zou Mohammed gewoon als een rabbi het Jodendom moeten propageren. Maar het Jodendom heeft geen missie. Hetzelfde gold natuurlijk voor de christenen. Temeer nu de Joden nog steeds op echte Messias wachten.
Het antisemitisme, de strijd tegen de joden, was nooit en te nimmer een raciale kwestie. Het antisemitisme was een noodzakelijke beslissing. Aan het antisemitisme van christenen en moslims lag een conceptuele noodzaak ten grondslag. Niet met, maar in de strijd tegen de Joden en het Jodendom konden het kerkelijke christendom en de islam worden opgericht. De politiek-theologische noodzaak van het antisemitisme maakte van een Semiet, zoals profeet Mohammed, een antisemiet, een anti-Jood. Niet zijn Arabisch Semitische aard maakte van Mohammed een profeet, maar zijn universele claim bracht hem op het idee om de profeet van de mensheid te worden.
Het naakte bestaan van het Jodendom was op zich al een probleem voor de twee universele religies. Het Jodendom tart het oorsprongverhaal van de twee grote monotheïstische religies. Er zal nooit een echt Mozes-verhaal kunnen bestaan zonder de joden. Wat een drama voor de islam en het christendom. De Joden moesten doodgaan, de Joden moesten lijden opdat twee universele institutionele claims tot gelding konden worden gebracht.
De oorsprong van het antisemitisme heeft werkelijk niets te maken met het nazisme. De nazi’s waren de perfecte moderne antisemieten maar niet de uitvinders van het antisemitisme. De nazi’s waren gewillige beulen in dienst van een politiek theologisch concept: het antisemitisme. Geenszins ontken ik hier de verschillen tussen de islam en het christendom. Wel bestaan er op een conceptueel niveau overeenkomsten in omgang met het Joodse vraagstuk.
Bronnen: Elsevier.nl: Waarom de joden de eeuwige zondebok zijn door Afshin Ellian van woensdag 10 maart 2010
VRT-Canvas en Israël: kritisch of gewoon antisemitisch? Hoor het ook eens van Hans Knoop

Kathleen Cools (Terzake/Canvas): 'Sorry, ik weet niks over Israël, maar mijn vriendin Brigitte Herremans, die weet er echt alles over!'
Het was gisteravond weer hetzelfde anti-Israël verhaal op onze openbare omroep in het programma Terzake op Canvas TV met Kathleen Cools. Eerst mocht Brigitte Herremans – compleet met kaartjes en slideshow – minutenlang in het journaal haar naqba hoaxverhaal uit de doeken doen. Bekijk hier de heruitzendingen van Terzake. Brigitte kennende deed ze dit zeker niet gratis maar blijkbaar zit er voor Israëlbashing nog altijd geld genoeg in de pot van onze openbare omroep.
Brigitte Herremans is medewerkster Midden-Oosten en actief bij ondermeer Pax Christi Vlaanderen, Oxfam-Solidariteit, Broederlijk Delen [met Hamas en Co] vzw en nog een reeks andere anti-Israëlische organisaties, die dankzij gulle overheidssubsidies al jarenlang de strijd voeren tegen het bestaansrecht van de Joodse staat.
Maar als introductie kon dit tellen. Brigitte Herremans is met dit verhaal al enkele jaren op kruistocht doorheen de Lage Landen om te protesteren tegen de aanwezigheid van de Joden in het Midden-Oosten, waar zij tegen betaling voordrachten houdt voor wie het maar wil. Van de chirojeugd tot aan den bejaardenbond. Aldus kreeg Brigitte Herremans een mooie kans om vanuit de comfortabele dik gesponsorde combi ‘VRT-Broederlijk Delen’, de strijd tegen de Joodse staat op te drijven op kosten van de belastingbetaler.
Maar dat was even buiten Hans Knoop van het Forum der Joodse Organisaties gerekend die met enkele flinke halen naar Brigitte Herremans en haar spreekorgaan Kathleen Cools alle anti-Israëlische kegels van onze openbare omroep vakkundig onderuit haalde. Hans Knoop (°1943) is een Nederlandse journalist maar woont sinds 1990 in België.

Israël, 10 maart 2010. Amerikaanse vice-president Joe Biden te gast bij Israëlisch premier Benjamin Netanjahoe samen met hun echtgenotes
Kathleen Cools krijgt les in geschiedenis van Hans Knoop
De reden van de verontwaardiging van de VRT, was het bezoek van vice-president Joe Biden aan Israël en het feit dat tezelfdertijd bekend raakte dat het gemeentebestuur van Jeruzalem toevallig diezelfde dag toelating gaf om 1.600 woningen op te trekken in Ramat Shlomo, een wijk in het noorden van de stad. Hans Knoop noemt het moment om dat bekend te maken ‘ongelukkig’ gekozen. Persoonlijk ben ik van mening dat dit ogenblik bewust gekozen werd als signaal naar de Amerikanen, Europeanen en Palestijnen/Arabieren met de onderliggende boodschap: ‘”Als jullie willen onderhandelen met ons: eerst Jeruzalem erkennen als de herenigde ondeelbare hoofdstad van de Joodse staat Israël.”
Zoals bekend beschouwt de VRT samen met België en het Kwartet (VS, Rusland, VN en EU) bepaalde delen van Jeruzalem niet als Joodse stad maar als Arabische delen die ooit tot een hoofdstad moeten worden samengevoegd van een fictieve nog op te richten Islamitische Republiek Palestina. Bovendien werd ook West-Jeruzalem nooit als hoofdstad van Israël erkend door het Westen, noch door de Verenigde Staten en noch door de rest van het Kwartet, inclusief België. Er zijn weinig mensen die dat weten. Hans Knoop weet dat nog. Hans Knoop weet erg veel.
Hans Knoop op FJO: “Natuurlijk bestaat de redactie van Terzake niet uit boosaardige Israël-bashers en al zeker niet uit antisemieten. Maar wat wel schrijnend is (en niet alleen bij de VRT) is het volstrekte gebrek aan kennis van zaken. Ik heb ooit een rabbijn horen zeggen: ‘Niet weten is niet erg. Niet weten dat je niet weet, dat is pas erg!’“
De hierna volgende transcriptie van het interview van Kathleen Cools met Hans Knoop volgt onmiddellijk na de slideshow van Brigitte Herremans, die erg eenzijdig en bevooroordeeld haar Pan-Arabisch verhaal verdedigt. Voor de goede verstaander: zegt nooit ‘Oost-Jeruzalem’ maar zeg: ‘oostelijk Jeruzalem’. Een subtiel maar belangrijk verschil voor wie iets wil begrijpen van het M-O conflict. Met dank aan Hans Knoop.
Kathleen Cools: “Ja, Hans Knoop van het Forum der Joodse Organisaties. Die kaartjes zijn haarscherp. Mag ik de situatie omschrijven als verregaande arrogantie van Israël?”
Hans Knoop: “U bent hier baas in eigen huis. Ik ben gast. Maar ik spreek u wel tegen want het is eenvoudigweg niet waar en ik heb ook grote bezwaren tegen de inleiding zoals dit net werd gegeven.”
Cools: “Ja? Welk bezwaar hebt u?”
Hans Knoop
Hans Knoop: “Allereerst is het niet waar dat Israël een muur van honderden kilometers bouwt. Israël heeft een muur gebouwd van 32 kilometer en de rest is gewoon een normaal hek zoals dat overal ter wereld is.”
Cools: “En noemt u de kaarten ook gemanipuleerd?”
Knoop: “De kaart is hier ook gemanipuleerd. Oost-Jeruzalem is geen Palestijns gebied. Oost-Jeruzalem is nooit Palestijns gebied geweest. Als u de geschiedenis kent dan zult u weten dat Jeruzalem al 3000 jaar de hoofdstad van het Joodse volk is en ten tweede in 1947 een open stad zou moeten hebben worden. Dat is een besluit van de Verenigde Naties…”
Cools: “.. en werd in 1947 geannexeerd [door Israël]..”
Knoop: “.. nee, werd niet in 1947 [door Israël] geannexeerd.. In 1947 werd Oost-Jeruzalem door Jordanië veroverd en geannexeerd.”
Cools: “Eh [..] Laten we mijnheer Knoop overgaan naar de aanleiding van dit gesprek. 1600 nieuwe woningen aankondigen als uitgerekend de Amerikanen op bezoek komen. Ook dat is arrogant.”
Knoop: “Het is niet arrogant, het is ongelukkig. Want ook hier is weer waarheid om dertien, iets dat door elkaar loopt. Als men werkelijk zou onderzoeken wat er is gebeurd, dan zou men tot de conclusie komen dat op gemeentelijk niveau de Stad Jeruzalem men een besluit genomen heeft om 1600 woningen in Ramat Shlomo te bouwen. Daar is al anderhalf jaar discussie over in de gemeenteraad van Jeruzalem. De gemeenteraad heeft besloten dat te doen en vervolgens een bouwvergunning aan het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken gevraagd zoals dat dagelijks gebeurt. Israël heeft inderdaad in 1967 het oostelijk deel van Jeruzalem geannexeerd. Daarmee is het een ongedeelde Israëlische stad geworden. En Israël mag dus in Jeruzalem bouwen wat het wil. Dat is dus geen beslissing op nationaal niveau van de Israëlische regering.”
Cools: “Maar goed mijnheer Knoop, wat is het verschil of het nu van de regering of van een andere overheid komt, er wordt gewoon wel verder gebouwd.”
Knoop: “Ja, omdat volgens de Israëlische wetgeving, Israël heeft, wanneer was het ook weer – in 1968 – besloten om Jeruzalem tot de enige en ondeelbare [hoofd]stad van Israël te verklaren. Dat betekent dat Israël in oostelijk Jeruzalem mag bouwen, zozeer als dat ook Palestijnen die in oostelijk Jeruzalem wonen, in Westelijke Jeruzalem zouden mogen bouwen als zij dat willen. Als u mij vraagt wat ik vind van het nederzettingenbeleid, maar dat is een heel ander verhaal, dan ben ik daar geen voorstander van. Maar het is een ander verhaal dan Jeruzalem. Jeruzalem is geen nederzetting, Ramat Shlomo is geen nederzetting.”
Cools: “U zegt het is gewoon gebied waar de Israëli’s verder – de Joden verder mogen bouwen.”
Knoop: “Joden mogen in heel Jeruzalem bouwen. Joden mogen in heel Israël bouwen. Ik weet dat dat de steen des aanstoots is van velen is, want toen er nog geen annexatie was van oostelijk Jeruzalem, had men ook bezwaren dat Israël haar hoofdstad in westelijk Jeruzalem had. Is overigens ook door geen staat ter wereld erkend.”
Cools: “Wat zegt u, mijnheer Knoop, van het argument dat wat hier gebeurt met deze – wat u dan niet nederzettingenpolitiek noemt – maar wel een poging om – waar u ook verwijst naar de ondeelbare hoofdstad – heel Oost-Jeruzalem te ver-Joodsen en zoals de mevrouw [Brigitte Herremans] beschreef, ja de westoever eigenlijk in stukken te snijden en het de Palestijnse overheid gewoon ontzettend moeilijk te maken.”
Knoop: “Ik denk mevrouw, wij zitten in Brussel, dat als men hier nog niet het probleem Brussel oplost, dat u wel erg makkelijk praat over de oplossing voor het probleem Jeruzalem…”
Cools: “..maar dat is een heel ander probleem..”
Knoop: “Het probleem is, u heeft het over de ver-Joodsing. Jeruzalem is 3000 jaar de hoofdstad van het Joodse volk. Heeft u het ook over de germanizering van Berlijn na de val van de muur?”
Cools: “Nee, maar dat is een heel andere discussie, denk ik mijnheer Knoop. Ik probeer u voor te leggen wat wordt verweten namelijk dat men probeert het de Palestijnse overheid moeilijk te maken.”
Knoop: “Maar niet ieder verwijt is terecht mevrouw. Er wordt Israël veel verweten.”
Cools: “Maar daar is niets van aan zegt u?”
Knoop: “Nee, dat zeg ik niet. Sommige dingen…”
Cools: “Dus, er is wel een probleem…?”
Knoop: “Nee. Als u mij vraagt is het nederzettingenbeleid in zijn algemeenheid, is dat verstandig? Dan zeg ik nee.”
Cools: “Maar, u zegt in Oost-Jeruzalem is er geen probleem?”
Knoop: “Maar het conflict is niet het gevolg van het nederzettingenbeleid. Het nederzettingenbeleid is het gevolg van het conflict dat als kern heeft, dat de Palestijnen en de Arabische buurstaten de staat Israël niet in hun midden hebben geduld en weigerden te erkennen. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 – ik was daar – wilde Israël àlle bezet gebied – àlle bezet gebied afstaan in ruil voor vrede. Het antwoord was nee. De beroemde nee ’s van Khartoem. Toen heeft men van de nood een deugd gemaakt en is men die gebieden gaan koloniseren. Men kan dat verkeerd vinden, maar de schuld daarvan en de oorzaak, ligt bij de weigering van de buurlanden en de Palestijnen om de staat Israël te erkennen.”
Cools: “Dat is uw standpunt. Nog heel kort mijnheer Knoop. Het lijkt me dat de vredesgesprekken verder af zijn dan ooit.”
Knoop: “In het geheel niet. D ‘r zijn indirecte vredesgesprekken gaande via de bemiddeling van Mitchell. Als nou qua timing deze 1600 woningen twee weken voor de komst van Biden zouden zijn goed gekeurd, waar overigens nog beroep teen mogelijk is, mensen die het daar niet mee eens zijn in Jeruzalem kunnen bezwaren daartegen in dienen. Daar is een bezwaarcommissie die dat onderzoekt, en ultiem kan men naar de rechter. Het zal niet de eerste keer in Israël zijn dat de rechter dit soort van zaken terug verwijst en affluit. Dat is ook overigens wat bij de ligging van die vermaledijde muur is gebeurd. Ook die ligging is dankzij de rechtspraak in Israël gewijzigd.”
Cools: “Goed mijnheer Knoop, we zien wel wat het wordt. Het verhaal is zeker niet afgerond. Dank u wel voor dit gesprek.”
Merkwaardig toeval: Israëlische helden waren geen onbekenden voor elkaar
Videobeelden hoe een Arabische terrorist in de bulldozer werd uitgeschakeld door Israëliër. Beelden werden uit verschillende hoeken geschoten. Waarschuwing: niet voor gevoelige kijkers.
Merkwaardig toeval: Israëlische helden waren geen onbekenden voor elkaar
- David Shapira was een toevallige voorbijganger die samen met Yitzhak Dadon een terrorist van de Merkaz HaRav massacre neerschoot in Jeruzalem in de nacht van 6 maart 2008. Alaa Abu Dhein, een Arabische bouwvakker uit Jabel Mukaber – Oost-Jeruzalem, betrad met een geweer de Joodse school en vermoordde ter plaatse acht studenten en verwondde vijftien anderen.
- Moshe Plesser, de voorbijganger die de eerste bulldozer terrorist in Jerusalem op 2 juli 2008 doodschoot, is de schoonbroer van David Shapira. De aanval met een bulldozer in Jeruzalem van 2 juli 2008 werd veroorzaakt door een Arabische resident Hussam Taysir Duwait toen hij met zijn bulldozer een aanval deed op wagens op de de Jaffa Road en doodde daarbij drie mensen en verwondde nog eens een dertigtal voetgangers. De 19-jarige soldaat, Moshe Plesser, sprong bovenop de rijdende tractor, greep het pistool van een politieman in burger in shell-shock en schoot de terrorist ter plaatse dood. “Op zeker ogenblik riep hij uit, ‘Allahu Akbar,’ en trapte op het gaspedaal,” vertelde Moshe later aan de Jerusalem Post. “Ik trok het wapen van de burger die bij me was en schoot de terrorist drie keer door het hoofd. Ik denk dat iedereen dit verwacht van elke soldaat en burger.”
- Yakki Asa-el, een voorbijganger die de tweede bulldozer terrorist doodschoot in Jerusalem op 22 juli 2008, was de leraar van Moshe Plesser op de Jeshiva Hoge School. Op 22 juli ramde een Arabische inwoner uit het oostelijk deel van Jeruzalem, Ghassan Abu Tir, met zijn bulldozer in op wagens en een bus in de Koning Davidstraat van Jerzualem. Hij verwondde 24 mensen en vernietigde een autocar en vijf auto’s vooraleer hij werd doodgeschoten door een moto rijder (Yakki Asa-el) en een politieagent. De aanval werd gezien als een copycat aanval van de aanslag van 2 juli 2008. Beide Palestijnse ‘vrijheidstrijders’ waren afkomstig uit Oost-Jeruzalem en werkten in de bouw in West-Jeruzalem.
- En Elad Amar, die de terrorist neerschoot tijdens de terroristishe aanslag van 22 september 2008, diende als paracommando in de eenheid onder het bevel van David Shapira. Op 22 september 2008 beukte een Arabier uit oostelijk Jeruzalem in de stad met zijn zware BMW in een groep Israëlische soldaten die op dat ogenblik vrij van dienst waren. 19 van hen werden zwaar gewond.
- Donderdag 5 maart 2009: Voor de derde maal op een jaar tijd zaaide een Arabische bouwvakker, Marei Radaydeh, achter het stuur van een bulldozer, dood en vernieling in Israël. Gelukkig werden maar een klein aantal mensen verwond. Een tractor ramde eerst een politiewagen op de Menachem Begin Boulevard in Jeruzalem. Daarna trachtte de moordenaar nog een autobus te rammen maar miste die op een haar na. Twee politieofficieren werden gewond. Zowel een taxichauffeur die getuige was van de aanslag en enkele politieagenten, openden het vuur op de terrorist die later aan zijn verwondingen bezweek in het Hadassah Ein Kerem Hospitaal van Jerusalem. In de cabine van de tractor vonden de agenten een geopende Koran. Door jarenlange indoctrinatie, al van in de wieg en later verder van op de schoolbanken, worden jonge Palestijnen gebrainwashed met antisemitische propaganda, doorspekt met een flinke portie religieuze Jihad nonsens vanuit de radicale islam, waardoor de dood voor hen letterlijk ‘bevrijding’ betekent.

Het bizarre ‘erfrecht’ op terugkeer voor Palestijnse vluchtelingen, obstakel voor de vrede
Volgens de ideologische vijanden van de Joodse staat verdreven Joodse/Israelische strijdkrachten tijdens de oorlog van 1948 op rücksichtsloze wijze en volgens een vooropgezet plan vele honderdduizenden Palestijnse Arabieren uit hun woonplaatsen in de landstrook tussen de Middellandse Zee en de Jordaanrivier. Maar er klinken steeds vaker Palestijns-Arabische stemmen die het tegendeel beweren.
Hebron, april 2009. Palestijnse Arabier wordt opgehangen als straf voor het verkopen van grond aan een Israëlische onderneming
In de redenering van Israëls ideologische vijanden, ook die hier in Nederland, werd het Palestijns-Arabische vluchtelingenvraagstuk willens en wetens door Israël veroorzaakt en zou het (dus) ook door Israël moeten worden ‘opgelost’. De schattingen van het aantal Palestijns-Arabische vluchtelingen van 1948 lopen uiteen van 600 duizend tot 720 duizend. Al hun nakomelingen kregen en krijgen door de Verenigde Naties automatisch het vluchtelingenschap ‘toebedeeld’.
Op basis van dit bizarre ‘erfrecht’, dat voor geen enkele andere vluchtelingenpopulatie op deze wereld geldt, werd het Palestijns-Arabische vluchtelingenvraagstuk door de decennia heen kunstmatig in stand gehouden. Zodoende kon het dienen als obstructiemiddel tegen een vreedzame oplossing van het Arabisch-Israëlisch conflict en als (recruterings) basis voor politieke agitatie en terroristisch geweld tegen Israël.
De instandhouding van het vraagstuk vernietigde bovendien het toekomstperspectief van honderdduizenden Palestijnse Arabieren, die zonder ontsnappingskans tot een eindeloos vluchtelingschap werden veroordeeld en die in ellendige omstandigheden als kansloze uitkeringstrekkers werden gehospitaliseerd. Dat lot treft niet alleen de Palestijnse Arabieren die in vluchtelingenkampen (in de praktijk uitgegroeid tot – meestal armoedige – woonwijken) in Libanon, Syrië en Jordanië verblijven, maar ook hen die in ‘kampen’ onder het regime van Hamas en de Palestijnse Autoriteit verblijven.
Inmiddels wordt door miljoenen ‘Palestijnse Arabieren in den vreemde’ aanspraak gemaakt op een ‘recht op terugkeer’: naar de sinds 1948 Israëlische gebieden waar hun voorouders vroeger gewoond hebben. Toekenning van dat ‘recht’ zou echter neerkomen op de vernietiging van de Joodse staat langs demografische weg. Kennelijk om die reden worden de kansloze Palestijns-Arabische aanspraken op collectieve ‘terugkeer’ nog steeds in woord en daad gesteund door de ideologische vijanden van Israël, waaronder die in Nederland. Daardoor blijven valse dromen gekoesterd en worden de kansen op een duurzame vrede verder ondermijnd.
Etnische zuiveringen
Afbeelding rechts: ‘Wij zullen terugkeren’ – Israël als doelwit van een niet bestaand ‘recht op terugkeer’. De foto werd gemaakt bij de ingang van een Palestijns-Arabisch vluchtelingen’kamp’ nabij de Jordaanse hoofdstad Amman. Jordanië maakte tot 1946 onderdeel uit van het mandaatgebied Palestina. Palestijns-Arabische vluchtelingen die in en na 1948 in Jordanië terechtkwamen, of die in de door Jordanië bezette gebieden ten westen van de Jordaan woonden, ontvingen het Jordaanse staatsburgerschap. Desondanks kunnen de Palestijns-Arabische vluchtelingen en ontheemden van 1948 en al hun nakomelingen aanspraak maken op de vluchtelingenstatus.
Het Palestijns-Arabische vluchtelingenvraagstuk heeft in aanleg een duidelijke oorzaak-en-gevolg-structuur. De ideologische vijanden van Israel laten echter liever ongenoemd dat de piepjonge Joodse staat zich in de oorlog van 1948-49 moest verdedigen tegen de binnenvallende legers van vijf Arabische landen plus een groot aantal achter de frontlijnen opererende Palestijns-Arabische milities. De verklaarde intentie van deze agressie was de vernietiging van de Joodse staat. Niets meer en niets minder.
De secretaris-generaal van de Arabische Liga, Azzam Pasha, verklaarde in een radiouitzending: “Dit wordt een uitroeiingsoorlog en een gedenkwaardige slachtpartij, waarover zal worden gesproken als over de Mongoolse slachtpartij en de kruistochten”.
Tijdens de vijandelijkheden ontvluchtten zowel Palestijns-Arabische als Palestijns-Joodse burgers het conflictgebied en werden zowel groepen Palestijnse Arabieren als Palestijnse Joden door de tegenpartij uit hun woonplaatsen verdreven. Zo werden bijvoorbeeld de Joodse wijk van de Oude Stad van Jeruzalem en de Joodse dorpen in het nabij Jeruzalem gelegen zogenoemde Etzion-blok etnisch gezuiverd door het Jordaanse Legioen.

Omstreden boek van Ilan Pappé
Een belangrijk deel van de Palestijns-Arabische vluchtelingen vluchtte echter niet voor het oorlogsgeweld of als gevolg van gerichte Israëlische acties, maar pakte de biezen omdat Arabische leiders daartoe oproepen deden. Bewijzen daarvan circuleren al sinds de oorlog zelf, maar werden en worden door de ideologische vijanden van de Joodse staat steevast afgedaan als zionistische en/of Israëlische propaganda.
Een belangrijke bron voor hen was de afgelopen jaren het boek ‘De etnische zuivering van Palestina’ (2007), van de omstreden en in academisch opzicht in diskrediet gebrachte Israëlische historicus Ilan Pappé. Ook Palestijns-Arabische organisaties, waaronder de Palestijnse Autoriteit, hebben naar buiten toe steeds de valse beschuldiging uitgedragen dat de jonge staat Israel in 1948 ten aanzien van de Arabieren in het conflictgebied een misdadige verdrijvingspolitiek heeft gevoerd.
Maar kennelijk kan men in eigen kring het deksel niet eindeloos op de doos met de waarheid houden. In de afgelopen jaren hebben in Palestijns-Arabische media regelmatig stemmen geklonken die niet alleen verklaren dat Arabische leiders de Palestijns-Arabische bevolking destijds hebben aangespoord tot vertrek, maar ook dat op grote schaal aan die oproepen gehoor werd gegeven.
Ilan Pappé (Hebreeuws: אילן פפה) (1954) is professor voor Geschiedenis aan de Britse Universiteit van Exeter. Hij is geboren in Israël en was lector in de politieke wetenschappen aan de Universiteit van Haifa van 1984 tot 2007. Pappé wordt gezien als een van de Nieuwe Historici, die kritisch kijken naar Zionistische verhalen en Israël’s geschiedenis. Hij verdedigt het Palestijnse verhaal en de analyse van de gebeurtenissen na de oorlog van 1948. In het bijzonder hangt hij de these aan dat de Palestijnen bewust verdreven werden door Jisjoev en later de Israëlische troepen, als onderdeel van een zelfs al voor de oorlog opgestelde plan.
Vanuit diverse hoeken is er scherpe kritiek op Pappé en zijn manier van werken. Zelf stelt hij dat ideologie belangrijker is dan feiten en dat zijn doel is zoveel mogelijk mensen te overtuigen dat zijn visie de juiste is ongeacht wat de feitelijkheden zijn. Pappé heeft hierop geantwoord dat zowel zijn boek als het boek van Morris fouten bevat en hij beticht op zijn beurt Morris van leugens. In april 2009 verscheen voor het eerst ook een kritisch artikel over Ilan Pappé in Joods Actueel. Daarbij werden nieuwe feiten aan het licht gebracht die de ongeloofwaardigheid van Ilan Pappé ook reeds door verscheidene andere nieuwe historici zoals Benny Morris aangekaart, bevestigen [bron]
Hieronder volgt een kleine bloemlezing, die is ontleend aan research van Palestinian Media Watch. Op de website van deze organisatie zijn ook gefilmde interviews te zien met Palestijnse Arabieren die impliciet verklaren dat de ideologische vijanden van Israël zich aan geschiedvervalsing schuldig maken.
Achterblijvers werden als verraders gezien
Een vluchteling getuigt 1:
Arabische vluchtelingen vertrokken omdat de leiders tijdens de oorlog in 1948 beloofden: “Over een week of twee kunnen jullie terugkeren naar Palestina.”
Deze foto werd een week voor ons vertrek uit Ein Kerem [nabij Jeruzalem] gemaakt, in juni 1948, voor ons huis. De radiozenders van de Arabische regimes bleven herhalen: ‘Ga weg uit de gevechtszones. Het duurt maar tien dagen of maximaal twee weken en dan brengen wij jullie terug naar Ein-Kerem’. En wij zeiden tegen elkaar: ‘Dat is een erg lange tijd […] En nu zijn er vijftig jaar voorbijgegaan’.
(Uit een gefilmd interview met een bejaarde inwoner van een vluchtelingenkamp, Palestijnse tv [onder controle van Fatah], 7 juli 2009.)
De eerste oorlog tussen de Arabieren en Israel was begonnen en het ‘Arabische Reddingsleger’ vertelde de Palestijnen: ‘Wij zijn gekomen om de zionisten en hun staat te liquideren. Verlaat jullie huizen en dorpen, jullie zullen in enkele dagen veilig naar ze kunnen terugkeren. Verlaat ze, omdat wij onze missie zo goed mogelijk kunnen uitvoeren en zodat jullie niet gewond raken.’ Het werd al snel duidelijk, toen het al te laat was, dat de steun van de Arabische staten [tegen Israel] een grote illusie was. Het leek erop of de Arabieren vochten alsof zij de ‘Palestijnse catastrofe’ wilden veroorzaken.
(de Palestijnse journalist Jawad Al-Bashiti in de Palestijnse krant Al-Ayyam van 13 mei 2008.)
In het begin van het jaar van de catastrofe [1948] hoorden wij het geluid van explosies en geweervuur. Zij [de Arabische leiders] vertelden ons dat de Joden onze regio hadden aangevallen en dat het beter was om het dorp te evacueren en na het aflopen van de veldslag terug te keren. En dus waren er onder ons die vertrokken, die een vuur onder de pot lieten branden, die hun [schaaps]kudde achterlieten en die hun geld en goud achterlieten, op basis van de veronderstelling dat wij binnen enkele uren zouden terugkeren.
(Vluchteling Asmaa Jabir Balasimah in de Palestijnse krant Al-Ayyam van 16 mei 2006.)
Vraag van een vluchtelingenzoon aan de Arabische moslimleider Ibrahim Sarsur:
Meneer Ibrahim [Sarsur]: Ik spreek u aan als moslim. Mijn vader en grootvader vertelden mij dat, tijdens de catastrofe [1948], ons districtshoofd een order uitvaardigde dat eenieder die in Palestina en Majdel [het huidige zuiden van Israel] zou achterblijven een verrader is. Hij is een verrader.
Sarsur (toen nog de leider van de islamitische beweging in Israël en thans lid van de Israëlische Knesset):
Degene die hen verbood om daar te blijven draagt daarvoor schuld, in dit leven en in het hiernamaals, tot aan de Dag der Opstanding.
(Discussie op de Palestijnse tv [gecontroleerd door Fatah], 30 april 1999.)
Echo’s van eerdere gedocumenteerde verklaringen
Deze via de Palestijnse media naar buiten gebrachte verhalen sluiten aan op oudere en goed gedocumenteerde verklaringen ter zake, zoals bijvoorbeeld de volgende:
Sinds 1948 hebben wij geëist dat de [Palestijns-Arabische] vluchtelingen naar hun huizen moeten kunnen terugkeren. Maar wijzelf zijn het die hen hebben aangemoedigd te vertrekken.
Een vluchteling getuigt 2
“De Arabische staten vertelden aan de Arabieren dat ze moesten vertrekken en dat het een kwestie is van tien dagen, hooguit twee weken en we brengen jullie terug naar Ein-Kerem.”
(De voormalige Syrische premier Haled al-Azm in zijn memoires).
De vluchtelingen waren ervan overtuigd dat hun afwezigheid niet lang zou duren en dat zij binnen een week of twee zouden kunnen terugkeren. Hun leiders hadden beloofd dat de Arabische legers de ‘zionistische bendes’ snel zouden verpletteren en dat er geen reden was voor paniek of voor angst voor een langdurige ballingschap.
(De Grieks-Orthodoxe bisschop van Galilea, George Hakim, in een interview met de Libanese krant Sada al-Janub van 16 augustus 1948.)

Palestijnen die terug 'naar huis' willen
Niet moet worden vergeten dat het Hoge Arabische Comité de vluchtelingen heeft aangemoedigd hun woningen in Jaffa, Haifa en Jeruzalem te verlaten.
(Uit een radiouitzending van 3 april 1949 van het op Cyprus gevestigde Near East Broadcasting Station.)
De Arabische staten moedigden de Palestijnse Arabieren aan om hun woningen tijdelijk te verlaten teneinde de Arabische invasielegers niet voor de voeten te lopen.
(Uit een artikel in de Jordaanse krant Filistin van 19 februari 1949.)
De Arabische regering zei tegen ons: ‘Ga weg, zodat wij naar binnen kunnen komen. Dus vertrokken wij, maar zij kwamen niet naar binnen.
(Verklaring van een Palestijns-Arabische vluchteling in de Jordaanse krant Ad Difaa van 6 september 1954.)
De secretaris-generaal van de Arabische Liga, Azzam Pasha, verzekerde de Arabische bevolkingen dat de bezetting van Palestina net zo eenvoudig zou zijn als een militaire parade. Hij wees op het feit dat zij [de Arabische legers] al aan de grenzen stonden en dat al de miljoenen die de Joden hadden besteed aan grond en economische ontwikkeling eenvoudig buitgemaakt zouden kunnen worden. Omdat het gemakkelijk zou zijn de Joden in de Middellandse Zee te drijven. Aan de Arabieren van Palestina werd het broederlijke advies gegeven om hun grond, woningen en bezittingen achter te laten en tijdelijk in de aangrenzende broederstaten toevlucht te zoeken, opdat de geweren van de binnenvallende Arabische legers hen niet zouden neermaaien.
(Habib Issa in de in New York verschijnende Libanese krant Al Hoda van 8 juni 1951.)
Bronnen: Cidi.nl: Arabische stemmen over de Palestijnse vluchtelingen door Wim Kortenoeven van 24 februari 2010



Ilan Pappé (Hebreeuws: אילן פפה) (1954) is professor voor Geschiedenis aan de Britse Universiteit van Exeter. Hij is geboren in Israël en was lector in de politieke wetenschappen aan de Universiteit van Haifa van 1984 tot 2007. Pappé wordt gezien als een van de Nieuwe Historici, die kritisch kijken naar Zionistische verhalen en Israël’s geschiedenis. Hij verdedigt het Palestijnse verhaal en de analyse van de gebeurtenissen na de oorlog van 1948. In het bijzonder hangt hij de these aan dat de Palestijnen bewust verdreven werden door Jisjoev en later de Israëlische troepen, als onderdeel van een zelfs al voor de oorlog opgestelde plan. 



Recente reacties